Roshnee Ossewaarde-Lowtoo

‘Ziekenhuizen failliet door kortzichtigheid’

Door Ingezonden opinie - 21 november 2018

Hoelang kunnen ziekenhuizen doorgaan met de aanschaf van kostbare technologie, het uitvoeren van steeds duurdere behandelingen en huisvesting in meer en meer geavanceerde gebouwen? Een pleidooi voor ‘bestendigheid’ in de toekomst van Roshnee Ossewaarde-Lowtoo, postdoctoraal onderzoeker aan Tilburg University.

Deze bijdrage is ingezonden door Roshnee Ossewaarde-Lowtoo, postdoctoraal onderzoeker aan Tilburg University.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

Recent gingen de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland en het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam failliet. De uitspraak van Marieke ten Katen in haar commentaar ‘Nuttig failliet’ dat het ‘faillissement van twee ziekenhuizen uiteindelijk beter is voor de patiënt’ klinkt hard. Maar natuurlijk heeft Ten Katen een punt wanneer zij opmerkt dat goede zorg betaalbaar moet blijven. De discussie over de zorgfaillissementen is gekaapt door de vraag of de gezondheidszorg aan de markt mag worden overgelaten of niet. Het zou helpen om het debat te verruimen door naar ziekenhuizen te kijken met de bril van bestendigheid. Het gaat niet alleen om de beste zorg voor de huidige generatie, maar ook over zorg in de komende decennia. Het denken in termen van bestendigheid is volgens de econoom Ernst Friedrich Schumacher grote economische wijsheid.

De vooruitgang eist zijn tol

Met de koers die de gezondheidszorg nu vaart, wordt geen rekening gehouden met de toekomst. Hetzelfde denken dat achter economische groei staat, bepaalt op dit moment de richting en inhoud van de gezondheidszorg in Nederland en dus van de ontwikkeling van ziekenhuizen. Gewend dat we zijn aan groei en comfort, lijkt het vanzelfsprekend dat de sobere ziekenhuiszalen met meerdere bedden en een eenvoudige (smakeloze) maaltijd tot het verleden horen. Maar, de vooruitgang eist zijn tol. Stijgende zorgkosten zijn een feit. Ook ziekenhuizen conformeren zich aan het groei-ideaal door het invoeren van steeds nieuwere technologie, de duurdere apparatuur die daarbij hoort, meer energieverbruik, dure gebouwen, ingewikkeldere operaties, nieuwe medicijnen, stijgende personeelskosten en salarissen van bestuurders en aandeelhouders, enzovoort.

Uiteraard zorgen sommige van die ontwikkelingen voor een beter en langer leven van de patiënten. De vraag is echter of deze gang van zaken bestendig is, en dus rechtvaardig ten opzichte van toekomstige generaties. De faillissementen en financiële problemen van ziekenhuizen zijn een bewijs dat dit niet het geval is. Hebben we de moed om de lastige conclusie te trekken dat ook onze zorg (net als onze consumptie en productie) anders moet en wellicht een grens kent? Wanneer we als samenleving bestendigheid serieus nemen, komen we voor moeilijke en onaangename keuzes te staan. We moeten dan een onderscheid maken tussen noodzakelijke zorg en minder noodzakelijke zorg, tussen het mogelijke en het wenselijke. En we moeten openstaan voor andere (betaalbare) vormen van geneeskunde die verbannen zijn uit de reguliere geneeskunde.

Verruiming denkkader nodig

Het denken in termen van bestendigheid vereist dus een verruiming van het denkkader. Waar het op aankomt, is het heersende mechanisch mens- en wereldbeeld en de bijhorende fascinatie met technologie ter discussie te durven stellen. De nieuwste (medische) technologie is een zegen, maar hoeft niet per se in ziekenhuizen te worden toegepast. In plaats van een eenzijdige blik om medisch-technologische vernieuwing is het bijvoorbeeld raadzaam om de omstandigheden die tot ziekten leiden te erkennen en aan te pakken. Er is moed nodig om weerstand te bieden aan degenen die er belang bij hebben dat ziekenhuizen dure overeenkomsten aangaan met de medisch-technologische en farmaceutische industrieën bijvoorbeeld. Tot slot zijn ook hoge salarissen van bestuurders en aandeelhouders een bekend probleem in veel sectoren, ook daarvoor komt alsmaar geen oplossing.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.