Afshin Ellian Afshin Ellian

Als PVV-aanhanger vrijuit mag spreken, dan Wilders ook

Door Afshin Ellian - 11 maart 2016

De Amsterdamse rechter gunde een aanhanger van de PVV de vrijheid om zich kritisch, desnoods beledigend uit te laten over moslims. Als politici niet dezelfde vrijheid van meningsuiting krijgen, is dat een ernstige ondermijning van de democratie.

De vrijheid van meningsuiting is typisch zo’n moderne uitvinding. De moderne parlementaire democratie functioneert en leeft dankzij de vrijheid. Zij biedt de noodzakelijke ruimte waarbinnen de moderne democratie überhaupt kan bestaan.

Volkeren die niet in vrijheid leven, kunnen zich moeilijk ontwikkelen. Bovendien geldt dat waar vrijheid van meningsuiting ontbreekt, democratie gebrekkig of niet functioneert. Een recent voorbeeld hiervan is Turkije. De partij van president Recep Tayyip Erdogan heeft de persvrijheid monddood gemaakt. De tirannie van de AK-partij wordt daarmee verder uitgebouwd.

Motieven

Vrijheid van meningsuiting is een lastig beginsel. Niet alleen voor de politici, maar ook voor gewone burgers, die soms proberen de vrijheid van meningsuiting van anderen in te perken. Dat doen ze vaak op basis van politieke of religieuze motieven.

Eerder in ElsevierJelte Wiersma: ‘In tien jaar tijd heeft Geert Wilders’ partij vooral verloren’
Lees verder >

Het is anders wanneer het gaat om aanzetten tot geweld of haat. De kern van haat als een strafbaar feit is het geweld. Geweld moet de grens tussen vrijheid en onvrijheid markeren. En ten slotte kan de nationale veiligheid, onder bijzondere omstandigheden, richtinggevend zijn voor het bepalen van de grens van vrijheid voor specifieke personen. Maar dit moet de uitzondering op de regel zijn.

Het is aan de rechter om conflicten rond de vrijheid van meningsuiting te beslechten. Helaas gebeurt dat te vaak via de strafrechter in plaats van via het burgerlijk recht.

Verdachte

Het gerechtshof in Amsterdam sprak een 37-jarige aanhanger van de PVV vrij inzake het beledigen van moslims. In 2010 werd een documentaire uitgezonden over PVV-leider Geert Wilders. De documentairemakers onderzochten de ‘drijfveren van Wilders en zijn aanhang’. De persoon in kwestie werd geïnterviewd als aanhanger van Wilders. Wat van hem een verdachte maakte, waren de uitspraken: ‘Arabieren zijn fervente kontenbonkers die ook kleine jongens neuken, dat is normaal in hun cultuur.’

Na een onderzoek kwam het Amsterdamse hof tot de conclusie dat de verdachte niet de Arabieren maar moslims bedoelde, omdat deze uitspraken voorafgaand aan een anti-islamdemonstratie waren gedaan.

Grievend

De rechter toetst de uitspraken van de verdachte aan drie criteria om hun strafwaardigheid te bepalen. Ten eerste is er de vraag of deze uitspraken op zich beledigend zijn. Dat is zonder meer het geval. Ten tweede vroeg de rechter zich af of de uitspraken onnodig grievend zijn. Dat zou niet het geval zijn als ze binnen het kader van het maatschappelijke debat werden geuit. En dan het derde juridische criterium: is dit taalgebruik normaal in het kader van dit soort debatten of een documentaire?

De rechter beantwoordt de kernvraag als volgt: ‘Het hof erkent dat iemand in een politieke context zaken van (in zijn ogen) algemeen belang aan de orde moet kunnen stellen, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten. Het gaat hier niet om onderbouwde stellingen over moslims in het algemeen in onsmakelijke bewoordingen, maar het maatschappelijke debat kenmerkt zich wel vaker door dat soort taalgebruik.

‘Mogelijk wordt de verdachte door zijn uitlatingen door velen als een niet serieus te nemen gesprekspartner beschouwd, maar zijn uitlatingen zijn niet zodanig kwetsend dat deze moeten worden beschouwd als aanzettend tot haat, geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid. De uitlatingen zijn niet onnodig grievend te noemen. De verdachte heeft de grenzen van zijn recht op vrijheid van meningsuiting niet overschreden.’

Moeite

Ik denk dat dezelfde rechters anders hadden geoordeeld wanneer deze uitspraken door een politicus waren gedaan. En daar heb ik moeite mee.

Volgens de vaste jurisprudentie dragen politici een bijzondere verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid impliceert een inperking van de vrijheid van meningsuiting voor politici. Maar dit komt in de wet niet voor.  Ook in de parlementaire behandeling van de uitingsdelicten heb ik een bijzondere verantwoordelijkheid voor politici niet ontdekt.

Deze buitenwettelijke zorgplicht voor politici is derhalve niet normaal – vrijheid van meningsuiting is in de eerste plaats bedacht voor politici, onder wie volksvertegenwoordigers. Natuurlijk mogen ook zij niet oproepen tot geweld of tot andere misdrijven.

Aanslag

Politici hebben volgens de rechterlijke uitspraken minder vrijheid van meningsuiting dan een komediant, een columnist, een wetenschapper, een schrijver, of willekeurig welke andere burger. De hele problematiek van politieke correctheid begint met deze buitenwettelijke beperking van politici.

Eigenlijk is deze niet-wettelijke extra verantwoordelijkheid voor politici een juridische aanslag op de democratie. Volgens de spelregels van de democratie leggen politici voor hun uitspraken verantwoordelijkheid af in het parlement, en later bij verkiezingen. Nogmaals, het zou anders zijn wanneer een politicus oproept tot geweld of aanzet tot haat. Het strafrecht is immers ook op politici van toepassing.

De vrijheid die een aanhanger van Wilders toekomt, komt Wilders zelf kennelijk niet toe. Dat is ronduit krom. We moeten de vrijheid van meningsuiting van politici niet gaan inperken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.