Afshin Ellian Afshin Ellian

OM en politie hebben plicht om haatimam Abu Hamza te vervolgen

Door Afshin Ellian - 31 oktober 2016

Kennelijk hoort hij hier thuis. Een haatprediker die ooit is genaturaliseerd tot Nederlander. De Nederlands-Marokkaans imam El Alami Amaouch, alias Alami abu Hamza, wordt definitief België uitgezet.

Volgens Theo Francken, de Belgische staatssecretaris voor asiel en migratie, is imam El Alami een gif voor Belgische moslimjongeren. El Alami ging in 2006 vanuit Nederland naar Dison, nabij Verviers, om er te wonen en te werken. Dat heet vrij verkeer van personen en diensten binnen Europa.

De imam komt terug naar zijn tweede vaderland en dat is helaas Nederland. De Belgische inlichtingendiensten verwijten hem dweperij met Mohammed Merah die in 2012 in Toulouse bij een joodse school drie Joodse kinderen en een volwassene heeft vermoord. Bovendien verwijten de Belgische diensten de imam het bedreigen van de seculiere Marokkaanse dichter Ahmed Assid: ‘In een preek smeekt hij Allah diens tong en benen af te snijden.’ Wat kan of moet de Nederlandse staat doen?

Maiwand Al-Afghani is veroordeeld
De rechterlijke macht heeft al in verschillende uitspraken de grens van het ontoelaatbare bepaald voor radicale moslims. Zo heeft de rechtbank Den Haag een uitspraak gedaan over de radicale moslim Shabir Burhani, alias Maiwand al-Afghani. De rechtbank veroordeelde hem wegens uitingen over homoseksuelen en ongelovigen, die zijn aangemerkt als opruien en het aanzetten tot haat en gewelddadig optreden.

Voor mij ligt de harde grens van de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid bij het geweld: het oproepen tot geweld, het dreigen met geweld, het aanzetten tot geweld of het aansporen tot geweld. Waar geweld wordt gepredikt, eindigt de vrijheid.

Laat je niet afleiden door hun komische verschijningen
Voorop moet worden gesteld dat we de komische verschijning van een radicale moslim niet als belangrijkste gezichtspunt mogen aannemen. Vanuit het westerse perspectief zijn de meeste jihadisten een komische verschijning. Ook is de mate van de effectiviteit van de handelingen aangaande jihad en dawa (in dit geval uitnodigen tot de gewelddadige islam) onbelangrijk.

Het is algemeen bekend dat wanneer tot het doden of bestraffen van andersdenkenden of homoseksuelen wordt opgeroepen, deze oproep door de jihadistische toehoorder of lezer niet als een satirische of ironische opmerking wordt opgevat. Er zijn al helaas te veel mensen vermoord of met de dood bedreigd: Ayaan Hirsi Ali, Theo van Gogh, Ahmed Aboutaleb, de redactie van Charlie Hebdo, de bejaarde priester in Frankrijk en talloze homoseksuelen en andersdenkenden in Bangladesh.

Bagatelliseren is het slechtste wat we kunnen doen
Tenslotte kunnen we door de jihadisten te bagatelliseren of te psychologiseren het islamitische terrorisme niet goed bestrijden. Terecht vond de rechtbank de houding van Shabir B. zorgwekkend: hij was en is continu bezig met het verkondigen en verspreiden van gewelddadige propaganda en oproepen van jihadistische groepen zoals Al-Qa’ida en de Taliban. Ervaring leert dat dit soort figuren een sfeer creëert waarin anderen tot het plegen van jihad en dus geweld worden aangezet.

Opruiing en aanzetten tot geweld vormen de kern van aanzetten tot haat. Al deze elementen zijn in de zaak van Burhani door de rechter bewezen geacht, omdat de rechter zijn uitspraken heeft geïnterpreteerd vanuit de context waarin ze zijn gedaan. Een beroep op Mohammed of Allah neemt de strafwaardigheid van handelingen niet weg. Hier fungeert de godsdienstvrijheid dus niet als strafuitsluitingsgrond.

In deze strafzaak is ook een sterke onweerlegbare context aanwezig: Burhani ging op bezoek bij de terroristische beweging in Afghanistan waar hij met oorlogswapens poseerde, waarna hij ook nog in een videoboodschap aankondigde dat deze terroristen de wereld zouden veroveren.

Bovendien is hij nauw betrokken bij organisaties van de reeds veroordeelde terroristen in Brussel en Den Haag en ten slotte is hij nog steeds radicaal in zijn openbare uitlatingen. Deze en andere feiten vormen de context waarbinnen de rechter strafwaardigheid toekende aan de uitlatingen van Burhani.

Nu is er dus helderheid voor politie en OM
De veroordeling van Burhani biedt de politie en het OM de noodzakelijke helderheid bij het opsporen en vervolgen van jihadistische opruiers en haatpredikers. Nu is voor iedereen helder dat bepaalde vormen van zogenaamde smeekbedes in de jihadistische oftewel radicaalislamitische context niets anders zijn dan een oproep tot geweld en aanzetten tot haat.

In 2007 veroorzaakte de oproepende smeekbede van de site Al-Yaqeen van de As-Soennah moskee onder leiding van imam Fawaz onrust: ‘Ellian is een kwaadaardig gezwel dat zijn gif ongestoord in onze samenleving kan pompen.’

Al-Yaqeen schreef als reactie hierop: ‘In dagblad De Pers ontkent woordvoerder van de moskee Abdelhamid Taheri niet dat de tekst over Ellian opgevat kan worden als een oproep tot geweld tegen hem. Maar volgens Taheri is Ellian ‘zelf verantwoordelijk’ voor zijn uitspraken: ‘Wat andere mensen daarmee doen is niet onze zaak.’

Dus politie moet strafzaak tegen El Alami voorbereiden
Inderdaad hebben de oproepende smeekbedes een gewelddadige functie. Zo kent de radicale omgeving van Burhani betekenis toe aan dit soort oproepen. Tot op heden hebben de jihadisten zelf, en niet Allah, andersdenkenden van het leven beroofd. Wat de site van de As-Soennah moskee schreef, dient richtinggevend te zijn, het geeft immers ondubbelzinnig aan wat de precieze functie van deze oproep is: een oproep tot geweld.

De politie kan met de rechterlijke uitspraak inzake Shabir Burhani een strafzaak voorbereiden tegen imam Alami Abu Hamza. Ook hij kan met succes worden vervolgd. De vijfde colonne van jihadisten in Nederland moet de legaliteit worden ontnomen. Nederland mag geen vrijhaven zijn voor de jihadistische oproepers.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.