Afshin Ellian Afshin Ellian

Wilders weet: voortaan kan ik beter spontaan uitspraken doen

Door Afshin Ellian - 14 december 2016

Afshin Ellian gaat nog eens dieper in op het strafvonnis naar aanleiding van de ‘minder, minder’-uitspraken door Wilders De strafzaak tegen de PVV-voorman dreigt een parodie van de strafrechtspleging te worden.

Er waren twee feiten die aan Wilders ten laste werden gelegd: de ‘minder Marokkanen’-uitspraak op 12 maart tijdens een interview op een markt in Den Haag en de minder-Marokkanen-uitspraak op 19 maart voor zijn aanhang in een café – eveneens in Den Haag.

Op een spontane manier uitspraken doen

Van dat eerste feit, dat om dezelfde uitspraak gaat, is Wilders vrijgesproken: ‘Het heeft er verder alle schijn van dat de verdachte deze uitspraak niet goed heeft doordacht. [getuige 1] heeft immers verklaard dat hij dacht dat verdachte tot deze uitspraak is gekomen omdat de meeste mensen die zij die dag spraken, klaagden over Marokkanen. Voorts heeft hij verklaard dat de verdachte na het interview vroeg of hij het wel “zo kon zeggen”. [getuige 2] dacht dat de verdachte zich versprak en voor [getuige 3] kwam deze term “uit de lucht vallen”. Dit komt de rechtbank aannemelijk voor.’

Van dat tweede feit werd Wilders niet vrijgesproken, omdat hij de omstandigheid waarin hij zijn uitspraak had gedaan, zelf had georganiseerd. Zijn aanhang wist dat ze ‘minder, minder’ moesten scanderen.

Nu kan Wilders uit dit vonnis afleiden dat hij in de toekomst op een spontane manier zijn uitspraken moet doen. Wilders kan dus maar beter geen overleg met zijn fractie en omgeving  voeren over controversiële uitspraken die hij wil doen. De rechter geeft hem dus al een ontsnappingsmogelijkheid: minder-Marokkanen zonder overleg met de PVV-fractie is kennelijk toelaatbaar. Welke grens wordt dan met deze uitspraak gesteld? Geen. Doe het vooral spontaan en of wanneer er een journalist bij is.

Wat betekent opruiing precies?

Bij de veroordeling van groepsbelediging benadrukte de rechter het opruiende karakter van de ‘minder Marokkanen’-uitspraak: ‘Er was sprake van een opruiende, opzwepende vraagstelling.’ Ik moest lang nadenken over wat de rechter precies met een opruiend karakter bedoelt. In de omgangstaal wordt het woord opruiing ruimer opgevat dan in het strafrecht.

Volgens het woordenboek van Van Dale zou het woord ook ‘aanzetten tot ontevredenheid’ betekenen. Maar daarvoor staat niemand terecht. Immers, dit doet de oppositie in de Tweede Kamer voortdurend. In het strafrecht, dat in dit geval het vertrekpunt voor de rechter moet zijn, betekent opruien het oproepen tot het plegen van enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Daarom is het maar de vraag in hoeverre Wilders tot het plegen van welk strafbaar feit heeft opgeroepen.

Wilders roept niets op. Hij belooft iets

In deze ‘minder, minder’-affaire zegt Wilders dat zij (zijn fractie dus) het gaan regelen. Hij roept niets op, hij belooft iets. Dat is niets anders dan het doen van voorstellen voor de beleidswijziging of de wetgeving. Misschien is het wel zo dat Wilders zich op een geheimzinnige wijze uitdrukt,  een die alleen door zijn aanhang wordt begrepen. In dat geval is de vraag welk strafbaar feit de aanhang van Wilders na deze uitspraak heeft gepleegd. Ook de rechter weet dat hier geen sprake is van opruiing in de zin van strafrecht, anders had de rechter hem ook nog voor aanzetten tot haat kunnen veroordelen.

De rechter hanteert hier de ruime betekenis van opruiing in de omgangstaal. Ook dit is weer in strijd met het recht: het negeren van een wezenlijk strafrechtelijk begrip door het te vervangen door de omgangstaal. Dit gebeurt wanneer de rechter een mening moet geven over een politieke mening in het kader van een politiek debat. Was de uitspraak dubbelzinnig of ondubbelzinnig opruiend en gewelddadig, dan biedt het strafrecht voldoende mogelijkheden om hem te veroordelen. Dat was niet het geval.

Wilders riep niet op tot deportaties

Het aanzetten definieert de rechter terecht als ‘anderen trachten te bewegen in een ongeoorloofde richting, hen aan te sporen tot iets wederrechtelijks (hier: discriminatie en/of haat)’. Het is niet vereist, schrijft de rechter, dat ‘de gedraging waartoe is aangezet, zich daadwerkelijk heeft voltrokken, dan wel dat het redelijkerwijze waarschijnlijk te achten is dat deze zich zal voltrekken’. Hier gaat het vooral om de tweede zinsnede waar we geen touw aan kunnen vastknopen: aanzetten tot wat redelijkerwijze onwaarschijnlijk is, oftewel aanzetten tot het onwaarschijnlijke. Als dat helemaal niet waarschijnlijk is, dan is het aanzetten reeds mislukt. Dezelfde redenering geldt voor de poging tot aanzetten.

De vorm van de minder-Marokkanen-uitspraak was vulgair. Maar de inhoud was simpelweg het aanbieden van een beleidswijziging en wetgeving. Wilders riep niet op om de straat op te gaan en Marokkanen op te pakken en te deporteren. Gewone burgers weten dat alleen de overheid mensen – niet-burgers – kan uitzetten. Wilders heeft tot één ding aanleiding gegeven, namelijk strafrechtelijke vervolging van Kamerlid Wilders. Als dat zijn bedoeling was, dan heeft hij dat knap gedaan!

Rechter sprak een merkwaardige straf uit

De grootste verrassing lag in de straf. Wilders werd schuldig bevonden aan twee ernstige misdrijven: groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie in vereniging met anderen. In vereniging met anderen is een strafverzwarende omstandigheid waarvoor een gevangenisstraf van maximaal twee jaar of een geldboete van maximaal 19.500 euro geldt. Ondanks de dreiging van deze straffen, komt de rechter tot een merkwaardige straf: ‘Het gaat verder om een bijzondere, eigenlijk uitzonderlijke zaak, gelet op de positie van verdachte: een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger, oprichter van de PVV en leider van de PVV-fractie in de Tweede Kamer.

‘Rechters in het Wildersproces gevaarlijk bezig met betreden politiek debat.’ Lees deze eerdere blog van Afshin Ellian >

Dit alles overziend, zal de rechtbank geen aansluiting zoeken bij straffen die in andere zaken zijn opgelegd, zoals de officieren van justitie hebben gedaan. De rechtbank ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding te volstaan met de vaststelling dat verdachte zich als politicus schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Daarmee acht de rechtbank hem voldoende gestraft. Verdachte zal dus schuldig worden verklaard zonder oplegging van straf.’

Wilders zwaar aangerekend dat hij politicus is

De rechter is bevoegd om volgens art. 9a van Wetboek van Strafrecht een rechterlijk pardon uit te spreken: Indien de rechter dit raadzaam acht in verband met de geringe ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, dan wel die zich nadien hebben voorgedaan, kan hij in het vonnis bepalen dat er geen straf of maatregelen zullen worden opgelegd. Dat de veroordeelde een politicus is, dat hij de PVV heeft opgericht, dat hij door de publieke opinie is gestraft, zijn allemaal geen geldige redenen om een rechterlijk pardon uit te spreken.

De rechter rekende het Wilders juist zwaar aan dat hij een politicus, een politiek leider is. De strafbaarheid van zijn uitspraak wordt gelegitimeerd met een verwijzing naar de extra verantwoordelijkheid van politici. Hier dreigt de strafzaak tegen Wilders een parodie van de strafrechtspleging te worden: zijn hoedanigheid als politicus werkt tegelijkertijd mee aan zijn veroordeling en aan zijn straffeloosheid.

In de modder van het politieke debat

Dat lijkt op klassenjustitie. Van klassenjustitie is sprake wanneer meer vermogenden of beter opgeleiden door wetgeving, behandeling of rechterlijke uitspraken worden bevoorrecht ten opzichte van anderen. Wanneer leden van deze groep juist strenger worden beoordeeld, wordt wel gesproken van omgekeerde klassenjustitie.

Door deze opiniedelicten is de rechter onbewust (of bewust?) in de modder van het politiek debat beland. Het is niet voor niets dat ik al een aantal jaren een wijziging van deze wetten voorstel.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.