Philip van Tijn

Feministen, beoordeel vrouwen op hun prestaties!

Door Philip van Tijn - 01 juli 2017

Eens in de zoveel tijd is het raak; dan wordt er weer eens op de televisie of in een ‘twistgesprek’ in dag- of weekblad geneuzeld over het feminisme en hoe beroerd dat er in ons toch vooruitstrevende land voor staat.

Aanleiding is meestal een zogeheten ‘onderzoek’ (ofwel optellen en aftrekken) waaruit blijkt dat in de Raden van Bestuur en Commissarissen nog steeds geen 50 procent vrouwen huizen en dat er maar twee vrouwen CEO van een AEX-fonds zijn. Van wie nota bene ook nog één niet eens Nederlandse is. En in de politiek is het helemaal huilen met de pet, waarover straks méér.

Meer nieuws, elke dag in je inbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief >>

Eén deelneemster aan die discussie staat altijd vast: Neelie Kroes. Het rolmodel voor aanstormende vrouwelijke politici, ambtenaren en advocaten. Eigenlijk voor elke vrouw die ver wil komen. Net als Neelie.

Onlangs zat ze bij Jinek om over dit grote onrecht te praten. Twee generaties, beiden op en top vrouw, wat in het beroepsleven in beide gevallen zeker geen handicap is en is geweest. De jonge Jinek verklaart geregeld ‘feministe’ te zijn, de oudere Neelie had daar nooit zo’n behoefte aan, totdat zij dezer dagen door Hedy d’Ancona daartoe werd geprest. Een boegbeeld is tenslotte een boegbeeld.

Jinek liet een stukje van het gesprek tussen de gewezen vooraanstaande politici zien en daardoor konden we genieten van een onvervalste Neelieaanse uitspraak: ‘Mezelf feministe noemen zou ik aanmatigend vinden.’ Een briljante zin uit de mond van een door en door bescheiden mens!

Daarna was de beurt aan Jinek en Neelie live. Lang had de laatste geleefd in de veronderstelling dat, als je maar je best deed, hard werkte (´bloed, zweet en tranen’) dat er dan niets aan de hand was. Maar nee, voor een vrouw was dat eigenlijk nog niet genoeg. En daarom zitten er in het huidige kabinet maar 5 vrouwen en 8 mannen. Dat ligt dus maar anderhalve vrouw van de 50 procent af, reken ik na grondig onderzoek uit, maar zo wordt dat niet gezien in feministische kringen. Ik bespaar de lezer de rest van de discussie, die zich zin voor zin liet voorspellen.

Inge Philips verdient bewondering

Liever neem ik u mee naar ‘Nieuwsuur’ van een dag eerder. Naar aanleiding van de mondiale cyberaanval was in de studio Inge Philips, cyber-deskundige bij Deloitte en daarvoor plaatsvervangend hoofd van de landelijke recherche. In zes minuten begreep ik alles, ze was glashelder, door en door deskundig, deed stevige uitspraken, verkondigde onvervaard meningen, in gewone mensentaal, nauwkeurig, geen woord te veel, niemand praatte ze naar de mond. Het was niet voor het eerst dat mevrouw Philips – die in haar vorige baan onder meer een groot pornonetwerk oprolde – mijn bewondering oogstte.

Maar ja, zo iemand bedoelen de feministes niet; Inge Philips – en heel veel andere Inge Philipsen – doet haar werk in stilte, althans niet in de schijnwerpers. Anders dan de dames Kroes en Jinek. Over de politiek, de speeltuin van de Neelies, zei ze trouwens een maand geleden in een ander programma: ‘150 Kamerleden, NUL met een IT-achtergrond. Zeer zorgwekkend.’

Feminisme en de formatie

Nog even terug naar Jinek en Neelie. ‘Is het niet voor het feminisme bedenkelijk, dat nu de ChristenUnie aan boord komt?’ vroeg Jinek. ‘Drie van de vier deelnemende partijen staan dichter bij mijn  gedachtengoed’, sprak Neelie vroom.

Mevrouw Kroes, van alle onderhandelaars aan de formatietafel is maar één vrouw: Carola Schouten van de ChristenUnie. Uitverkoren overigens niet omdat zij vrouw is, maar omdat ze steengoed is en op financieel terrein iedereen in haar zak steekt. En zo hoort het criterium ook te zijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.