Fred Sengers

In Himalaya kan klein incident zomaar escaleren tot militair geweld

Door Fred Sengers - 06 juli 2017

Terwijl in Hamburg de leiders van de G20-landen over de kwestie Noord-Korea overleggen, lopen ondertussen ook de spanningen op tussen China en India. Hoog in de Himalaya waar beide landen met Nepal en Bhutan grenzen, staan sinds enkele weken Chinese en Indiase troepen met verhitte koppen tegenover elkaar, schrijft Fred Sengers.

Dat zit zo. Vier weken geleden begon een Chinees aannemersbedrijf met de aanleg van een weg in een gebied dat Bhutan Doklam en de Chinezen Donglang noemen. Zowel Bhutan als China vinden dat het plateau waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd tot hun grondgebied behoort, maar dat de facto onder controle van Bhutan valt. De regering in Thimphu tekende vorige week dan ook een diplomatiek protest aan tegen de bouw.

Maar het was India dat directe actie ondernam. Een groep militairen sommeerde de aannemer zijn werkzaamheden te stoppen en te vertrekken. Dat lieten de Chinezen niet over hun kant gaan en Beijing stuurde militaire eenheden naar het gebied. Sindsdien staan Indiase en Chinese soldaten oog en oog met elkaar.

Strikt genomen is India dus geen partij in het conflict. Wel ondersteunt New Delhi de claim van Bhutan op het plateau. Waarom lopen de emoties zo hoog op over een stuk land in een onherbergzaam en nauwelijks bevolkt stukje Himalaya?

Kippennek

Het zijn vooral het militair-strategische redenen waarom India zich ermee bemoeit. Vlakbij ligt een smalle pas (de ‘Kippennek’) die de verbinding vormt tussen het grootste deel van India en een noordoostelijk gelegen landsdeel dat wordt ingeklemd tussen China, Bhutan, Myanmar en Bangladesh. Indiase grenstroepen hebben hier vanuit hoger gelegen delen een betere gevechtspositie dan de Chinezen in Tibet.

Maar als die het Donglang-plateau in gebruik nemen, wordt het Indiase voordeel teniet gedaan. India is er dus veel aan gelegen om te voorkomen dat China de status quo met Bhutan doorbreekt. Blijkbaar genoeg om zijn troepen buiten het eigen territoir op te treden door Bhutan ongevraagd hulp te verlenen.

India en China weigeren vooralsnog in te binden en beide regeringen spreken steeds krachtiger spierballentaal. Maar werkelijk verontrustend is de snelle troepenopbouw in het gebied. Een (on)bedoeld incident kan hier eenvoudig escaleren en tot militair geweld leiden.

Pesterijen

Ondenkbaar is dat niet. China en India betwisten elkaar een gebied in Arunachal Pradesh, ten oosten van Bhutan, ter grootte van 138.000 vierkante kilometer; ruim drie keer zo groot als Nederland. In najaar 1962 voerden beide landen hier een korte, maar heftige grensoorlog. Die eindigde met een eenzijdig staakt-het-vuren van de Chinezen op 19 november, nadat Chinese troepen Indiase soldaten uit hun stellingen hadden verjaagd. Sindsdien zijn er af en toe kleinere confrontaties en wederzijdse pesterijen.

Meer opinie, elke dag in je inbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief >>

China en India hebben economisch en politiek alle belang bij een goede relatie. Maar van oudsher bekijken deze buren elkaar met diep wantrouwen. Er is geen ruimte voor twee tijgers op dezelfde berg, zegt een Chinees spreekwoord.

China is verbolgen dat India onderdak biedt aan de Dalai Lama en de Tibetaanse regering in ballingschap. India op zijn beurt vermoedt vuil spel in de innige band tussen China en aartsrivaal Pakistan en bekijkt Chinese investeringen, de ‘ketting van parels’, rond de Indische Oceaan met wantrouwen.

Niemand zit op een grensoorlog te wachten tussen de twee bevolkingrijkste landen ter wereld; twee majeure economieën bovendien. En je mag aannemen dat beide landen verstandig genoeg zijn om de spanningen te beheersen en af te bouwen.

Het zou mooi zijn als president Xi Jinping en premier Narendra Modi als ze elkaar in Hamburg ontmoeten een moment vinden om deze crisis te bezweren en over hun eigen schaduw heen te stappen. Indiase troepen hebben niets te zoeken op het plateau. Maar China zou er verstandig aan doen hier geen weg aan te leggen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.