Joppe Gloerich

Vrouwenvoetbal emanciperen? Speel met een kleinere bal!

Door Joppe Gloerich - 20 juli 2017

Vrouwenvoetbal, hoe sympathiek ook, haalt het niet bij mannenvoetbal. Dus waarom niet wat creativiteit om de verschillen te verkleinen?

Je moet het de initiatiefnemers van het EK voetbal voor vrouwen, tot en met 6 augustus in zeven Nederlandse speelsteden, nageven: ze hebben een uitstekend gevoel voor timing. In de zomer van 2017 hunkert het Nederlandse voetbalpubliek naar Oranje-succes na door de mannelijke internationals te zijn verwaarloosd.

Tel daarbij op een Tour de France ontdaan van Nederlandse klassementsrenners plus politieke kopstukken die zich verschansen achter gesloten formatiedeuren, en de media-aandacht voor de Oranje leeuwinnen is dezer dagen maximaal.

Het enthousiasme heeft verbitterde trekjes

Het is flauw om de plotselinge opwinding over de voetbalsters uitsluitend toe te schrijven aan de komkommertijd. Vrouwenvoetbal is een snel groeiende sport en heeft grote potentie. De volle stadions zijn de vrouwen van harte gegund – al zal die heldenstatus vermoedelijk tijdelijk blijken.

Wat wel wringt, is dat het enthousiasme nogal verbitterde trekjes vertoont. Alsof een jarenlange seksestrijd eindelijk is beslecht in het voordeel van de vrouwelijke voetballers. Zelfs sceptici als Johan Derksen en Leo Beenhakker zijn overstag.

Maar ironisch genoeg zit juist hun eigen emancipatiedrang de vrouwen in de weg. De teneur is: zie je wel, vrouwenvoetbal heeft niveau, dus waarom zouden we het minder serieus nemen dan mannenvoetbal? En kijk eens hoe benaderbaar de voetbalsters zijn vergeleken met de mannen. Hoe vrolijk de sfeer in de stadions, hoe zeldzaam schwalbes en ander wangedrag op het veld. Inderdaad, in die opzichten is vrouwenvoetbal een verademing. Maar laten we de vergelijking dan ook compleet maken.

Helaas is de kijker Messi en Ronaldo gewend

Wie dat doet, zal constateren dat in voetbaltechnisch opzicht de verschillen levensgroot zijn. Ook op het hoogste niveau is vrouwenvoetbal traag en niet erg dynamisch, en is het technisch gezien behelpen – vergeleken met de mannen welteverstaan. Allemaal heel logisch, gezien de fysieke verschillen tussen beide seksen. En helaas voor de vrouwen heeft de gemiddelde voetbalkijker Messi en Ronaldo als referentiekader.

Er is een eenvoudige oplossing, die door diezelfde emancipatoire krachten vaak als beledigend wordt ervaren. Maar waarom zouden we de verschillen tussen mannen- en vrouwenvoetbal niet een beetje verkleinen door de regels wat aan te passen? In veel sporten is dat al volstrekt normaal: vrouwelijke tennissers spelen minder sets, volleybalsters hebben een lager net en wielrensters een kortere koers. Niemand die daarom maalt.

Dus wie het beste voor heeft met de voetbalvrouwen, bepleit bijvoorbeeld een iets kleinere of lichtere bal, zodat het spel versnelt en er harder wordt geschoten. Of: een kleiner veld, dan wel grotere goals. Sta meer dan drie wissels toe, zoals ook op lagere amateurniveaus gebeurt. Speel drie keer 25 minuten in plaats van twee keer 45. Mogelijkheden genoeg om het vrouwenvoetbal aantrekkelijker te maken, ook voor wie zich niet wil verlagen tot banale suggesties als strakkere shirts en vrouwelijker tenues.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.