Jelte Wiersma

Hoe een Italiaans stadje Aziatisch-islamitisch wordt

Door Jelte Wiersma - 06 augustus 2017

In het Italiaanse plaatsje Monfalcone (27.000 inwoners) is bijna de helft van de kinderen buitenlands, vooral van havenarbeiders uit Bangladesh. Italiaanse twintigers en dertiger in Monfalcone krijgen nauwelijks kinderen. Nog enkele decennia en Monfalcone houdt op te bestaan als Italiaans-katholieke plaats en wordt Aziatisch-islamitisch, zo leert EU-correspondent Jelte Wiersma.

Rome wordt gehaat, Brussel was een gehoopt alternatief. Maar de euro, immigratie en de steeds grotere Duitse EU-macht veranderden dat. Zozeer zelfs dat inmiddels het Habsburgse keizerrijk dat al 99 jaar het plaatsje niet meer bestuurt, nog wordt geromantiseerd. Noordoost-Italië, het rijkste deel van het land, heeft geen hoop meer op een betere toekomst en grijpt naar het medicijn van de valse nostalgie. Waar dit soort heimwee opdoemt, is iets aan de hand.

Arbeidersparadijs

Monfalcone was decennialang een arbeidersparadijs. De scheepswerf uit 1918 bracht het kustplaatsje aan de Adriatische Zee welvaart. Passagiers-, marine-, en petroleumschepen werden er gebouwd. De oliecrisis van de jaren zeventig, goedkope Aziatische concurrentie en het einde van de Koude Oorlog maakten aan dit alles een einde. Maar de werf vond zichzelf in de jaren negentig opnieuw uit met de bouw van cruiseschepen, wanstaltige varende flats van achttien etages voor vooral de Amerikaanse markt.

De werf zorgde al die decennia voor alles. Het voetbal- annex atletiekstadionnetje, het clubhuis van de roeiclub, het theatertje. De hele middenstand kwam tot bloei dankzij de steeds beter verdienende arbeiders. Wat Philips was voor Eindhoven, was de Fincantieri-scheepswerf voor Monfalcone. Van 2.000 inwoners groeide het in 99 jaar naar 27.000 inwoners. Voor de arbeiders was verheffing hun glorie: een koophuis, auto en vrije tijd voor zichzelf, en subsidies en lage studiekosten voor hun kinderen om hen een betere toekomst te bezorgen. Hun stem was socialistisch.

Tot november 2016. De burgemeesterskandidaat van rechts (onder meer namens Lega Nord en Forza Italia) kreeg ruim 62 procent van de stemmen.

Wat is hier gebeurd?

Niet naar Azië; Azië naar Monfalcone

De Aziatische sloopkogel sloeg ook hier dan eindelijk toe. Eind jaren negentig dreigde de werf weer eens failliet te gaan, maar zoals altijd weigerde de Italiaanse staat als grootaandeelhouder de markttucht zijn zuiverende werk te laten doen. Naar het idee van de lokale notabelen bracht Fincantieri, Europa’s grootste scheepsbouwer, het werk niet naar Azië, maar haalde het Azië naar Monfalcone. Het gros van het werk werd met de zegen van Rome uitbesteed aan onderaannemers die goedkope Bengalen inhuurden die nooit klagen. Zo kon de werf in Monfalcone blijven.

Dat heeft nogal wat gevolgen. De islamitische Bengalen hebben al een moskee geopend, ’s avonds hangen de arbeiders in het aangeharkte stadscentrum rond de kerk en drinken bier uit eigen avondwinkels. De terrassen, die vroeger vol zaten met wijn drinkende Italianen, zijn deels gesloten. Die mijden ’s avonds het centrum. Uiteraard blijken de gepensioneerde arbeiders wel geïnteresseerd in het verhuren of verkopen van hun arbeidersflats aan de Bengalen om met de opbrengst in koelere, vrijstaande huizen achter hekken bij de kust te kunnen wonen.

Europijn

De kinderen van de arbeiders op hun beurt willen niet meer voor de Fincantieri-werf werken. Te zwaar en te vies. Maar met de diploma’s waar hun ouders van droomden en voor werkten, kunnen ze vaak alleen in het buitenland terecht. Fincantieri heeft maar een beperkt aantal banen voor hoogopgeleiden en de euro heeft de ooit zo competitieve en trotse ondernemers in Noordoost-Italië beschadigd. Zij betalen meer rente op leningen dan Duitse of Nederlandse concurrenten, terwijl hun kostprijs ondanks lagere lonen net zo hoog of hoger is.

Want de corrupte en bureaucratische Italiaanse staat onttrekt veel geld aan het noorden, verspilt een deel in Rome en geeft de rest aan het zuiden. Italië is een eurozone in het klein. En de staat houdt als eigenaar kunstmatig bedrijven zoals Fincantieri in leven. Door subsidies uit belastinggeld en het toestaan van de import van goedkope Aziatische arbeiders. Voor de ondernemers is het wettelijk juist bijna onmogelijk personeel te ontslaan en daarvoor goedkopere Aziaten in dienst te nemen. Afgezien van de wenselijkheid daarvan. Na Rome zit door de euro nu ook Brussel hen dwars.

De ondernemers zitten zo vast. Failliet gaan ze vaak niet, maar uitbreiden en jong personeel aannemen, dat zit er niet in. Geld voor innovatie ontbreekt. De hoogopgeleide kinderen van de arbeiders trekken daarom weg. 100.000 tot 150.000 van hen verlaten jaarlijks Italië. Daardoor en door massale pensionering van de vergrijsde bevolking is de werkloosheid in deze regio slechts 4 procent. De jongere achterblijvers die minder talentvol zijn of minder avontuurlijk, blijven werkloos en leven op papa’s en mama’s zak of doen relatief eenvoudig werk waarmee ze weinig verdienen.

Wel cocktails, geen kinderen

Op een cocktailfeestje – waaraan wel geld wordt besteed – in het nabijgelegen Duino blijken de twintigers en dertigers allemaal kinderloos. Ze drinken liever cocktails en zijn weinig hoopvol over de toekomst. Zonder baan of goed inkomen geen huis en zonder huis geen gezin, zo verklaren zij hun kinderloze bestaan.

De Bengalen daarentegen zijn dol op kinderen krijgen.  Op de basisscholen is al 44 procent van de kinderen Aziatisch-islamitisch. Daar komen de immigranten nog bij die in Zuid-Italië aankomen en door Rome over het hele land worden verspreid – ook naar het recent nog volledig blank-katholieke Noordoost-Italië. Scholen hebben zelfs gescheiden klassen ingesteld, want de Italiaanse kinderen zijn soms in de minderheid. En dat vinden hun ouders niet fijn. Langzamerhand dringt door dat Monfalcone in enkele decennia wel eens kan zijn veranderd van een Italiaans arbeiders- en middenstandersparadijs in een Afrikaans-Aziatische, islamitische enclave.

Dat vooruitzicht bracht rechts aan de macht en drijft de heimwee naar het Weense bestuur dat de grens w­el sloot, naar grote hoogten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.