Jelte Wiersma

Goed dat Merkel streep zet door EU-lidmaatschap Turkije

Door Jelte Wiersma - 04 september 2017

De Duitse bondskanselier Angela Merkel (CDU) zei zondagavond in een debat met haar tegenstrever Martin Schulz (SPD) dat ze niet wil dat Turkije lid wordt van de Europese Unie. Het heeft even geduurd, maar eindelijk lijken Europese regeringsleiders uit hun droomwereld te zijn ontwaakt en zien zij de werkelijkheid onder ogen.

De in juni dit jaar overleden Duitse bondskanselier Helmut Kohl (en Merkels mentor) zei al: ‘Europa eindigt waar de kerktorens eindigen.’ Daarmee maakte Kohl expliciet een koppeling tussen Europa en het christendom. Dat die koppeling niet zo vreemd is, bewijst Turkije. Dit land is sinds 1963 geassocieerd met de voorlopers van de Europese Unie. In het licht van de Koude Oorlog was Turkije een strategische partner in de omsingeling van de Sovjet-Unie en daarom naar Amerikaanse wens ook NAVO-lid. Maar van een democratische rechtsstaat was en is nooit sprake geweest.

Het probleem van Turkije is de islam

Turkije-grondlegger Mustafa Kemal Atatürk wist in 1923 al wat het grote probleem was in zijn land: de islam. Hij verbood naar Frans voorbeeld religieuze uitingen in het publieke domein, voerde het Latijnse schrift in en maakte het leger tot hoeder van de seculiere Grondwet. Dit leger pleegde telkens staatsgrepen als islamitische partijen invloed op het landsbestuur dreigden te krijgen. Het leger deed dit omdat het wist dat de islamieten Turkije wilde ombouwen tot een islamitische staat en daarmee via democratische weg een einde zouden maken aan de democratie. Daarmee bewees Turkije telkens dat islam en democratie moeizaam samengaan.

Sinds Recep Tayyip Erdogan in 2003 een hoofdrol verwierf in de Turkse politiek, doet hij er alles aan om het leger, de rechtbanken, scholen en media naar zijn hand te zetten en te schonen van seculiere of concurrerende islamitische krachten. Na de mislukte staatsgreep in juli 2016 heeft Erdogan dat nog eens opgevoerd.

Chirac hield Turkije voor de gek

Iedereen die oplette, kon de Erdogans islamitische anti-Atatürk-agenda al waarnemen vóór zijn aantreden als premier in 2003. Maar de Duitse kanselier Gerhard Schröder (SPD) en de Franse president Jacques Chirac (UMP) sloten in 2004 een akkoord. Zij zagen een Europees Turkije als een versterking van Europa tegen de werelddominantie van de Verenigde Staten en openden de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de Europese Unie (EU). Schröder viste zo naar de Turks-Duitse stem. Chirac meldde vilein wel een referendum over eventuele EU-toetreding van Turkije te steunen. Hij wist dat een meerderheid van de Fransen en ook de rest van Europa tegen was, en nog altijd is. Zo hield hij Turkije voor de gek. De Europese christen-democraten hielden zichzelf voor de gek en dachten dat Erdogan een soort CDA-leider was.

Geert Wilders (PVV) hield wel aan Kohls analyse vast. Hij stapte in 2004 uit de VVD omdat hij weigerde steun te geven aan toetredingsonderhandelingen met Turkije. Dertien jaar later maakt Merkel zoals het ernaar uitziet een eind aan deze onderhandelingen. Daarmee lijkt eindelijk ook een einde te komen aan een lijdensweg waarin iedereen zichzelf en anderen voor de gek hield. Turkije is geen Europees land, want islamitisch. Beëindiging van de onderhandelingen zou een zegen zijn – dan kunnen Turkije en de EU eindelijk weer eens normaal met elkaar omgaan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.