Jelte Wiersma

Sinterklaas- en kerstinkopen maken China militair weer een beetje sterker

Door Jelte Wiersma - 29 december 2017

Het massale geconsumeer tijdens de feestdagen heeft een wrange bijsmaak. China levert de  iPhones, Samsung-televisies en andere gewilde producten. Maar door die te kopen, maken westerlingen het imperialistische en steeds agressievere China met de dag sterker, schrijft Jelte Wiersma.

Napoleon Bonaparte noemde China ruim 200 jaar geleden een slapende leeuw. ‘Laat haar slapen, want als ze wakker wordt, zal ze de wereld doen wankelen.’ De Amerikaanse president Richard Nixon trok zich daar niets van aan en reikte in 1972 China de hand, in het licht van de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie. Sindsdien ontwikkelde China zich tot een supermacht. Nixon meldde in 1994 omzichtig dat hij achteraf twijfels had of zijn handreiking wel zo verstandig was geweest.

Het antwoord kan in de laatste dagen van 2017 vooralsnog zijn: dat was onverstandig.

China doet zonder schroom aan landjepik

De Chinese permanente vertegenwoordiging bij de Europese Unie organiseerde recent in Brussel een receptie en liet op een televisiescherm een kaart zien van China waarin de Zuid-Chinese Zee als Chinese binnenzee was ingetekend. Afwisselend werd de Chinese militaire kracht getoond. Een woedende EU-official beende demonstratief de zaal uit. Zonder schroom liet China weten aan landjepik te doen en dat met militaire middelen kracht bij te zetten. De grootschalige investeringen in bestaande en kunstmatig opgespoten eilanden in de Zuid-Chinese Zee die worden opgetuigd als militaire bases, laten daarover geen misverstand bestaan.

Van de Verenigde Staten, Canada en Europa zou je verwachten dat zij dit imperialistische China geen of minder ruimhartig toegang geven tot hun markten. In de Koude Oorlog kreeg de Sovjet-Unie logischerwijs ook al geen vrije toegang tot westerse markten. En Rusland heeft na de overname van de Krim van Oekraïne een deel van de toegang tot westerse markten verloren en – belangrijker – kan allerlei westerse techniek en kennis niet meer importeren. China mag zo’n beetje onbelemmerd westerse hoogtechnologische bedrijven kopen.

Militaire kracht met de opbrengst van goederen

Ronald Reagan voerde als president van de Verenigde Staten in de jaren tachtig de militaire wapenwedloop met de Sovjet-Unie op in de veronderstelling dat Moskou die wedloop niet kon volhouden of er in elk geval onder zou lijden. Heden ten dage opereert het Westen omgekeerd. Door de Chinezen toegang te geven tot westerse markten, kunnen westerse consumenten massaal Chinese goederen kopen. Met de opbrengsten ontwikkelt China militaire kracht.

Waar Reagan de Sovjet-Unie probeerde te verzwakken, versterken westerse leiders van nu het misschien wel gevaarlijker China juist. De Amerikaanse president Donald Trump reageert vooralsnog mondjesmaat. Hij verhoogt het defensiebudget, maar of dat genoeg is om China in toom te houden, is op zijn minst twijfelachtig.

Ook is het maar de vraag of het logische andere machtsmiddel – het beperken van Chinese toegang tot westerse markten en westerse techniek –genoeg effect heeft. Het land is nog zeer afhankelijk van export naar Amerika en Europa, maar ontwikkelt in hoog tempo een binnenlandse consumptie- en diensteneconomie.

Westen heeft Chinese producten niet nodig

Wat Amerika en Europa wel kunnen doen, is allerlei Chinese producten van de markt weren. Europa heeft geen Chinees staal nodig, Amerika kan de iPhones wel in eigen land of andere  democratische naties maken. Eigenlijk heeft het Westen helemaal niets van China nodig dat het niet zelf kan maken of kan laten maken in landen met opvattingen en een cultuur die gelijkwaardiger zijn aan die in het Westen. Andersom: Amerika en Europa verkopen dan wel veel spullen aan China, maar de westerse handelstekorten zijn zo hoog dat dit niets oplevert, behalve een stroom van westers geld naar China.

Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en de Amerikaanse president Trump zien de gevaren en zitten beiden op de lijn dat allerlei Chinese producten niet meer binnen mogen komen. Maar Juncker is als Commissievoorzitter per definitie vrij zwak. Trump had en heeft een gezonde scepsis tegenover China, maar lijkt vooralsnog niet door te willen pakken.

Vrees voor Trumps protectionisme

Elke dag dat er niets gebeurt, is winst voor China. Want elke dag dat de winkelende westerlingen hun spullen kopen, vloeit er geld naar Pekings schatkist waarmee het militaire kracht kan opbouwen en de bevolking afkopen – welvaart in ruil voor gehoorzaamheid aan de Communistische Partij.

Het was niet voor niets dat de Chinese president-dictator Xi Jinping dit jaar zowel in Davos tijdens het Economisch Forum als tijdens de G20-top in Hamburg pleitte vóór vrijhandel. Allerlei westerse zakenlui jubelden voor Xi en ook een aantal Europese regeringsleiders. Zij vrezen een protectionistische koers van Trump.

Zijn zij de wijze woorden van Napoleon en de – te late – twijfel van Nixon vergeten? Van zakenlui valt weinig te verwachten. Zij denken op korte termijn en willen toegang tot de Chinese markt en goedkope productie aldaar. Van consumenten valt ook al weinig te verwachten. Zij willen veel spullen kopen voor lage prijzen. Maar van regeringsleiders mag meer worden verwacht. Chinezen denken in decennia, eeuwen zelfs – zoals staatsmannen horen te doen. Nu de westerse leiders nog.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.