Gertjan van Schoonhoven

Politiek kan niet om enorm anti-referendum-kamp heen

Door Gertjan van Schoonhoven - 07 april 2016

De felicitaties aan het nee-kamp waren woensdagavond niet van de lucht, bijna tot vervelens toe ook uit het ja-kamp. Dat gebeurde weliswaar met de spreekwoordelijke boer-met-kiespijn-gezichten, maar het was natuurlijk niet meer dan terecht: het ja-kamp heeft een heel, heel pijnlijke nederlaag geleden.

Overdonderend

Het ja-kamp had het associatie-akkoord van de EU met Oekraïne een grotere dienst bewezen als het gewoon was thuisgebleven. Dan was het opkomstpercentage van 30 procent nooit gehaald en was het referendum ongeldig geweest.

ANP-44111358Ontnuchterend: referenda worden in EU vaak genegeerd
Lees het commentaar van Jelte Wiersma >

Over thuisblijven gesproken: er is iets voor te zeggen dat dát kamp eigenlijk de grote winnaar is geworden van het Oekraïne-referendum. Bij normale verkiezingen tel je niet mee in het democratische proces als je niet gaat stemmen. Maar dat was bij dit referendum anders. Niet-stemmen was voor veel kiezers ditmaal nadrukkelijk ook een (strategische) stem: namelijk de enige manier waarop je kon laten blijken tegen referenda te zijn.

Politiek feit

Dit kamp heeft, zou je kunnen zeggen, een tamelijk overdonderende overwinning behaald: bijna 70 procent van de Nederlanders. Uiteraard zitten daar de nodige Nederlanders bij die gewoon te lui of te ongeïnteresseerd waren om te gaan stemmen. Maar het heeft er alle schijn van dat het kamp van ‘bewuste thuisblijvers’ – tegenstanders dus van referenda – in Nederland groter is dan dat van de nee-zeggers, die nu als ‘grote winnaar’ worden gepresenteerd.

Ook dit is een politiek feit waar de politiek ‘niet omheen kan’, om een dezer dagen veelgebruikte uitdrukking te hanteren. De Tweede Kamer heeft de mogelijkheid van dit soort raadgevende referenda zelf gecreëerd. Dezelfde Kamer mag nu aangeven hoe we er weer van afkomen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.