Afshin Ellian Afshin Ellian

Een cultuur die woorden vreest, is ten dode opgeschreven

Door Afshin Ellian - 13 mei 2016

Taal is een wonderlijke uitvinding. We worden geboren in de taal, we leven in de taal en we gaan dood in de taal. Woorden vormen de onzichtbare wereld waarin wij leven. Politieke, juridische en literaire handelingen vinden hun oorsprong in de taal. Politiek zonder taal bestaat niet.

Een onaangekondigde oorlog wordt misdadiger geacht dan een aangekondigde oorlog. Een oorlogsverklaring is in de eerste plaats een talige handeling. Taal is een vloek en een zegen voor de mens. Bedreigde intellectuelen en dissidenten hebben een rijke, pijnlijke ervaring met de gevaren van woorden.

In de voorbije maanden werden in Bangladesh enkele atheïstische intellectuelen vermoord. Deze seculieren stonden op de dodenlijst van de lokale afdeling van Al-Qa’ida en zijn vermoord vanwege de woorden die ze gebruiken. Dat waren geen onfatsoenlijke woorden. Maar fanatici zijn bang dat deze kritische woorden een hele generatie jonge moslims kunnen veranderen, en blijvend zullen beïnvloeden.

16els019z001Deze week in ElsevierWelke woorden moet je kennen om het immigratiedebat te begrijpen?

‘Het ABC van veranderend Nederland’ >

Woorden kunnen niet worden vermoord, noch kunnen ze worden aangehouden of ter verantwoording worden geroepen. Daarom koesteren sommigen de hoop om met het doden van sprekers de woorden te doen vergeten.

In 1990, één jaar nadat imam Khomeini de schrijver Salman Rushdie ter dood had veroordeeld, schreef de ondergedoken schrijver een essay met veelzeggende titel: ‘Is er dan niets meer heilig? Over religie en literatuur.’ Rushdie memoreert in het essay aan een lezing van Arthur Koestler (1905-1983), een Hongaars-Britse intellectueel die beroemd werd met zijn roman Nacht in de middag, verschenen in 1946. Het verhaal begint met de arrestatie van een bolsjewist door de geheime dienst van het bolsjewisme. De arrestatie veranderde hem in een dissident. Ook bij de bolsjewisten gingen het om woorden.

Totems

In zijn lezing poneerde Koestler de stelling dat taal niet het territorium, maar de hoofdzaak van agressie is. Wanneer een taal het niveau bereikt om de abstracte begrippen te scheppen, ontstaan totems, aldus Koestler. Mensen gaan daarin geloven en trekken ervoor ten strijde.

Om deze stelling kracht bij te zetten, vertelde hij een anekdote over twee stammen apen die op een noordelijk eiland van Japan leefden.  Ze leefden vlak bij elkaar in een bos bij een rivier. De twee stammen waren voornamelijk bezig met het eten van bananen en andere aangename zaken. Een paradijselijke voorstelling van het apenleven.

Op een dag besluit een van die stammen om de bananen te wassen alvorens ze te consumeren. En dus werden de bananen gewassen in de rivier. De andere stam weigerde deze traditie over te nemen. Zou deze ontwikkeling hebben geleid tot een oorlog over de geldigheid van die nieuwe traditie? Zou de ene stam hebben geprobeerd zijn traditie aan de andere stam op te leggen? Nee, zegt Koestler. Ze leefden nog steeds vrolijk en zonder conflicten naast elkaar. Hoe was dat mogelijk, vroeg Koestler zich af.

Heilige oorlog

Zijn antwoord, opgetekend door Rushdie, is buitengewoon interessant. ‘Dat kwam doordat hun taal te primitief was om ze in staat te stellen een totem te maken van ofwel het wassen van bananen ofwel het eten van ongewassen bananen. Hadden ze beschikt over meer verfijnde taal, dan zouden zowel natte als droge bananen gewijde objecten zijn geworden, die in het centrum van een godsdienst stonden – met als gevolg, pas op!, een heilige oorlog.’

Of, om een uitdrukking van Ebru Umar te gebruiken: de apen zouden zich de blaren op hun tong hebben gesproken.

Elsevier onderzocht ‘het ABC van de multiculturele samenleving‘. Gertjan van Schoonhoven en Sebastien Valkenberg stelden een lexicon samen van gevoelige, soms riskante woorden: allochtoon, burqa, cartoons, discriminatie, fascisme, gelukzoeker, haatimam, islamofobie, knuffelcultuur, klikturken, lokhomo, Zwarte Piet, vol=vol, et cetera.

Klikken

Lees dit stuk vooral, het is belangrijk voor uw veiligheid, uw welzijn en de omgang met uw sociale omgeving. Zo kun je met een klikturk beter niet over Turkije praten. En het is onverstandig om met een haatimam over de aangename aspecten van cartoons te praten. Erg riskant allemaal. De blaren op de tong moeten niet al te zwaar worden belast. De Nederturk, of althans sommige Nederturken – het woordje ‘sommige’ is al een risicoverminderend begrip – heeft de neiging tot klikken tegen de sultan van Ankara.

Ondanks alle risico’s die intrinsiek verbonden zijn aan woorden, besloot Jezus Christus (met Pinksteren) om zijn vrienden, de apostelen, op te dragen om zijn boodschap in alle talen te verspreiden. Het liep niet goed af met hen. In den beginne was het woord, met alle gevolgen van dien.

Maar als de mens niet in woorden was geboren, leefde hij in de natuurlijke duisternis van de taalloosheid. Woorden zijn er om de menselijke existentie te verlichten. Een cultuur die mensen doodt en bedreigt wegens een aantal woorden, is ten dode opgeschreven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.