Simon Rozendaal

Goed dat minister korting op medicijnen bedingt, maar systeem blijft raar

Door Simon Rozendaal - 14 juni 2016

Minister Edith Schippers (VVD) heeft in onderhandelingen met geneesmiddelenfabrikanten tot 203 miljoen euro prijskorting bedongen, zo schrijft ze aan de Tweede Kamer.

Dat is goed nieuws, zo lijkt het. De prijzen van medicijnen rijzen de pan uit en het is de burger die dat uiteindelijk opbrengt – via belastingen dan wel premies van de ziektekostenverzekering. Dus hoe meer korting de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bedingt, hoe beter.

ANP-35296602Nederlanders slikken weinig pillen, maar is dat positief?
Lees verder >

Of de korting echt 203 miljoen in 2018 zal bedragen, is niet duidelijk. De minister heeft met afzonderlijke fabrikanten onderhandelingen gevoerd en de kortingen hangen af van hoe vaak de medicijnen worden voorgeschreven. De echte voordelen kunnen pas achteraf in kaart worden gebracht. Zo meldt het ministerie dat er in 2014 door de onderhandelingen 13,9 miljoen euro is bespaard op een medicijnenbudget van 95,9 miljoen euro.

De bedragen zijn overigens niet te checken. De farmaceutische industrie doet geen mededelingen. Het ministerie meldt zelf dat de industrie geheimhouding heeft bedongen in ruil voor de korting.

Minister Schippers houdt achtste Elsevier/HJ Schoo-lezing

Zonnige oorzaak

Al met al is het een raar systeem. Fabrikanten stellen prijzen vast volgens een systeem dat niet altijd even begrijpelijk is. Dan worden in elk land door de minister afzonderlijke onderhandelingen over kortingen gevoerd en schept iedere minister daarover op.

Er komen steeds vaker geneesmiddelen op de markt die daadwerkelijk genezen. Zo is veel van de huidige commotie ontstaan door het middel Sovaldi, van de firma Gilead. Met dit medicijn en andere antivirale middelen kan voor het eerst in de geschiedenis hepatitis C – een ziekte waaraan wereldwijd jaarlijks 350.000 mensen overlijden – worden genezen in een kuur van drie maanden.

In de Speciale Editie Gezondheids ABC zijn de beste stukken uit Elsevier over de gezondheid van het lichaam geselecteerd en zo gepresenteerd dat een beeld ontstaat van wat de medische stand anno 2015 vermag. Meer informatie>

Het bedrijf vraagt daar een prijs voor die is gebaseerd op de kosten van het enige echte alternatief: een levertransplantatie, zo’n 70.000 euro. Daar zit onmiskenbaar logica achter, maar de consequentie is dat de kosten van één pilletje 1.000 euro zijn, terwijl het maar anderhalve euro kost om hem te produceren. Dat er zo veel ophef is over de prijzen heeft wel een zonnige oorzaak.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.