Fred Sengers

Hoe lang houdt China vast aan riskant schaakspel op zee?

Door Fred Sengers - 02 juni 2016

Dat Chinese vissers overal in Aziatische wateren opduiken is niet nieuw. Dat de Chinese kustwacht ze te hulp schiet als ze in de problemen komen, is dat wel.

Deze week meldde de Indonesische marine voor de tweede keer dit jaar een actie tegen Chinese vissers in de wateren rond de Natuna-eilanden. In maart werd het vissersschip Kway Fey nog bevrijd door een Chinees kustwachtvaartuig voordat het naar een Indonesische haven kon worden gesleept. Dit keer hadden de Indonesiërs een groter schip meegenomen.

Het fregat Oswald Siahaan vuurde een aantal keer op de Chinese kotter toen die dreigde te ontsnappen. Daarbij werd de mast van de Gui Bei Yu-27088 geraakt, aldus de Indonesische marine. Nadat militairen de achtkoppige bemanning hadden gearresteerd, werd de kotter op sleeptouw genomen. Een Chinees kustwachtvaartuig dat op een noodoproep van hun landgenoten was afgekomen, kon daar dit keer niets tegen uitrichten.

In de problemen

Dat Chinese vissers overal in Aziatische wateren opduiken is niet nieuw. Dat de Chinese kustwacht ze te hulp schiet als ze in de problemen komen, is dat wel. En dat nog wel in het zuidelijkste puntje van de Zuidchinese-Zee rond eilanden waarvan China nota bene erkent dat ze tot Indonesië behoren.

Het vorige incident leidde tot een fikse diplomatieke rel. Dat de regering in Jakarta voor de tweede keer in korte tijd wordt uitgedaagd is opvallend. Met de bemoeienis van de Chinese kustwacht is voor de Indonesische regering duidelijk een grens overschreden. Jakarta houdt zich doorgaans buiten het conflict dat China met andere landen rond de Zuidchinese-Zee heeft, maar wordt nu gedwongen een standpunt in te nemen.

China-deskundige Fred Sengers publiceert op Blogaap.nl dagelijks het belangrijkste nieuws uit en over China op politiek, economisch en cultureel gebied. blogaap

Schaakspel

Aan landzijde heeft de Volksrepubliek met twaalf van zijn veertien buurlanden afspraken gemaakt over grensscheiding. In feite heeft het alleen met India een serieus territoriaal conflict. Hoewel er regelmatig wederzijds speldenprikjes worden uitgedeeld, zijn beide landen verstandig genoeg de status quo niet te doorbreken. De Chinees-Indiase relaties zitten in de lift, dus waarom zou je dat om een strook onherbergzaam terrein allemaal op het spel zetten?

Aan zeezijde is de situatie compleet anders. Hier speelt China een schaakspel op meerdere borden tegelijk. In de Oostchinese-Zee met Japan. In de Zuidchinese-Zee met Vietnam, de Filipijnen, Brunei, Maleisië en Indonesië. En dan heb ik de prioriteit van China’s buitenlandse beleid, Taiwan, nog niet eens genoemd.

Voor wie het spelletje beheerst, is simultaanschaken een interessante variant. Maar hoe hoger het tempo, hoe groter de kans op fouten. Zelfs grootmeesters worden weleens verrast als zij hun aandacht over meerdere borden tegelijk moeten verdelen.

Driftig tempo

Je kunt je afvragen waarom China in zo’n driftig tempo pionnen over de borden schuift. Militaire analisten denken dat China gebruik wil maken van wat zij ‘een periode van strategische kansen’ noemen. Volgens die doctrine kan China zijn macht uitbreiden zolang andere landen zich niet bedreigd voelen door zijn opkomst.

Met andere woorden: China probeert de bordjes te verhangen in een periode waarin naburige landen zijn kracht en achterliggende intenties onderschatten. Zolang andere landen profiteren van China’s economische opkomst, zullen zij hen geen strobreed in de weg leggen. Pas als die opkomst ten koste gaat van andere landen, nemen zij tegenmaatregelen en organiseren zij zich door samen te werken.

Japanse spierballen

Als die redenatie klopt, dan lijkt het venster van strategische kansen op zijn einde te lopen. President Xi Jinping verraste vriend en vijand met de mededeling dat hij hereniging met Taiwan niet aan volgende generaties wil overlaten. Maar nu de Taiwanese bevolking president Tsai Ing-wen heeft gekozen en haar democratisch progressieve partij aan een parlementsmeerderheid heeft geholpen, is één China voor de komende jaren uit het zicht geraakt.

Japan schroeft zijn defensiebudget op, laat de spierballen rollen bij de Senkaku-eilanden en versterkt zijn militaire aanwezigheid in de eilandengordel tussen de Oostchinese-Zee en de Stille Oceaan. Vietnam, de Filipijnen en Indonesië versterken hun marines en schurken nadrukkelijk tegen de Verenigde Staten aan. De Filipijnen zijn een juridische strijd met China aangegaan door een zaak bij het VN-hof van arbitrage over zeggenschap over de zee aan te spannen.

De Amerikaanse Zevende Vloot daagt het Chinese militaire apparaat voortdurend uit rond de kunstmatige eilanden die Peking in de Zuidchinese-Zee heeft gecreëerd. De Australiërs en Japanners doen dat trouwens ook, maar geven daar geen ruchtbaarheid aan.

Complex

De grote vraag is hoe China op die toenemende weerstand gaat reageren, afgezien van de publieke verontwaardiging dat het in zijn trots en belangen wordt aangetast. Een Calimero-complex gaat China internationaal niet verder helpen.

China is sneller dan de beleidsmakers hadden verwacht toe aan een herijking van zijn buitenlands beleid, waarbij het minder vertrouwt op zijn economische overwicht, zijn buurlanden als gelijkwaardig behandelt en gericht op samenwerken. Dat is misschien slecht nieuws voor de wapenindustrie, maar het zal de economie in Zuidoost-Azië rugwind geven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.