Geerten Waling

Trump wijst Amerika erop dat democratie niet zonder oppositie kan

Door Geerten Waling - 30 augustus 2016

Historicus Geerten Waling reist deze zomer voor elsevier.nl door de Verenigde Staten, op zoek naar de ziel van de Amerikaanse democratie. 

‘Zich bemoeien met het bestuur van de samenleving en erover praten, dat is de belangrijkste zaak en, min of meer, het enige plezier dat een Amerikaan kent.’

– Alexis de Tocqueville, Over de democratie in Amerika (1835-1840)

De zelfverzekerde Amerikaanse democratie fascineerde Tocqueville tweehonderd jaar geleden al, maar nog altijd kijken Europeanen graag in de spiegel aan gene zijde van de Atlantische Oceaan. Vorige week schreef ik over de Amerikaanse democratie die ‘het volk’ centraal stelt als machtsfactor.

Lees deze eerdere blog van Geerten Waling: ‘Een fraai alternatief voor lelijke Amerikaanse democratie is er niet
2016-06-22 00:00:00 WASHINGTON, DC - JUNE 22: U.S. House Minority Leader Rep. Nancy Pelosi (D-CA) (C) speaks during a news conference on gun control June 22, 2016 on Capitol Hill in Washington, DC. House Democrats are staging a sit-in on the House floor to demand Speaker Rep. Paul Ryan (R-WI) not to recess the House without voting on legislation including the bipartisan ÔNo Fly, No BuyÕ legislation and a universal background check bill. Alex Wong/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY ==

Dat is de eerste van drie voorwaarden waaraan een cultuur moet voldoen om een bloeiende democratie voort te brengen – en die al aanwezig zijn in de Verenigde Staten sinds hun oprichting. Vandaag behandel ik de tweede voorwaarde voor het ontstaan van een democratie: de erkenning van oppositie.

Een radicaal open debat

Democratie is een voortdurend conflict tussen verschillende ideeën en belangen. Dat is niet altijd mooi, meestal zelfs ronduit lelijk, maar het hoort erbij. Het agressieve publieke debat in Amerika, waarin voor de meest radicale opvattingen ruimte is, wordt al sinds 1791 ondersteund door het eerste amendement bij de Grondwet: de vrijheid van meningsuiting, religie, pers, petitie en vereniging.

De praktijk hiervan komt op ons soms wat bizar voor. Of het nu gaat om nazisympathieën in een Joodse wijk, opdringerige protesten bij een abortuskliniek, antihomodemonstraties op de begrafenis van een homo, de verspreiding van complottheorieën of openlijk anarchisme – in het publieke domein mag in principe elk standpunt worden geuit in woord en beeld.

Dit radicaal open publieke debat geldt in theorie ook voor het politieke debat in de verschillende volksvertegenwoordigingen. Kandidaten met de raarste ideeën zouden op een stembiljet moeten kunnen staan en een gooi doen naar de volksgunst. Dat is wat de democratie vitaal maakt: politici en bestuurders moeten te allen tijde rekening houden met oppositie. Dat dwingt hen om gevestigde ideeën telkens weer te beargumenteren en onwenselijke gedachten met argumenten te bestrijden. Oppositie is dus een waarborg tegen politieke en intellectuele luiheid.

Twee partijen, één mening?

Opvallend genoeg lijkt dat waarborgmechanisme juist in de Verenigde Staten aan corrosie onderhevig. Het kiesstelsel verdeelt de electorale koek over twee politieke partijen, die allebei al decennialang zijn vastgeroest in hun organisatiestructuur, programma’s, ambities en ook in de rekrutering van kandidaten. De plotselinge steun voor outsider Donald Trump toont de publieke onvrede met dit systeem.

Er is geen echte oppositie meer, klinkt het verwijt. Geen werkelijke botsing van ideeën, het is ‘ons kent ons’. De Republikeinse Bush-familie is nauw bevriend met de Democratische Clintons. Veel hooggeplaatste republikeinen vinden eigenlijk hetzelfde als de Democraten. Ze verkeren in dezelfde kringetjes in Washington D.C. en verschillen hooguit op procentpunten van mening.

Volksverlakkerij?

Het imago van de twee partijen doet denken aan de VVD en de PvdA. Die doen ook alsof ze elkaars aartsvijanden zijn, maar zitten vervolgens een kabinetsperiode lang gemoedelijk samen in de Trêveszaal. De vraag is nu: is dit volksverlakkerij van een regentenkliek? Of geeft het juist blijk van een democratische houding? Want wie erkent dat oppositie mogelijk (en zelfs nodig) is, die zal immers ook volwassen genoeg zijn om met politieke vijanden toch door één deur te kunnen. Om schuimbekkend tegenover elkaar aan het spreekgestoelte te staan, maar daarna samen een biertje te drinken.

Anders dan Europa, dat een lange autoritaire geschiedenis kent, is Amerika geboren uit politieke strijd. Als geen andere democratie weet zij dat oppositie erbij hoort. Wellicht is het onderdeel van de democratische zelfcorrectie dat er altijd mensen als Trump zullen opstaan om haar daaraan te herinneren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.