Simon Rozendaal

Luister toch niet naar die bangmakerij over ‘kunstgraskanker’

Door Simon Rozendaal - 10 oktober 2016

Natuurlijk kan het geen kwaad dat de de risico’s van rubberkorrels in kunstgras nog eens een keer grondig worden onderzocht. Maar vooralsnog is er een houvast voor angstige burgers: onze leefomgeving is nog nooit zo schoon en veilig geweest als nu, schrijft Simon Rozendaal.

Als het woord kankerverwekkend valt, verdampt het gezonde verstand. Al in het boek Silent Spring uit 1960 van de Amerikaanse biologe Rachel Carson – moeder van de milieubeweging – staat de voorspelling dat de mensheid massaal kanker gaat krijgen door alle kankerverwekkende stoffen die de industrie over ons heen stort.

Hysterie rond kankerverwekkende stoffen

De auteur van dit artikel heeft aan het begin van deze eeuw geturfd hoe vaak er een hysterie rond kankerverwekkende stoffen was: benzopyreen in zonnebloemolie (mei 2000), dioxine in paling (september 2000), linolzuur in margarine (februari 2001), chlooramfenicol in garnalen (augustus 2001), acrylamide in chips en brood (februari 2002). Om het half jaar wordt ons een nieuwe bron van kanker aangepraat.

Op donderdag 13 oktober 2016 heeft de allereerste Avond van de Chemie plaats in Leiden. Wetenschapsredacteur van Elsevier Simon Rozendaal is een van de sprekers. Hij zal spreken over de vooruitgang in de wereld >
2004-05-04 00:00:00 NIEUWSLICHT Simon Rozendaal, Paul Witteman Copyright Kippa

De ervaring leert dat dit een week of twee duurt en dan ebt het weer weg. Hype, hype, hoera. Is er nog iemand die nog weet dat er ooit commotie was over kankerverwekkende dioxine in de moedermelk of kankerverwekkende ‘pak’s’ in barbecuevlees, laat staan dat er nog mensen zijn die zich daar druk over maken?

Burgers de stuipen op het lijf gejaagd

Nu is het dan weer kunstgras. Daarin zitten vermalen autobanden en uit die rubberkorreltjes komen pak’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), weekmakers en nitrosaminen vrij. Allemaal kankerverwekkend. Maar ja, overal om ons heen zitten kankerverwekkende stoffen. In de lucht, in ons voedsel, in onze kleding, enzovoorts. Daar gaat het niet om, het is belangrijk of die stoffen daar in zulke concentraties voorkomen dat ze daadwerkelijk een risico vormen. Welnu, alle wetenschappelijke autoriteiten die er naar hebben gekeken (het Nederlandse RIVM, het Europese ECHA) melden dat er geen risico’s lijken te zijn.

Maar dan komt vorige week een tv-programma (Zembla) dat zegt dat het wel zo is en dat het onderzoek van het RIVM niet deugt. Het land staat op zijn kop, ouders durven hun kinderen niet te laten voetballen en bij de VARA knallen de kurken: yes, we hebben het land weer eens de stuipen op het lijf gejaagd, goed voor de kijkcijfers!

Onderzoek kan nooit kwaad

Het probleem dat nu dus al een jaar of zestig aanhoudt, met elke keer een iets andere gedaante, is het begrip kankerverwekkende stof. Die betiteling komt tot stand in een laboratorium. Als er in DNA mutaties ontstaan door een substantie of wanneer proefdieren er tumoren door krijgen – waarbij die stoffen in absurde hoeveelheden worden toegediend, dan heet zo’n stof kankerverwekkend.

Maar dat betekent helemaal niet dat zo’n stof in werkelijkheid ook kanker veroorzaakt. Zoals de gerenommeerde Amerikaanse biochemicus Bruce Ames (hij ontwikkelde een test waarmee wordt vastgesteld of een stof mutageen en dus mogelijk kankerverwekkend is) al in 1991 in dit weekblad zei: ‘Kankerverwekkende stoffen veroorzaken in werkelijkheid bijna nooit kanker.’

Natuurlijk kan het geen kwaad dat het RIVM en het Europese ECHA de risico’s van rubberkorrels in kunstgras nog eens een keer grondig uitzoeken maar vooralsnog is er een houvast voor angstige burgers: onze leefomgeving is nog nooit zo schoon en veilig geweest als nu. Mede daarom leven we dertig jaar langer dan onze overgrootouders.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.