Afshin Ellian Afshin Ellian

Zonder ideologische strijd tegen islamisme zal terreur blijven bestaan

Door Afshin Ellian - 26 oktober 2016

Ooit was het ontzaglijk moeilijk om de overheid ertoe te bewegen acties te ondernemen tegen het islamitische terrorisme. Men zag in gewelddadige acties van jihadisten geen groot gevaar voor de mondiale vrede.

Ook waren er verstandige mensen die met een beroep op sociale wetenschappen de actieve strijd tegen het jihadisme onverstandig vonden, omdat de overheid daarmee haar eigen vijand zou organiseren.

Ze verwezen vaak naar het extreemlinkse terrorisme uit de twintigste eeuw. De RAF (De Rote Armee Fraktion) en andere terroristische organisaties zouden vanzelf verdwenen zijn. Maar eigenlijk had de verdwijning van deze groepen te maken met twee factoren: het antiterreurbeleid en de ideologische strijd.

Links extremisme is makkelijker te bestrijden dan jihadisme

De ideologische strijd tegen het marxistische terrorisme leidde tot de totale vernietiging van dit type terreur. De ideologie vormt immers de basis van het ideologische terrorisme. Daarentegen is het regionale terrorisme het resultaat van een interetnisch of nationaal conflict. Het bloedige conflict zou uiteindelijk door onderhandelingen tussen politieke vertegenwoordigers van de strijdende volkeren kunnen worden beëindigd. Dus vormen de onderhandelingen de manier waarop het regionale terrorisme kan worden vernietigd. Dat zou in Turkije voor de hand liggen in het conflict tussen de Turkse staat en de Koerdische inwoners van Turkije.

Strenge grenscontrole door de EU is eigenlijk op korte termijn belangrijker voor de Europese veiligheid dan het verdrijven van de IS-strijders uit Mosul

De RAF heeft de strijd verloren, omdat de ideologie van de RAF, het marxisme en leninisme, van de liberale democratie heeft verloren. Daarnaast waren de overheden in staat om het linkse terrorisme met de minste schade voor grondrechten te bestrijden. Het wervingsdomein van het linkse terrorisme was zeer beperkt.

Dat is niet het geval met het jihadisme. Jihadisten zijn in staat om binnen moslimgemeenschappen gewone moslims te ronselen voor het islamitische terrorisme. Overheden kunnen niet alle islamitische gemeenschappen in de gaten houden. Technisch gezien is dat niet mogelijk en zelfs al was het dat wel, dan zou dat een grondige en onwenselijke revisie van de democratische rechtsorde inhouden.

Ideologie van het islamisme geworteld in religie

Ook de ideologie van het islamisme is moeilijker te bestrijden dan het marxisme en alle mogelijke vertakkingen daarvan. Het islamisme doet terecht een beroep op de islam. Islamisten baseren zich op de authentieke teksten en bronnen van de islam. De islam als religie valt onder het principe van godsdienstvrijheid. En wanneer westerse overheden openlijk de ideologische strijd zouden aangaan tegen de islam als geheel, zouden ze in conflict komen met 1,2 miljard wereldbewoners.

Bovendien zijn westerse democratieën gestoeld op het principe van statelijke neutraliteit inzake godsdiensten: de staat bemoeit zich niet met theologische vraagstukken. Wel kunnen westerse overheden verhinderen dat de ideologie van het islamisme als een vijandige sekte in de publieke ruimte verschijnt. De samenleving zelf moet inhoudelijk de strijd aangaan met het islamisme. Dat is dus een moeizame, maar onvermijdelijke weg.

Er is ook nog een gewelddadig mondiaal conflict gaande. Naar aanleiding van mijn vorige blog vroegen sommige lezers zich af als de doctrine van president Obama – te weten de vijand van mijn vijand is mijn vriend (de jihadistische sjiieten als bondgenoot in de strijd tegen de IS) – niet klopt, hoe de strijd tegen de IS dan wel moet worden gevoerd. Waarom strijden we met militaire middelen tegen IS?

Daarvoor zijn er twee belangrijke redenen: eigen belang (terreur in het westen) en stabiliteit in het Midden-Oosten. Terrorisme in het westen is voornamelijk te wijten aan westerse moslims die zich bij de jihad aansluiten. Met of zonder IS zal het Europese jihadisme, zolang de ideologie van het islamisme niet verslagen is, in leven blijven. En als wij willen voorkomen dat jihadisten vanuit het Midden-Oosten naar Europa komen, moeten we ons vooral bezig houden met de buitengrenzen van de EU.

Obama kan het jihadisme niet bestrijden

Strenge grenscontroles aan de buitengrenzen van de EU zijn eigenlijk op korte termijn belangrijker voor de Europese veiligheid dan het verdrijven van IS-strijders uit Mosul. Ook moeten Europese staten de legale bodem van het jihadisme, namelijk het salafisme, gaan bestrijden.

Het tweede doel in de strijd tegen IS, namelijk vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten, zal door Obama’s doctrine niet worden bereikt. Dat heb ik juist uitvoerig aangetoond: IS wordt dan vervangen door een nog machtigere vijandige groep namelijk het sjiitische jihadisme met moderne Russische wapens.

De strijd tegen het islamitische terrorisme zal heel lang gaan duren. Het westen beschikt nog steeds niet over een overtuigend en duurzaam beleid in de strijd tegen het islamisme.

Nu ik de complexiteit van de strijd tegen het islamisme heb aangeduid, realiseer ik me dat u met de vraag blijft wat het alternatief is voor Obama’s doctrine. Vrijdag zal ik dit uit de doeken doen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.