Syp Wynia

Hoe de Amerikanen de Europese Unie hebben uitgevonden

Door Syp Wynia - 25 januari 2017

De Europese Unie is opgericht om oorlog te voorkomen en welvaart te bespoedigen, zo krijgen Europese scholieren en studenten te horen. Niet waar, laat Syp Wynia zien. De Unie is er gekomen omdat Washington dat wilde.

Op 20 maart 1979 speelde zich in een kerkje in Montfort-l’Amaury, ten westen van Parijs, een begrafenismis af. Het was een sobere plechtigheid, ondanks de aanwezigheid van de Franse president, regeringsleiders, ministers en tal van andere hoogwaardigheidsbekleders.

Het was een gewone katholieke eredienst. Tot er plotseling, tegen het einde van de plechtigheid, een Amerikaans koor het patriottische strijdlied The Battle Hymn of the Republic aanhief – een lied dat dateert uit de Amerikaanse Burgeroorlog.

jean-monnet
Jean Monnet

De uitvaartviering was die voor Jean Monnet, in 1888 geboren in de zuidwestelijke Franse stad Cognac en op het moment van zijn overlijden al tientallen jaren een legendarische figuur als ‘De vader van Europa’.

Scholieren en studenten in alle landen van de Europese Unie krijgen van jongs af aan te horen dat de Europese Unie is opgericht  om oorlog te voorkomen en welvaart te brengen, en dat het allemaal is begonnen met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Monnet was in de vroege jaren vijftig van de twintigste eeuw de grondlegger daarvan. Als er in de officiële geschiedschrijving van de Europese eenwording een Vader des Vaderlands is, dan is het Jean Monnet.

Nadat het koor in het kerkje van Montfort-l’Amaury op die maartdag in 1979 The Battle Hymn of the Republic had gezongen, wendde Jean Monnets weduwe Silvia zich tot George Ball, een oude Amerikaanse vriend die vlak bij haar zat. ‘Dat was schitterend, hè,’ fluisterde ze. Dat vond Ball ook. ‘Al die jaren waren schitterend.’

Amerikaans accent

Maar waarom werd ter gelegenheid van de teraardebestelling van Jean Monnet, de grote Europeaan, een Amerikaans volkslied gezongen? En wat deden al die Amerikanen daar eigenlijk? Daarover heeft de officiële Europese geschiedschrijving, veelal gesponsord vanuit Brussel, het zelden of nooit.

Voor Charles de Gaulle, de Franse president van 1959 tot 1969, zou het uitgesproken Amerikaanse accent bij het afscheid van Jean Monnet geen verrassing zijn geweest. Generaal De Gaulle werkte in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog enige tijd samen met Monnet, maar wantrouwde hem ook en noemde Monnet zelfs ‘een Amerikaanse agent’.

Er waren meer Fransen die zo tegen Monnet aankeken en helemaal zonder grond was het niet. Een Amerikaanse agent was Monnet weliswaar niet, maar hij werkte zijn hele leven met Amerikanen, liet zich inspireren door de Verenigde Staten en zijn vele vooraanstaande contacten, en zette zijn ideeën voor de Europese eenwording door met de hulp van mensen uit de hoogste Amerikaanse kringen, inclusief enkele Amerikaanse presidenten.

In de officiële historiografie van de Europese eenwording is de rol van de Verenigde Staten bij het streven naar Europese eenwording en de nauwe samenwerking tussen Monnet en de Amerikanen slechts met een lampje te vinden. De Europese eenwording is misschien geen exclusieve Amerikaanse uitvinding, maar zonder actieve steun vanuit Washington en van hooggeplaatste Amerikanen had ook Monnet er een zware dobber aan gehad.

De Amerikaanse steun voor de Europese eenwording werd van Amerikaanse kant wel degelijk ook gezien als een vitaal Amerikaans belang. Zo bezien zat De Gaulle er niet eens zo ver naast, toen hij Monnet wantrouwig diskwalificeerde als ‘een Amerikaanse agent’.

Jean Monnet werd als jongeling eerst naar Londen en vervolgens naar Canada en de Verenigde Staten gestuurd met als doel de cognac van het familiebedrijf tot in de verste uithoeken van de Nieuwe Wereld aan de man te brengen. Monnet had daar zijn hele leven baat bij. Hij sprak met Amerikanen als een Amerikaan.

Volkerenbond

Na de Eerste Wereldoorlog was Monnet als Fransman betrokken bij naoorlogse verdragsbesprekingen en werd hij vervolgens topfunctionaris bij de pas opgerichte Volkerenbond. In die dagen legde Monnet de eerste vriendschappelijke contacten met jonge Amerikaanse functionarissen, aan wie de netwerker Monnet in zijn latere leven nog veel zou hebben. Onder hen John Foster Dulles (1888-1959), die Monnet in de jaren dertig hielp bij het oprichten van een Amerikaanse investeringsfirma en in de jaren vijftig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken was onder president Dwight Eisenhower.

In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog moet Monnet ook Dean Acheson (1893-1971) al hebben ontmoet. Acheson was minister van Buitenlandse Zaken onder Harry Truman, Eisenhowers voorganger als Amerikaans president. En dat waren nog maar twee van de talloze waardevolle Amerikaanse connecties van Jean Monnet, aan wie hij als ‘operator’ veel had in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.

Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd Monnet door de Franse regering naar Was­hington gestuurd om president Franklin D. Roosevelt ervan te overtuigen dat hij gevechtsvliegtuigen moest leveren aan Frankrijk. Direct na het begin van de Tweede Wereldoorlog werd Monnet door de Britse regering naar Washington gestuurd om Roosevelt aan te sporen actief de Britse zijde te kiezen tegen Hitler en het belaagde Groot-Brittannië te bevoorraden. Later in de oorlog stuurde Roosevelt Monnet naar Algiers, in een poging rivaliserende Franse generaals – onder wie De Gaulle – te laten samenwerken.

Na de oorlog bedacht Monnet een plan om Frankrijk er economisch bovenop te helpen, werd zelf aangesteld als hoogste functionaris bij de uitvoering van dat ‘Plan Monnet’ en werd vervolgens ook een van de leidende figuren bij het distribueren van de Amerikaanse Marshall-hulp in Europa.

Stabiel Europa tegen communisme

Al die tijd hield Monnet nauw contact met zijn Amerikaanse politieke, zakelijke, diplomatieke en journalistieke netwerk, dat hem ook hielp tot de overtuiging te komen dat het geen goed idee was om West-Duitsland nodeloos te kortwieken, maar Frankrijk en Duitsland te laten samenwerken onder één Europees dak. Voor de Amerikanen was dat van extra belang, omdat de Sovjet-Unie inmiddels de nieuwe vijand was. Een stabiel, welvarend en onderling samenwerkend West-Europa werd broodnodig geacht als bolwerk tegen het communisme.

Een centrale rol daarin werd gespeeld door Jack McCloy, een van de Amerikanen die in 1979 ook bij de uitvaartdienst in Montfort-l’Amaury was. Rond 1950 was McCloy als Hoge Commissaris de hoogste Amerikaanse autoriteit in het bezette West-Duitsland. Hij was ervan overtuigd dat het zowel in het belang van Frankrijk en Duitsland was als van andere West-Europese landen – maar zeker ook van de Verenigde Staten – als de Fransen en de Duitsers in Europees verband zouden samenwerken, in elk geval op het gebied van kolen en staal.

McCloy had de actieve steun van zijn minister van Buitenlandse Zaken, Dean Acheson, die er bij de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman op aandrong om de leiding te nemen bij het integreren van West-Duitsland in een samenwerkend West-Europa. Schuman aarzelde daar nogal mee, want de stemming was er in Frankrijk niet bepaald naar om Duitsers de hand te reiken.

Vehikel

McCloy en Monnet bespraken al vroeg in 1947 het idee van een ‘kolen-autoriteit’ als bestuurlijk vehikel voor omstreden mijn- en staalgebieden als het Ruhrgebied en de Saar. McCloy dacht daarbij aan de in de Verenigde Staten bekende ‘autoriteiten’, zoals de Tennessee Valley Authority die in 1933 als onderdeel van Roosevelts New Deal was opgericht om de economie een impuls te geven, overstromingen te voorkomen en dammen te bouwen om energie op te wekken. En dat in een gebied dat zeven Amerikaanse staten bestrijkt.

Eind 1949 stopte Monnet het idee van McCloy – met wie hij nauw bleef overleggen – in een plan voor een ‘Economische Kolen- en Staalgemeenschap’ als uitgangspunt voor Europese eenwording, waarbij hij wist dat hij kon rekenen op Amerikaanse steun om dat er bij de regeringen in Parijs en in Bonn doorheen te krijgen.

Begin 1950 overtuigde Monnet de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman ervan dat hij dit EGKS-plan moest omarmen, waarbij het Schuman overigens duidelijk was dat als Frankrijk deze handreiking aan Duitsland niet zou doen, de Amerikanen eenzijdig zouden overgaan tot het steunen van Duitsland als bolwerk tegen de Russen.

De EGKS van Monnet kwam er dus mede onder Amerikaanse druk. Zo werd dat aan Duitse zijde trouwens ook gezien. Bondskanselier Konrad Adenauer zag het hele Monnet-plan dat als Schuman-plan de officiële Brusselse geschiedschrijving is ingegaan, in feite als een plan van Dean Acheson, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken.

Het hele Amerikaanse netwerk van Monnet op de Amerikaanse ambassades in West-Europa zorgde er vervolgens voor dat de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ook elders werd doorgedrukt.

Het is vloeken in de Brusselse kerk, maar de Europese eenwording is een Amerikaanse uitvinding

Euro

Jean Monnet werd de eerste president van de Hoge Autoriteit van de EGKS, de voorloper van de Europese Commissie. In 1955 trad Monnet als zodanig af, om vervolgens met Amerikaanse financiële steun een invloedrijk netwerk te gaan leiden dat als ‘Actiecomité voor de Verenigde Staten’ onder meer ijverde voor de Europese Economische en Monetaire Unie, die de euro heeft voortgebracht.

Zo vreemd was het dus niet dat uitgerekend bij de begrafenis van de man die door veel Europese idealisten als de Europese Vader des Vaderlands wordt gezien, een Amerikaans koor een Amerikaans volkslied aanhief.

Monnet had zijn inspiratie voor de Europese eenwording opgedaan in de Verenigde Staten, werd bij zijn eerste stappen in die richting geadviseerd, gesteund en gesponsord door Amerikanen, en dat tot in de allerhoogste kringen. Zelfs de eerste Europese instelling, de Hoge Autoriteit voor Kolen en Staal, was gemodelleerd naar Amerikaans voorbeeld – naar de Tennessee Valley Authority dus.

Het is vloeken in de Brusselse kerk, maar de Europese eenwording is een Amerikaanse uitvinding. Zonder de Amerikanen had Jean Monnet als Vader des Vaderlands van de Europese Unie niet bestaan.

Dit stuk verscheen eerder in maandblad Elsevier Juist  11 (2014)

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.