Pieter Cleppe

Waarom de Brexit goed afloopt (waarschijnlijk)

Door Pieter Cleppe - 20 juni 2017

Bijna een jaar na het Britse referendum zijn deze week de onderhandelingen over Brexit begonnen. Die zijn van groot belang voor Nederland, aangezien de waarde van de uitvoer naar Groot-Brittannië 52 miljard euro bedraagt.

Hoewel de obstakels groot zijn om tegen eind maart 2019 tot een akkoord te komen, is enig optimisme toch wel op zijn plaatsF. Niet alleen omdat de EU-lidstaten er net als het Verenigd Koninkrijk belang bij hebben dat het Brexit-proces op vriendschappelijke wijze verloopt, maar ook omdat de verschillende bouwstenen voor een compromis klaarliggen.

EU-burgers kunnen in Groot-Brittannië blijven wonen, en andersom

Eerst moet er een akkoord komen over de Britse uittrede uit de Europese Unie. Dat moet lukken. Zowel de Britse regering als de Europese regeringen maakte duidelijk bereid te zijn om alle Britten in de EU alsook alle EU-burgers die in Groot-Brittannië wonen de garantie te geven dat ze kunnen blijven.

Er komt wel nog discussie over de details, waarbij de vraag van de EU dat het Verenigd Koninkrijk de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie moet blijven erkennen, het grootste struikelblok dreigt te worden. De voormalige Belgische rechter bij het Europese Hof van Justitie, Franklin Dehousse, noemde die EU-eis ‘gevaarlijk’ aangezien ze de onderhandelingen ‘overlaadt’.  Misschien geeft de EU hierin wel toe.

Het tweede grote luik van de exit-onderhandelingen is de zogenaamde ‘exit-rekening’. Ondanks dat het Brits Hogerhuis van mening is dat het Verenigd Koninkrijk niets dient te betalen, maakte de Britse regering al duidelijk dat ze bereid is om te onderhandelen over ‘mogelijke rechten en verplichtingen’, al vindt ze een geschat bedrag van 100 miljard bruto sowieso te hoog. Gesjacher over geld behoort tot het Europese schouwtoneel dus het zou verbazen als hierover geen akkoord komt, ook omdat de bedragen nu ook niet zo gigantisch zijn.

De handelsstatus van het Verenigd Koninkrijk is een groter struikelblok

Heel wat moeilijker zal het zijn om in minder dan twee jaar een akkoord te vinden over de toekomstige handelsstatus van het Verenigd Koninkrijk. Zullen Britse bedrijven nog steeds hun (vaak financiële) diensten kunnen aanbieden op het Europese vasteland wanneer de Britse regelgeving te veel begint af te wijken? Behoudt de Noord-Europese maakindustrie ongebreidelde toegang tot de grote Britse consumentenmarkt als de EU Britse banken het leven zuur maakt?

Waarschijnlijk komt er op lange termijn wel een stabiel kader om dit te regelen. Wat hiervoor nodig zal zijn is dat er sector per sector onderhandelingen worden begonnen om uit te maken hoeveel toegang wordt verleend en onder welke voorwaarden. Zo gaat ook dat tussen Zwitserland en de EU.

Misschien krijgen de Britten meer toegang dan de Zwitsers, of misschien minder, maar veel andere modellen zijn er niet om de handel tussen de EU en een naburige economie die geen EU-lid is te regelen, ondanks de discussies over ‘softe’ en ‘harde’ Brexit. Sommigen wensen dat Groot-Brittannië lid blijft van de Europese douane-unie, maar dat zou betekenen dat de trotse handelsnatie als niet-EU lid haar handelsbeleid zou blijven outsourcen naar diezelfde EU, maar dan met minder invloed dan vandaag. Wie gelooft dat dit een duurzaam model kan zijn?

Het Verenigd Koninkrijk de status van Noorwegen geven?

Nadat de Zwitsers in 1992 stemden tegen lidmaatschap van de interne markt duurde het acht jaar om tot bilaterale sectorale akkoorden met de EU te komen. Naar alle verwachting zal het nu niet anders zijn. Een overgangsakkoord is nodig vanaf 31 maart 2019, wanneer het Verenigd Koninkrijk automatisch uit de EU treedt, tenzij het lidmaatschap jaar met een jaar wordt verlengd. Maar de uitslag van het Britse referendum op die manier ondergraven ligt politiek zeer gevoelig.

Om de overgang naar een lange termijnakkoord te maken, hebben velen er voor gepleit om het Verenigd Koninkrijk tijdelijk de status van Noorwegen aan te bieden, wat naar verluidt ook door de Europese Commissie wordt overwogen. Dat zou betekenen dat het Verenigd Koninkrijk de volledige toegang tot de Europese markt behoudt – op voorwaarde dat het alle Europese regels automatisch overneemt zonder er over te kunnen stemmen.

Als lange termijnoplossing  is het natuurlijk niet denkbaar dat het Verenigd Koninkrijk net als Noorwegen op die manier een ‘fax-democratie’ wordt, zoals de voormalige Noorse Premier en huidige NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg zijn land omschreef, waarbij vanuit Brussel faxen met alle uit te voeren EU-regels worden gestuurd. Als tijdelijke overgangsoplossing sluiten de Britten dit scenario niet uit.

Eerst toetreden tot de Europese Vrijhandelsassociatie

Juridisch gezien moet het Verenigd Koninkrijk dan eerst toetreden tot de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) om dan onmiddellijk terug te keren in de Europese ‘interne markt’ – juridisch ‘Europese Economische Ruimte’ genaamd.

Meer opinie, elke dag in je inbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief >>

Als niet-EU lid van die ‘interne markt’ heb je geen stemrecht over EU-regels maar kun je die wel uitstellen. Het Verenigd Koninkrijk zal dan de facto dus een vetorecht hebben, omdat het om een strikte periode gaat, en de EU dwingen om te onderhandelen over een lange termijnkader. Sowieso zouden beide partijen dan ter goeder trouw moeten handelen, aangezien de onderhandelingen lopen.

Het tijdelijk aanvaarden van de jurisdictie van het ‘EVA-Hof’, het supranationale Hof dat zeggenschap heeft over de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie die ook lid zijn van de interne markt, zal een lastig punt zijn voor het Verenigd Koninkrijk, maar als tegenprestatie zou de EU kunnen overeenkomen dat de Britten het vrij verkeer van personen zouden kunnen beperken. Er bestaat hiervoor een precedent, aangezien ook Liechtenstein beperkingen op vrij personenverkeer kan aanbrengen, ondanks dat deze niet-EU lidstaat wel degelijk lid is van de interne markt.

Nadat een bilateraal lange termijnkader is overeengekomen, kan Groot-Brittannië zijn tijdelijk lidmaatschap van de ‘interne markt’ opzeggen en tegelijk net als Zwitserland lid blijven van de Europese Vrijhandelsassociatie. Die laatste organisatie, waarvan de Britten trouwens al lid waren voor ze bij de EU kwamen, kan dan worden uitgebouwd als alternatief voor staten die liever geen lid zijn van de EU of staten die nog in de wachtkamer zitten, zoals sommige Balkan-landen of Turkije. Zo is Groot-Brittannië dan niet langer een misnoegde huurder, maar een goede buur.

Pieter Cleppe vertegenwoordigt de onafhankelijke denktank Open Europe in Brussel.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.