Geerten Waling

Waarom directe democratie een illusie zal blijven

06 juni 2017

Wat zou het mooi zijn als wij, burgers, helemaal autonoom onszelf zouden kunnen besturen. Als we overal inspraak in zouden hebben. Als elke stem zou worden gehoord.

Het is een heerlijke volkssport om te klagen over de hoge heren in Den Haag, Brussel en elders. In mijn columns en boeken doe ik er graag aan mee. De machthebbers moeten een beetje scherp worden gehouden als we nog iets van controle willen houden op hun bestuur. Het is daarom heel goed dat er kritische journalisten en wetenschappers zijn, die machtsmisbruik, corruptie en hypocrisie aan de schandpaal nagelen. Leg het maar bloot, transparantie werkt louterend.

Of het nu gaat over de schimmige formatie, de buitenproportionele macht van politieke partijen, de invloed van lobbyisten – de representatieve democratie biedt veel aanleiding voor kritiek. En alternatieven zijn er volop. Bij lezingen en via e-mail ben ik al benaderd door tientallen clubs en individuen (grotendeels mannen, van gevorderde leeftijd) die allemaal het ei van Columbus hebben gevonden. Vaak zijn ze vooral het wiel opnieuw aan het uitvinden, maar hun ambitie om met experimenten de democratie te verbeteren valt te prijzen.

De elites zijn bang om ouderwets te zijn

Nederland heeft altijd elites gehad die met de nieuwste winden meewaaiden. In zijn onlangs heruitgegeven boek uit 1995, Nieuw Babylon in aanbouw, toont historicus James Kennedy hoe de Nederlandse machthebbers in de jaren zestig aanvoelden dat verandering op komst was. En zij handelden ernaar: nog voordat de opstandige jongeren zelf wisten wat ze wilden, stonden universiteitsbesturen en andere instituties verregaande inspraak toe. De elites waren niet zozeer bang voor opstand, zij waren bang om ouderwets te zijn.

Hetzelfde patroon zien we vandaag de dag in het debat over democratische vernieuwing. Titels als Tegen verkiezingen (David Van Reybrouck) en Als burgemeesters zouden regeren (Benjamin Barber) liggen vrijwel elke ambtenaar in de mond bestorven. Democratische vernieuwing is een hype in het openbaar bestuur. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft tegenwoordig een directie ‘Democratie en Burgerschap’ en investeert veel in de ‘responsiviteit’ van de overheid, vanuit het idee dat een moderne ambtenaar een benaderbare, invoelende ambtenaar is.

Daarnaast hebben tientallen gemeenten geëxperimenteerd met burgertoppen, waarin een willekeurige selectie van inwoners wordt uitgenodigd om te komen meepraten over prangende lokale kwesties. Met de resultaten is weinig gedaan, en het enthousiasme bij organistoren duurde niet lang, maar de winst voor de gemeentebesturen is binnen: niemand kan zeggen dat we ouderwets zijn!

Politieke partijen zijn de kalkoen die het kerstmenu mag bepalen

Het goede nieuws is dus dat Nederland voorloper is met democratische experimenten, die zelfs door de overheden omarmd en gesubsidieerd worden. Het minder goede nieuws is dat er in de praktijk niets zal veranderen. Weliswaar is er nu een Staatscommissie benoemd, die zich onder leiding van Johan Remkes aan het buigen is over het functioneren van het parlementair stelsel in Nederland, maar daarvan vallen geen revolutionaire plannen te verwachten.

Meer opinie, elke dag in je inbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief >>

Nederland vergaderland weet wel hoe om te gaan met pijnlijke dossiers: een commissie benoemen. Zelden leidt een staatscommissie tot ingrijpende hervormingen. De commissie-Remkes bestaat bovendien hoofdzakelijk uit kopstukken van de grote politieke partijen (PVV en GroenLinks uitgezonderd). Deze partijen hebben de mentaliteit noch het belang om democratische vernieuwing door te voeren. De status quo is voor hen veel aantrekkelijker, dan maar liever ouderwets.

Zo is elke vorm van directe democratie toekomstmuziek. En dat zal nog lang zo blijven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.