Syp Wynia

Zo ‘succesvol’ zijn de Syriërs die naar Nederland kwamen

Door Syp Wynia - 22 juni 2017

Het aantal Syrische asielzoekers is verdubbeld, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag. Vooralsnog zorgen de Syriërs dus allerminst voor de trendbreuk die al die BN’ers Nederland twee jaar geleden voorspiegelden. Is dat een verrassing? Nee, schrijft Syp Wynia.

Weet u nog? Syrische en andere asielzoekers die een kleine twee jaar geleden massaler dan ooit tevoren naar Nederland kwamen zouden een verrijking van Nederland zijn, ook in economisch opzicht.

Topambtenaren zeiden het, Bekende Nederlanders (acteurs, cabaretiers en tv-presentatoren) en andere deskundigen wisten het zeker – deze asielinstroom was het beste dat Nederland in jaren was overkomen. De sleutel lag bij het opleidingsniveau van de Syriërs. Die waren over het algemeen hoog opgeleid en zouden snel aan het werk kunnen om Nederland een impuls te geven.

De suggestie was dat eerdere immigratiestromen misschien niet altijd feestelijk waren verlopen, maar dat het deze keer anders was. Dit keer kon Nederland niet alleen de helpende hand reiken aan mensen die waren gevlucht voor geweld en gevaar, nu zou Nederland er zelf ook nog beter van worden. Een win-win-situatie.

Alsof een diverser land per se een beter land is

Ervaringen uit het verleden boden allerminst garantie op succes. De niet-westerse immigratie naar Nederland van de afgelopen halve eeuw wordt vaak opgehemeld omdat die Nederland diverser zou hebben gemaakt (‘wel 170 nationaliteiten!’) – alsof een diverser land per se een beter land zou zijn.

En dan nog: was de dringende behoefte aan meer diversiteit aanleiding geweest om Turken, Marokkanen, Rijksgenoten, gezinsvormers, gezinsherenigers, asielzoekers en nareizigers naar Nederland te halen? Nee, natuurlijk. De meesten zijn overigens niet ‘gehaald’ – dat betreft slechts enkele tienduizenden gastarbeiders die voor enkele jaren naar Nederland zouden komen. De rest is gehaald noch uitgenodigd, maar kwam op eigen initiatief.

Ook toen al was de claim dat Nederland op de één of andere manier zou worden verrijkt door deze immigratie zo flinterdun, dat het natrekken er van tot taboe werd verklaard. Wiskundige en antropoloog Jan van de Beek promoveerde in 2010 op onderzoek naar het ‘waarom van het niet willen weten’: hoe en waarom er 40 jaar geen onderzoek was gedaan naar de economische effecten van de immigratie naar Nederland. Zelfs toen hij dat onderzoek deed werd Van de Beek door collega’s met de nek aangekeken: wilde hij misschien Geert Wilders in de kaart spelen ofzo?

In 2009 waren de kosten van immigratie al meer dan 12 miljard euro

Nadat het kabinet Balkenende-Bos in 2009 had geweigerd om de kosten en baten van immigratie in kaart te brengen kwam weekblad Elsevier dat jaar als eerste met een berekening. Na aftrek van baten had de immigratie van niet-westerse immigranten in de voorgaande veertig jaar meer dan 200 miljard euro’s gekost. En alleen in het jaar 2009 al meer dan 12 miljard euro.

Het wensdenken dat immigratie van niet-westerse immigranten een profijtelijke zaak voor het ontvangende land is, ging intussen onverminderd door. Het land was er immers ook kleurrijker van geworden (had Nederland tot dan toe een kleurloosheidsprobleem?). Je kon nu overal zo heerlijk exotisch eten (zouden de Thaise restaurants anders niet naar Nederland zijn gekomen?). En o ja, er was onder de immigranten zoveel ondernemerschap!

De neiging om de toestroom als een verbetering van Nederland voor te stellen hield zich zelden aan feiten. Zo was uit schaars onderzoek al duidelijk dat de asielzoekers die na de eeuwwisseling naar Nederland kwamen ook na vijftien jaar nog voor ongeveer de helft werkloos was en dat wie wel werkte vaak kleine, laagbetaalde parttime baantjes had. Dat de bijstand in Nederland inmiddels voor meer dan de helft wordt bevolkt door allochtonen komt mede door het falen van asielmigranten op de arbeidsmarkt.

En dan nu: de cijfers over de Syriërs

Tegen die achtergrond was er alle reden om uit te kijken naar de eerste cijfers over de asielstroom van de afgelopen paar jaar, die van de succesvolle Syriërs dus. Die zijn er nu, dankzij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Welnu: met de asielzoekers en hun nagereisde familieleden die in de jaren 2014, 2015 en de eerste helft van 2016 Nederland binnenkwamen –zo’n 92.000 – staat het er niet beter voor dan met eerdere cohorten asielzoekers, terwijl de Syriërs die met zoveel hoge verwachtingen werden bejegend daarvan toch het grootste deel uitmaakten.

Niet alleen kwamen er vooral Syriërs en in mindere mate Eritreeërs, maar 94 procent van de asielzoekers uit deze landen kreeg ook binnen anderhalf jaar een verblijfsvergunning, in tegenstelling tot andere asielzoekers (40 tot 60 procent). Opvallend is dat het aantal Syriërs dat in 2014 een asielstatus kreeg zichzelf binnen een jaar bijna verdubbelde door familieleden te laten overkomen. Des te interessanter te weten of de Syriërs, hoog opgeleid of niet, inmiddels al een beetje aan het werk zijn.

Slechts 1 op de 10 heeft een baan(tje)

Wat blijkt? Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning in 2014 blijkt 90 procent van de volwassen (18 tot en met 64 jaar) statushouders een bijstandsuitkering te hebben. De kleine minderheid die wel werkt, heeft meestal een klein baantje in de horeca of via (ander) uitzendwerk. Het CBS meldt een relatief gunstige uitzondering voor de Afghanen: bijna 19 procent heeft na anderhalf jaar een baan in loondienst, meer dan enige andere nationaliteit. En de Syriërs? Die doen het minstens net zo slecht als de Irakezen en Eritreërs.

Vooralsnog zorgen de Syriërs dus allerminst voor de trendbreuk die al die BN’ers Nederland twee jaar geleden voorspiegelden. Is dat een verrassing? Nee.

De Syriërs zijn namelijk helemaal niet zo hoog opgeleid. Hooguit een vijfde van de Syrische vluchtelingen bestaat uit hoog opgeleiden, waarbij aangetekend dat de waarde van de Syrische diploma’s geringer is dan de West-Europese. Daar komt bij dat emigratie, anders dan de migratieprofeten vaak willen zien, doorgaans verlies oplevert: verlies van sociaal kapitaal, van netwerken, van taalvaardigheid. Dat kan heel goed betekenen dat een laagopgeleide Afghaan sneller een eenvoudige baan heeft dan een Syrische architect die denkt een baan op eigen niveau te kunnen krijgen.

En de inburgering dan? Wie van buiten de Europese Unie of Turkije naar Nederland komt moet binnen drie jaar een inburgeringsexamen doen. De asielzoekers die in 2014 in Nederland een verblijfsvergunning kregen hadden op 1 oktober 2015 nog maar in 0,5 procent van de gevallen dat inburgeringsexamen gedaan.

Soms zou je denken dat Nederland zo gehecht is aan het inburgeren, dat vergeten wordt dat het op eigen benen staan en een eigen inkomen verdienen – ook als dat geen hoog opgeleid inkomen is – een betere manier is om in te burgeren dan een inburgeringscursus te volgen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.