Geerten Waling

De PvdA is gewoon niet zo snugger bezig

Door Geerten Waling - 25 juli 2017

Was het niet genoeg voor Menno Hurenkamp? In een recente blog gaf ik de huisintellectueel van de PvdA een paar complimenten voor zijn proefschrift, gewoon uit aardigheid.

Ik weet dat in ons vluchtige tijdsgewricht dissertaties niet altijd de aandacht krijgen die zij verdienen, dus ik dacht: kom, laat mij de nodige kritiek op de PvdA eens larderen met wat positiefs over Hurenkamp. Want die heeft toch maar mooi, naast zijn zware baan als hoofdredacteur van PvdA-blad Socialisme & Democratie (S&D), een proefschrift afgescheiden.

Uitgedaagd om inhoudelijk te zijn

Blijkbaar vond Hurenkamp het niet genoeg. In een half nuffige, half vinnige reactie op deze site bedankte hij voor de lof, maar kwam vooral wat sneren uitdelen. Op zich is het begrijpelijk dat hij zich aangesproken voelde. Hij moet een bijzonder hechte biotoop van politici, bestuurders en academici te vriend houden. Zo schrijft zijn voltallige promotiecommissie geregeld artikelen voor S&D – kopij die je als hoofdredacteur niet wilt missen. Het is mijn privilege dat ik aan geen enkele politieke partij toebehoor, dus heb ik ook niet die zware last op mijn schouders die Hurenkamp moet voelen als het gaat over de PvdA en haar intellectuele Umfeld.

Enfin, Hurenkamp daagde me uit om inhoudelijk te zijn – en dat doe ik met plezier. Hij verweet me gebrek aan pretentie, omdat ik in mijn column één en één optelde en op twee uitkwam. Namelijk: de PvdA is met al die bestuurderstransfers niet zo snugger bezig als zij een geloofwaardige ‘volksbeweging’ wil zijn. Een logische redenering, zou je zeggen, maar voor Hurenkamp kennelijk reden om mij te scharen onder de ‘populisten’ die het politieke ‘midden’ aanvallen.

Kritiek op de PvdA is niet automatisch populisme of cynisme

Zijn simplisme valt me tegen: niemand valt hier het midden aan en evenmin gaat het me erom het heersende ‘cynisme’ aan te wakkeren. Ja, het anti-PvdA-sentiment is sinds Fortuyn voor velen een automatisme geworden, maar dit betekent niet dat de PvdA geen kritiek verdient. En die probeer ik, als historicus en columnist, nuchter te geven. Wie weet leert de partij er nog wat van – des te beter!

Die kritiek is bijvoorbeeld dat een partij die in de Eerste Kamer een streep zette door de gekozen burgemeester – PvdA –alle schijn tegen heeft als het gaat om die vele burgemeestersbenoemingen. Dat een partij die al jaren de dure publieke omroep een hand boven het hoofd houdt – PvdA – zich daarom nu eenmaal sneller verdacht maakt als haar staatssecretaris opeens de NPO gaat besturen.

Alsof de PvdA haar belabberde imago niet over zichzelf heeft afgeroepen

Het draait hier om geloofwaardigheid. Persoonlijk gun ik Ahmed Marcouch, Martijn van Dam en al die anderen het beste. Natuurlijk moeten zij ergens terecht, hun carrière is niet voorbij met het afbrokkelen van de PvdA. Bovendien is hun ervaring met bestuur en politiek ongetwijfeld van bepaalde maatschappelijke waarde.

Kortom, de verwijten van Hurenkamp zijn wat gemakkelijk, terwijl hij de indruk wekt dat de PvdA niets verkeerd doet en haar belabberde imago niet over zichzelf heeft afgeroepen. Het is nu eenmaal ‘zwaar weer’, stelt hij, het ‘midden’ staat onder druk.

Tja, wie zich daarop blijft blindstaren, hoeft natuurlijk nooit zijn eigen positie kritisch te beschouwen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.