Geerten Waling

Verengelsing universiteiten gevolg van platte geldzucht

Door Geerten Waling - 04 juli 2017

De Nederlandse taal is essentieel voor onze cultuur. Het is ergerlijk hoe weinig eigenwaarde Nederlandse universiteiten tonen als het gaat om het onderwijs in de eigen taal, schrijft Geerten Waling.

Universiteiten ‘verengelsen’ in rap tempo, als gevolg van een kwalijke mix van cultureel masochisme en platte geldzucht. Het Engels kan met het juiste taalbeleid best een intellectuele verrijking zijn – zolang het Nederlands maar op één staat.

Studies zijn meer en meer tweetalig, vele zelfs uitsluitend in het Engels. De oude discussie over het Engels in het wetenschappelijk onderwijs is deze week nieuw leven ingeblazen door een petitie van Beter Onderwijs Nederland (BON) en een lezenswaardig opiniestuk van bestuurslid Felix Huygen.

Het voornaamste motief om in het Engels te doceren is de hausse aan buitenlandse studenten. Dat zou een enorme ‘verrijking’ zijn, maar dat valt te bezien. Het academisch klimaat is bij ons erg open, discussie wordt gewaardeerd en gestimuleerd, maar de Chinezen (bijvoorbeeld) zijn daar niet aan gewend en zwijgen zich door de colleges heen. Veel internationale studenten leven parallel aan onze samenleving en zijn eerder onderwijsconsument dan dat zij veel waarde toevoegen voor docenten, medestudenten of de samenleving. Over de culturele verrijking door importstudenten moeten we dus wat genuanceerder denken.

Internationale studenten leveren zogenaamd geld op

Maar, zo geven voorstanders van het Engels als academische voertaal ruiterlijk toe, het gaat ook om iets anders: het levert gewoon geld op. Is dat echt zo? Voor het nu afgelopen studiejaar gaat het om ruim 112.000 (!) buitenlandse studenten in Nederland. Meer dan twee derde volgt hier een volledige studie. (De verhoudingen zijn volledig scheef: het aantal Nederlandse studenten dat in het buitenland studeert is slechts een achtste daarvan, zo 15.000 per jaar).

De buitenlandse bollebozen komen vaak met een beurs naar Nederland om verrassend goedkoop een paar jaar hier te wonen en te studeren. Ze betalen weinig tot geen belasting, profiteren van de topuniversiteiten en de picobello infrastructuur en vertrekken vervolgens naar echte wereldsteden om hun kosmopolitische geluk te beproeven – of naar hun thuisland om hun studie te gelde te maken.

Het klopt dat universiteiten een smak geld verdienen met deze internationale diplomahandel, maar welke prijs betaalt de Nederlandse samenleving? Hoeveel legt de belastingbetaler bij om de geldzucht van universiteitsbesturen te bevredigen?

Investeer dan écht in Engels

Toch is Engels de academische lingua franca, dus Nederlanders moeten de taal goed beheersen om mee te kunnen doen in het internationale debat. Daar zijn Nederlandse wetenschappers al oneindig veel beter in dan Duitse of Franse, maar er valt nog veel te winnen.

De huidige taaleis voor docenten (‘Cambridge certificate C1 (advanced level)’) is niet genoeg, daarmee kun je geen diepgaand intellectueel debat voeren. Een praatje houden is één ding, echt vloeiend schrijven en nakijken in het Engels is iets heel anders. C1 is in niets te vergelijken met de standaarden die we – terecht – aan docenten en studenten opleggen in onze eigen taal.

Als die internationale studentenfabriek echt zoveel winst oplevert, waarom zouden faculteiten die winst dan niet eens verstandig investeren? Namelijk in vertaalafdelingen waar native speakers permanent klaarstaan om het werk van onze Nederlandse toppers te vertalen of te corrigeren. Die voorzieningen bestaan nauwelijks, zodat Nederlanders op eigen kosten dure vertalers moeten inschakelen of moeten voortmodderen in een taal waar ze simpelweg niet mooi, rijk in kunnen schrijven.

Daarnaast kunnen geïmporteerde Engelstalige docenten zich bekommeren om de internationale studenten, terwijl hun Nederlandse collega’s worden vrijgekocht om in vloeiend Nederlands aan hun onderzoek te schrijven. Want dat is – ook dan – heus wel state of the art.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.