Eric Vrijsen

Bizarre vertoning over wie bij De Punt bloed aan handen had

Door Eric Vrijsen - 26 september 2017

In Den Haag stonden gisteren twee oud-mariniers voor de rechter. Zij zijn de eersten in een reeks getuigen in de zaak die nabestaanden van Molukse treinkapers veertig jaar na dato voeren tegen de staat. Zelfs de betrokken mariniers kunnen zich niet alles precies herinneren van wat op 11 juni 1977 gebeurde. Zij toonden zich verbitterd.

Puur menselijk gesproken wordt de oud-militairen met de jarenlang verdachtmakingen groot onrecht aangedaan. In een rechtsstaat moeten militairen en politie zich desgevraagd verantwoorden voor de manier waarop ze het geweldsmonopolie hanteren. Bizar, want de mariniers werden destijds als helden toegejuicht. Maar het is niet anders.

Zorgelijk is wel de publieke atmosfeer waarin een activistische advocate een noodzakelijke militaire operatie om ruim 50 mensen te bevrijden uit de klauwen van terroristen, kan voorstellen als een bloeddorstige wraakactie tegen vredelievende jongelui en dat een deel van de media daarin meegaat.

De hele context van die toenmalige actie wordt vertaald naar de emotionele onwetendheid van nu. Waardoor helden en slechteriken van rol wisselen. Juridisch handig, maar ook manipulatief en hopelijk trapt de rechter er niet in.

De staat moest wel ingrijpen

Bij een eerdere treinkaping – 1975 in Wijster – schoten Molukse terroristen de machinist en twee passagiers dood. Je kon hopen dat de kapers bij De Punt zich zonder bloedvergieten zouden overgeven, maar na drie weken onderhandelen was die kans nihil. De staat moest ingrijpen.

Bijna drie weken had de Nederlandse regering in juni 1977 gewacht, in de hoop dat het vanzelf zou overgaan – een kenmerkende habitus voor vrijwel elk Nederlands kabinet. Maar de negen Molukse kapers van de trein bij het Drentse dorp De Punt weken niet, schreef Philip van Tijn >

Langer onderhandelen en sussen hadden geen zin meer. Alleen een grote militaire overmacht kon de kapers misschien nog tot inkeer brengen. Toen de mariniers oprukten en allerlei misleidingstactieken werden toegepast om de terroristen te overrompelen, legden de kapers hun wapens niet neer. Daarmee staat vast dat ze de consequentie van hun gewelddadige actie aanvaardden. Uiteindelijk zijn zes van de negen kapers gedood.

Twee onschuldige mensen overleefden het evenmin. Eén man richtte zich ongelukkigerwijs op, in plaats van dekking te zoeken. Een meisje lag te slapen op een totaal onverwachte plek: het balkon tussen de coupés. De andere slachtoffers van deze terroristische actie behielden het leven.

Getuigenverklaring kwam van charlatan

Nabestaanden van twee van de zes omgekomen kapers procederen sinds november tegen de staat. Hun advocate Liesbeth Zegveld had ‘twee getuigenverklaringen van betrokken mariniers’. De een zou hebben gezegd dat de kapers standrechtelijk waren geëxecuteerd. Later bleek hij een charlatan, die stoere verhalen ophing. Hij had een blauwe maandag in het magazijn van een soldatenkantine gewerkt, maar niks met De Punt te maken.

De andere getuigenverklaring was anoniem, volstrekt oncontroleerbaar en sowieso onwaarachtig. Een mysterieuze boodschapper uit Den Haag zou daags voor de actie bevel hebben gegeven alle kapers te executeren. Dit bleek nergens op gebaseerd. Ook de logische vervolgvraag – waarom overleefden drie kapers het dan wél? – falsificeert de thrillertheorie.

Gisteren moesten de eerste twee mariniers bij de Haagse rechtbank getuigen. De komende twee weken moeten meer mariniers komen opdraven. Ook dan zal het lijken of zij op een keihard beklaagdenbankje zitten. Als de tegenpartij maar lang genoeg vragen stelt, ontstaat vanzelf een entourage waarin de legitimiteit van hun bevrijdingsactie wordt ondergraven. Ongelooflijk maar waar: de negen terroristen heten inmiddels ‘actievoerders’.

De drie overlevende kapers kwamen er destijds vanaf met een celstraf van een paar jaar wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving en verboden wapenbezit. Er had meer ingezeten, als justitie ze ook de dood van de twee treinpassagiers in de schoenen had geschoven. Maar dat stond niet in de tenlastelegging, omdat dan de mariniers als getuigen waren opgeroepen. Zij moesten anoniem blijven, in verband met mogelijke wraakacties van Molukse zijde.

Achteraf hadden de mariniers beter toen kunnen getuigen. Dan was de bizarre vertoning uitgebleven over wie destijds bij De Punt bloed aan zijn handen had.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.