Eric Vrijsen

Halbe Zijlstra ongeschikt? Wat een onzin

Door Eric Vrijsen - 17 oktober 2017

De naam van Halbe Zijlstra circuleert als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken en voordat hij zijn opwachting kan maken bij formateur Mark Rutte, is her en der al sprake van ‘gemengde reacties’. Nou, dan weet je het wel, schrijft Eric Vrijsen.

Zijlstra zou buitenlandervaring missen, nooit een ambassade van binnen hebben gezien en nauwelijks vreemde talen spreken.

Wat een onzin.

Stelt nationaal belang voorop

Een goede minister van buitenlandse zaken is geen ‘Monsieur Polyglot’, maar juist iemand die het nationale belang vooropstelt. Zijlstra schreef maart 2015 in het blad Liberaal Reveil het artikel ‘Realistisch buitenlandbeleid’. Daar kon je het mee oneens zijn, maar het was een doorwrocht stuk. De harde pit was dat je vanwege het nationale belang desnoods akkoorden moet sluiten met niet zo democratische regimes.

Het was de theoretische onderbouwing van de deal die later – op Nederlands aandringen – door de Europese Unie werd gesloten met Turkije. Daardoor stopte de toestroom van migranten naar Griekenland.

Voordat hij full-time politicus werd, had Zijlstra een eigen bedrijf en werkte hij veel in het buitenland voor onder meer Shell. Sommige journalisten maken zich nu vrolijk over ‘de secretaris van postduivenvereniging Griffioen uit Oosterwolde’ die het tot minister schopt. Maar dat slaat natuurlijk nergens op. Dat is een maniertje om een krantenartikel wat spanning mee te geven.

Tussen Rosenthal en ambtenaren kwam het niet meer goed

Het kan zijn dat er op het departement van Buitenlandse Zaken een fluistercampagne tegen de nieuwe bewindsman is begonnen. ‘BuZa’ is altijd erg ingenomen met een ex-diplomaat als minister en werd de afgelopen jaren flink verwend. Jaap de Hoop Scheffer (CDA), Ben Bot (CDA) en Frans Timmermans (PvdA) waren stuk voor stuk ‘eentje van ons’. Bert Koenders (PvdA) – nu demissionair – had ook altijd in de buitenlandhoek gewerkt, al zat hij nooit als ambtenaar op het departement.

Maxime Verhagen (CDA) – minister vanaf 2006 – en vooral Uri Rosenthal (VVD) – van 2010 tot 2012 – vielen uit de toon als buitenstaanders. Rostenthal beloofde op zijn eerste werkdag in een toespraak tot het personeel een einde te maken aan ‘diplomatie als rustiek tijdverdrijf’. Tussen de minister en zijn ambtenaren kwam het nooit meer goed.

Zijlstra zat thuis te gniffelen

Buitenstaander Zijlstra weet dus waaraan hij begint. Maar gelukkig is hij door de wateren gewassen. Zijlstra werd, ook in 2010, staatssecretaris van Cultuur. Toen journalisten hem vroegen naar zijn favoriete literatuur, noemde hij thrillerschrijvers Robert Ludlum en Tom Clancy.  De culturele elite beschouwde dat als een bewijs van onvermogen. Hoe kon zo’n pulp-politicus verantwoordelijk worden gesteld voor het cultuurbeleid, was ongeveer de teneur.

Zijlstra zat thuis te gniffelen. Hij moest bezuinigen. Om die doelstelling te halen, kwam de goedkope opwinding over Ludlum en Clancy hem prima uit. Waarschijnlijk verkneukelt hij zich nu ook om al die voor de hand liggende reacties over de aanstaande benoeming van de zoon van een politieman in Friesland tot ’s lands hoogste diplomaat.

Laten we eerst maar eens afwachten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.