Geerten Waling

Terreurbestrijding: hoeveel vrijheden is veiligheid ons waard?

Door Geerten Waling - 21 november 2017

Eindelijk was het zover. Op 1 november maakte de regering-Macron een einde aan de noodtoestand die al sinds ‘Bataclan’ in Frankrijk van kracht was. Twee jaar lang genoot de staat vergaande bevoegdheden inzake terreurbestrijding. Huiszoekingen behoefden geen gerechtelijk bevel en demonstraties waren verboden. Is Frankrijk nu onveiliger, zonder die noodtoestand?

Nee, de aanhoudende terrorismedreiging heeft eerst een nieuwe wet opgeleverd: de loi antiterroriste. In een verklaring spreekt de regering van de noodzaak om het juridisch arsenaal aan te passen aan de dreiging van het terrorisme binnen het gewone recht. De antiterrorismewet verplaatst de noodbevoegdheden dus doodleuk naar het normale recht.

De noodtoestand is dan niet meer nodig. Door het opheffen ervan, aldus president Emmanuel Macron, kan de rechtsstaat worden gewaarborgd. Nu kunnen de autoriteiten bijvoorbeeld alleen met toestemming van een speciale juge de libertés huiszoekingen doen. Maar de macht die Macrons voorganger François Hollande naar zich toetrok door de noodtoestand uit te roepen, is bij de terugkeer naar de normaaltoestand niet wezenlijk beperkt.

Moslimextremisten vinden steeds nieuwe wegen om toe te slaan. Acht tips om je hierop voor te bereiden >

Hoe ver mag de staat gaan bij terreurbestrijding?

De noodtoestand werd zes keer verlengd, maar je kunt je afvragen of dat wel nodig was. Frankrijk had al antiterrorismewetgeving, zoals een speciale wet uit 2014 die was gericht op terugkerende Syriëgangers. En let wel: terrorisme is niet gisteren ontstaan en zal ook morgen niet opeens verdwijnen. Het is geen tijdelijke dreiging die je kunt verhelpen met een noodtoestand, zelfs niet als je die ‘nood’ twee jaar oprekt.

Bovendien is terrorisme geen onverwachte natuurramp, er zijn decennialang concrete fouten gemaakt waardoor een grote groep jongeren kon radicaliseren tot (potentiële) terroristen. Door de noodtoestand uit te roepen grijpt de staat radicaal in om zijn eigen falen te corrigeren. Het is behoorlijk ongepast dat burgers intussen voor dat gekluns hun vrijheden en privacy mogen inleveren.

Nederland moet van de Franse fouten leren

In Nederland is zo’n noodtoestand ter bestrijding van terrorisme geen onderwerp van discussie. Gelukkig zijn we nog niet zoals in Frankrijk gedwongen geweest om te experimenteren met noodwetgeving en antiterrorismewetgeving. Maar de juridische onduidelijkheid die in Frankrijk is ontstaan, zou een duidelijke aanleiding moeten zijn om ook hier dit debat scherp en breed te voeren.

Het referendum over de wijziging van de WIV (de ‘sleepwet’) biedt daarvoor een goede aanleiding: zijn we in Nederland niet ook vergaande noodbevoegdheden, zoals het ongezien delen van informatie van onschuldige burgers met buitenlandse veiligheidsdiensten, aan het normaliseren?

Is de dreiging groot genoeg om dat te rechtvaardigen? Hoeveel vrijheden is ons de veiligheid waard? En is de veiligheid die de staat ons biedt reëel of schijn? Natuurlijk moet de overheid ons beschermen, maar is het niet dezelfde overheid die ons door grove fouten in gevaar heeft gebracht? Dat we graag iets willen doen aan dat vreselijke terrorisme, mag ons niet blind maken voor de twee communicerende vaten die in dit debat centraal staan: vrijheid en veiligheid.

Met dank aan mr. Laetitia Houben voor haar bijdrage. Zij verricht aan de Universiteit Leiden promotieonderzoek naar de Franse noodtoestand.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.