Joppe Gloerich

Niet zo gek dat IOC klaar is met Russische sportbobo’s

Door Joppe Gloerich - 06 december 2017

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft het helemaal gehad met de Russische sportbestuurders en hun dopingpraktijken. De sportkoepel besloot dinsdag Rusland te weren van de aanstaande Olympische Winterspelen. Hoewel de maatregelen wrange bijeffecten hebben, valt er wat te zeggen voor stevig ingrijpen door het IOC.

Alleen Russen die een brandschoon verleden kunnen aantonen, mogen aantreden op het sportevenement dat op 9 februari begint in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang. Zij zullen dat doen onder neutrale vlag. Door die ontsnappingsroute te bieden, lijkt het IOC duidelijk te willen maken de Russische bestuurders en hun onwaardige omgang met de sportiviteit collectief te willen raken. De individuele sporter, mits onschuldig, gaat vrijuit en krijgt zijn plekje onder de olympische vlam.

Met het besluit gaat het IOC een stap verder dan bij de Spelen in Rio de Janeiro, anderhalf jaar geleden. Toen mochten de federaties van de verschillende sporten zelf bepalen of Russische deelnemers welkom waren bij de afzonderlijke disciplines. Ditmaal trekt de sportkoepel de macht volledig naar zich toe, wat in elk geval betekent dat het Russische volkslied niet zal klinken in Pyeongchang.

Een geraffineerd systeem voor het omwisselen van urine

Daarnaast moet het Russisch Olympisch Comité opdraaien voor de kosten van het onderzoek (12,5 miljoen euro) en krijgen Russische officials geen accreditatie voor de Winterspelen. Links en rechts werden bovendien nog wat individuele schorsingen uitgedeeld.

Opvallend was de levenslange verbanning die Vitali Moetko ten deel viel. Moetko was minister van Sport tijdens de Winterspelen in Sotsji (2012) waar, naar later bleek, de Russische sporters hun urinemonsters volgens een geraffineerd systeem omwisselden met schone urine. Volgens een klokkenluider was het ministerie van Sport de drijvende kracht achter deze praktijken. ‘Staatsgesponsorde doping’, heette het in het onderzoeksrapport van de Canadese hoogleraar Richard McLaren.

Dat Moetko sindsdien een paria is in de olympische familie, is voor de Russen geen reden hem te verwijderen uit zijn nieuwe topfunctie als hoofd van de organisatie van het Wereldkampioenschap voetbal in 2018. Gek genoeg lijkt wereldvoetbalbond FIFA zich voorlopig niet druk om te maken om Moetko’s invloed – de ene regenteske sportorganisatie is de andere niet.

Ferme maatregelen met wrange bijeffecten

Al snel na het vonnis van het IOC klonk in het Russische kamp de suggestie om de Spelen dan maar helemaal te boycotten. Genuanceerder was de reactie van Aleksander Zjoekov, voorzitter van het Russische Olympisch Comité. Hij noemde de maatregel ‘een compromis’ en stelde vast dat bepaalde Russische sporters toch kunnen meedoen. Vanuit de politiek steeg minder behoedzame taal op. ‘Onze tegenstanders, nu politieke tegenstanders, kunnen onze successen in Sotsji niet verdragen,’ fulmineerde parlementslid Vladimir Gazzayev.

Het is dit soort schaamteloosheid waar het IOC nu echt klaar mee is. Het almaar uitdijen van het Russische dopingdossier heeft aangetoond dat halfslachtig ingrijpen niet helpt. En natuurlijk hebben ferme maatregelen ook wrange bijeffecten.

Hardleerse overtreders moeten publiekelijk gekapitteld

Zo zijn Russen met een dopingverleden niet welkom in Pyeonchang, maar mogen zondaars uit andere landen die hun straf hebben uitgezeten wel aantreden. En principieel valt er ook wel iets in te brengen tegen de maatregel die rechtschapen sporters – want die zijn er zeker ook in Rusland – verplicht hun eigen onschuld aan te tonen.

Het laat onverlet dat de overtreders het verdienen publiekelijk te worden gekapitteld. En in zekere zin is het IOC-vonnis een steuntje in de rug van sporters die sterker bleken dan de dwingende krachten in een verdorven sportcultuur. Niet de Russische sporters zijn het slachtoffer, maar de bestuurders met hun schimmige praktijken en de valsspelers wier sporthart te klein was om weerstand te bieden aan verboden verleidingen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.