Stephen Robert Morse

‘Ontsla columnisten die nepnieuws verspreiden’

Door Stephen Robert Morse - 02 januari 2018

Toen ik als buitenlandse student in 2010 journalistiek studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, leerde ik dat de verzuiling nog altijd het Nederlandse medialandschap bepaalt. In 2017, nadat ik bijna een jaar lang een film over jullie rechts-populistische politicus Geert Wilders maakte, heb ik iets anders geleerd.

Ik zie de afwezigheid van een duidelijk verschil tussen journalisten die nieuws en zij die opinie schrijven als de grootste bedreiging voor de Nederlandse journalistiek. Waarom? In de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk zijn journalisten en columnisten verschillende personen. Toch zul je nooit een column van Thomas Friedman in The New York Times zien die niet op feiten is gecontroleerd. In het Verenigd Koninkrijk zul je nooit onjuiste feiten in opiniecolumns zien, door de dreiging die uitgaat van lasterwetten.

Eind september 2017 verspreidde zich in Nederland een ongelooflijke hoeveelheid nepnieuws over mij. Dit is hoe het begon: begin september werd bekendgemaakt dat Joey Boinks documentaire over Jesse Klaver niet door BNNVARA zou worden uitgezonden omdat Boink tijdens het filmen voor GroenLinks werkte. De film maken was onethisch van de filmmaker. De film aankopen was onethisch van BNNVARA.

Op dat moment had ik met mijn team negen maanden aan een film over Geert Wilders gewerkt. De film was in Nederland al verkocht aan VICELAND en de NTR.

Eind september brak de hel los en begon nepnieuws zich via de volgende wegen te verspreiden:

  1. Op 21 september tweette Volkskrant-journalist Tom Kreling dat hij en zijn collega Huib Modderkolk niet in de eindversie van de film  zouden voorkomen, omdat zij het oneens waren met Wilders’ opvattingen. Dit is 100 procent onwaar. Zij komen niet in de eindversie voor vanwege hun slechte Engels, en belangrijker nog, doordat zij vooral speculeerden over de standpunten van de heer Wilders. Hun bijdrage voldeed simpelweg niet aan onze definitie van goede journalistiek. Tom Krelings tweet is bijna 150 keer geretweet, waardoor dit nepnieuws zich naar duizenden anderen verspreidde (onder wie veel journalisten). Hoewel ik meteen reageerde in een brief aan de redacteur van de Volkskrant met uitleg waarom dit onwaar is, werd deze niet gepubliceerd.
  2. Na het lezen van Tom Krelings tweet, uitte de linkse broer van Geert, Paul Wilders, nog meer onjuiste beschuldigingen: hij beweerde dat David Horowitz, een van Geert Wilders’ vermeende sponsors, de film had betaald. De manier waarop hij dit onderbouwde, was onnavolgbaar. De basis van zijn beschuldiging was dat Skillbridge, een bedrijf dat ik mede heb opgericht en waar ik in 2015 ben vertrokken, in 2016 is gekocht door Toptal, een bedrijf waarin Andreessen-Horowitz belangen heeft. Andreessen-Horowitz is een van de grootste venturefirma’s ter wereld met aandelen in Facebook, Airbnb, Twitter, en honderden andere bedrijven. Ben Horowitz is een van de oprichters van deze firma en de zoon van de vermeende Wilders’ sponsor David Horowitz. Maar Ben is links-liberaal (net als ik) en botst openlijk met zijn vader over politieke issues. Verder heb ik Ben Horowitz noch zijn vader ooit ontmoet, en was ik al vertrokken bij Skillbridge ten tijde van de overname. Weer ondernam ik meteen actie om dit recht te zetten en schreef ik Paul Wilders. Mijn antwoord deed mij belanden in een ‘Twitteroorlog’ die weinig goeds bracht.
  3. Het ergste moest nog komen. Op basis van mijn Twitterconversatie met Paul Wilders, schreef journalist Pascal Vanenburg van BNNVARA een column waarin hij beweert dat mijn film niet door een publieke omroep zou mogen worden uitgezonden, omdat onduidelijk zou zijn dat ik politiek onafhankelijk ben. Dit is complete nonsens. Ik heb de film zelf gefinancierd en als Pascal Vanenburg ook maar 1 minuut zelf onderzoek had gedaan, was hij erachter gekomen dat hij de onlogische mening van Paul Wilders verspreidde en niet de feiten.

Wat kunnen de Nederlandse media hieraan doen?

1. Fact check, fact check, fact check. Mijn eerste baan, bij het linkse Mother Jones magazine, was als fact checker. Ik checkte elke blog die online ging, omdat bij het kleinste foutje de Amerikaanse rechts-conservatieve organisaties ons belachelijk zouden maken. Hier leerde ik het belang van deze vaardigheid. Schrijf je iets wat onjuist is, dan verlies je je reputatie.

2. Stel publicaties, journalisten en opiniemakers aansprakelijk. HP De Tijd reproduceerde Tom Krelings onjuiste commentaar zonder te onderzoeken of het enige waarheid bevatte. Dit is een ander goed voorbeeld van bevooroordeelde media. Het feit dat Kreling een journalist is, betekent niet dat zijn woorden op Twitter meteen moeten worden overgenomen.

3. Ontsla Pascal Vanenburg per direct en laat dit een boodschap zijn. Het is onacceptabel en hoogst onverantwoord om nepnieuws te produceren, zonder de feiten te checken, in opiniestukken die door grote groepen mensen worden gelezen, zeker als je voor publieke media werkt. Verder lijkt Pascal Vanenburg mij niet eens te willen antwoorden. Hij denkt dat hij valse beschuldigingen kan uiten en daarmee weg kan komen, terwijl ik hem meerdere malen heb geschreven. Hij is de titel journalist onwaardig en dient de consequenties daarvan te ondervinden.

Ik zal hoogstwaarschijnlijk nooit meer in Nederland wonen, maar ik heb veel respect voor jullie cultuur. Maar ik vrees dat de problemen die andere landen hebben met nepnieuws in een 24-uurs nieuwscyclus, al zijn overgewaaid naar Nederland.

Lees hier de reactie van Huib Modderkolk op deze column van Stephen Robert Morse >>

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.