Christiaan Hoekstra

Het wissen van de eigen geschiedenis kent vele gevaren

Door Christiaan Hoekstra - 10 februari 2018

Reizend door Australië, ontsnappend aan Nederland, kan ik mij als geschiedenisdocent soms niet onttrekken aan het Nederlandse publieke debat. Om daar vervolgens volledig in te worden meegetrokken.

Overschakelend van de ene naar de andere talkshow gaat het over de omgang met het koloniale verleden. De vraag hoe we ons dienen te verhouden tot de overgeleverde koloniale representaties in het publieke domein staat daarbij centraal.

Niet alleen in Nederland

Ook Australische of Engelse televisieprogramma’s laten dit thema niet ongemoeid. Australia day is voor de Aboriginals Invasion day. En in Engeland zou het standbeeld van de 18e eeuwse admiraal Nelson van zijn sokkel moeten worden getrokken.

Wat vooral opvalt, is de heftigheid in al die debatten. Elk praatprogramma is verworden tot een soort debatcolosseum. De twee gasten worden lijnrecht tegenover elkaar gezet, zij hebben zich voorbereid aan de hand van een grondige geschiedstudie en de woordenstrijd kan losbarsten.

De kijker blikt geamuseerd toe, afwachtend hoe één van beide partijen zal worden afgetroefd. Daarna ziet de toeschouwer hoe de presentator zijn vonnis velt met een opstaande of een beneden wijzende duim. De ene partij triomfeert de andere druipt af.

Hedendaagse tegenstellingen vergroten

Geschiedenis kan inderdaad worden gebruikt om hedendaagse tegenstellingen te vergroten. In de debatten wordt dan gevraagd aan de beide gasten één kant van de tegenstelling uit het verleden te vertegenwoordigen. Vervolgens worden de loopgraven te diep gegraven om elkaar nog de hand te schudden.

Het tegenovergestelde zou het geval moeten zijn. We zouden samen naar dat verleden moeten kijken, er afstand van moeten nemen en besluiten dat anders aan te pakken. Juist zo’n discussie roept een nieuw ideaal van verzoening op. Anders wordt een voortzetting van zo’n tegenstelling in stand gehouden.

De huidige generatie Nederlanders heeft vele overblijfselen van dat verleden overerfd. Dit is terug te zien in de vele historische gebouwen, schilderijen, standbeelden, straatnamen, etc. Het is een opeenstapeling van historische voorwerpen en verwijzingen die stuk voor stuk een bepaald verleden vertegenwoordigen.

Je zou dit kunnen beschouwen als de opeenstapeling van historische uitdrukkingsvormen. Zoals een geoloog naar de aardlagen of gesteentelagen kijkt, die over elkaar heen zijn gegroeid, zo ziet de historicus de gelaagdheid van historische overblijfselen als onderdelen van een cultuur.

De discussie van nu gaat erover of zo’n laag niet grondig verwiijderd dient te worden. Het zou namelijk de verkeerde vruchten afwerpen. Echter, het verschil met de aardlagen is dat wij als gemeenschap zelf kunnen bepalen wat de waarde is van de vruchten van het verleden. Nederlanders kunnen zelf betekenis aan geven aan de geschiedenis.

Constructieve betekenis geven aan geschiedenis

Ook de verering van bepaalde historische figuren die in het verleden plaatshad, is zo’n culturele laag. Toen werd ervoor gekozen om die betekenis er op die manier aan te geven.

Dat betekent niet dat Nederlanders in het heden direct eenzelfde betekenis moeten overnemen. Het gaat er juist om dat we er nu een constructieve betekenis aan geven voor het heden en de toekomst. Op die manier kunnen die historische lagen de juiste vruchten afwerpen in de vorm van verbroedering en bewustwording. Het weghalen zou zo’n betekenisgeving ontnemen, ook voor toekomstige generaties.

Bovendien wanneer deze beweging zich zal doorzetten, zal er weinig overblijven in het cultuurlandschap. Wie onrecht in het verleden vanuit zijn eigen achtergrond wil zien, kan zijn hart ophalen. Geschiedenis is namelijk een onuitputtelijk reservoir van menselijke uitsluiting en leed.

History is one damn thing after another’, zei Winston Churchill al. Daarbij is geen enkele categorie gespaard gebleven, of je nu spreekt over ras, religie, klasse, geslacht, seksualiteit of leeftijd. Ook de blanke man (of kind) heeft zijn portie leed gehad. Zie bijvoorbeeld de gemiddelde levensverwachting in de industriestad Birmingham in de 19e eeuw. Predatoriale hebzucht kende nou eenmaal geen grenzen, niet geografisch, niet in termen van bevolkingsgroepen.

MeToo zou geen enkele historische koning heel laten

We moeten ervoor waken, met al die hedendaagse bewustzijnsbewegingen, dat alle historische uitdrukkingsvormen worden verwijderd. De MeToo-campagne zou geen enkele representatie van een historische koning heel laten.

Met het groeiend besef over de verdergaande milieu-afbraak zou de christelijke missionaris Bonifatius als de eerste ontbosser kunnen worden gezien. Wie het heden wil veranderen aan de hand van onrecht uit het verleden, zal dat altijd vinden. En ook onze hedendaagse gebruiken zullen later ter discussie worden gesteld. Daarbij valt te denken aan de onderscheidende principes als IQ of rijkdom.

Betekent dit dat in de toekomst de personen die daar symbool voor stonden en een plaats hebben verworven in het publieke domein, daaruit moeten worden verwijderd? Laten we hopen van niet. Zij zijn dan onderdeel van een historische laag. Over die laag zal in de toekomst weer anders worden gedacht.

De consequentie van de huidige aandrang levert een steriel karakterloos cultuurlandschap op, dat geen vruchten meer kan afwerpen voor toekomstige generaties.

Laatste stukje dekolonisatie

Dan is er het argument dat het weghalen van de koloniale overblijfselen kan worden gezien als een laatste stukje dekolonisatie. Een proces dat vergelijkbaar zou zijn met de denazificatie van na 1945. Maar, het grote verschil is dat er na 1945 gegronde angst was voor een nazi-verafgodingscultuur, met als gevolg een weinig constructief klimaat.

In het Nederland van nu is er geen reden om aan te nemen dat de koloniale representaties een koloniale gemoedstoestand in de hand zouden werken. Gechargeerd gezegd zijn er nog geen wenende jongeren waargenomen die met een nostalgisch verlangen kransen leggen bij het Jan Pieterszoon Coen-monument. Om vervolgens op te roepen tot navolging.

Volledige verhaal kweekt verbazing en empathie

Mijn ervaring als geschiedenisdocent in het middelbaar onderwijs is het tegenovergestelde. In de les over de uitroeiing van de Bandanezen onder leiding van Coen kreeg ik bijvoorbeeld de vraag hoe het nu met de Bandanezen gaat. Het kweekt verbazing en empathie, als het juist volledige verhaal wordt verteld. De historische representaties herinneren ons daaraan.

Ook moet zo’n narratief van leed van een specifieke bevolkingsgroep niet te dominant worden. Zodra zo’n verhaal de overhand krijgt, werkt dat fatalisme en polarisatie in de hand. Geschiedenis wordt dan ook één grote ego-strijd.‘Jij hebt geleden, nee ik heb pas geleden, zie mijn verleden’.

Tot slot zou een historicus niet goed kunnen oordelen over de historische impact op een bevolkingsgroep, waartoe hijzelf niet behoort. Zelf denk ik dat het invoelende vermogen over die categorieën heengaat. Anders zouden ook veel andere beroepen niet goed functioneren.

Overdreven gezegd zou een hersenchirurg dan een hersentumor moeten hebben om goed over zijn patiënten te kunnen oordelen. De taak van elke professional is juist om daar sensitiviteit voor te ontwikkelen. Zoals een vader zijn dochter wel degelijk kan verstaan, ondanks dat zij tot verschillende ‘categorieën’ behoren.

Momenteel werk ik op een tomatenfarm in de Australische staat Victoria om geld bijeen te sparen voor mijn vervolgreis. Gelukkig zie ik de Rus en de Duitser met wie ik samenwerk niet als representanten van hun verleden. Dat zou het werken met hen onmogelijk maken. Het motto is hier dan ook, pluk de dag, de hele dag.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.