Jelte Wiersma

Kurz en Di Maio moeten de vrijheden van 1968 en 1989 redden

Door Jelte Wiersma - 17 juni 2018

In 1968 werd de culturele vrijheid gewonnen, in 1989 de economische. Dit heeft geleid tot een grenze(n)loze wereld. Die grenze(n)loosheid dreigt de verworvenheden van ’68 en ’89 te ondermijnen. Het is aan een nieuwe generatie politici onder wie Sebastian Kurz en Luigi Di Maio om grenzen te trekken en zo de vrijheden van ’68 en ’89 te redden, schrijft Jelte Wiersma in zijn wekelijkse essay.

Europa is sinds de Tweede Wereldoorlog in twee stappen grenze(n)lozer geworden. Eerst in 1968. Individuele vrijheid ging prevaleren boven gemeenschapszin. De morele grenzen van wat wel en niet toelaatbaar was, vervaagden. In 1989 werd een tweede grens geslecht. Het socialisme en zijn planeconomie had na de val van de muur afgedaan, de vrije markt had zich als superieur bewezen. De begrenzing van de markt werd deels opgeheven.

Europacorrespondent Jelte Wiersma schrijft elk weekend een essay voor Elsevier Weekblad. Op de hoogte blijven? Abonneer u op onze gratis nieuwsbrief >

De vruchten van ’68 en ’89, want dat zijn het in veel opzichten zeker, smolten in de jaren negentig samen tot wat wel bekend is komen te staan als het globalisme. Globale of mondiale vrijheid, zowel moreel en cultureel als economisch, zou de toekomst van de mensheid zijn. Morele grenzen, landsgrenzen, culturele grenzen en economische grenzen moesten worden afgebroken, want die stonden die mondiale vrijheid maar in de weg.

Deze mondiale vrijheid zou tot stand komen onder auspiciën van ogenschijnlijk apolitieke internationale instituties zoals de Verenigde Naties, de Europese Unie, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

Mond vol tanden

Maar nu, in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw, ligt dit denken onder vuur. Sinds de islamitische aanslagen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten is de laissez faire-houding van 1968 ten opzichte van cultuur en dus immigratie in een ander daglicht komen te staan.

Geconfronteerd met de ander komt de vraag op wie wij zijn. En dan staat het grenze(n)loze ’68 met de mond vol tanden. En de economische crisis vanaf 2007 heeft vraagtekens opgeroepen over de grenze(n)loze markteconomie. Zeker in het licht van het succes van meer geleide economieën als de Chinese. Is grenze(n)loosheid wel altijd en overal zo’n goed idee? En is het wel zo verstandig nationale politieke macht over te hevelen aan internationale instituties waardoor de burger zijn democratische macht verliest?

2017-generatie

Nee, is het antwoord van Sebastian Kurz (31) en Luigi Di Maio (31). Zij leidden respectievelijk de ÖVP in Oostenrijk en de 5 Sterrenbeweging in Italië naar verkiezingsoverwinningen. Kurz en Di Maio, laten we zeggen de 2017-generatie, lijkt zich enigszins los te maken van de in het globalisme samengesmolten dogma’s van ’68 en ’89.

De nadelen van massale immigratie, meer specifiek die uit islamitische landen enerzijds, en de economische crisis sinds 2007 anderzijds, geeft deze 2017-generatie een ander gezichtspunt. Grenze(n)loosheid blijkt nadelen te hebben en zij hebben die van nabij mogen aanschouwen. Kurz zag zijn Wenen verkleuren, Di Maio zijn Napels economisch nog verder verschrompelen. Wat ze zagen, beviel hen niet. Ze waren niet de enigen en op de golven van onvrede wisten zij, zo jong nog, spectaculaire verkiezingszeges te behalen. De slogan van de Brexiteers ‘take back control’ blijkt Europa-breed aan te slaan. Controle terugnemen, grenzen stellen dus.

Jonge conservatieven, rechts én links

Een opmerkelijke overeenkomst tussen Kurz en Di Maio is hun behoudzucht, hun conservatisme. Kurz is daarbij eerder rechts-conservatief (cultureel) en Di Maio links-conservatief (economisch). Maar beide vleugels van deze 2017-generatie willen een einde aan grenze(n)loosheid en streven naar behoud van land, cultuur en zeggenschap. Wilden hun ouders en grootouders grenzen slechten, hun kinderen en kleinkinderen zoeken juist naar afbakening. Zowel cultureel als economisch.

Kurz sluit moskeeën, zet imams uit, de niqab was al verboden, de landsgrenzen worden gecontroleerd en als de Schengengrens niet sluit, gaat Kurz de nationale grenscontroles fors aanscherpen. Oostenrijkers moeten weer bepalen wie Oostenrijker mag zijn en welke waarden daarbij horen. Di Maio probeert macht van de financiële markten, van Duitsland in de eurozone en van Brussel te beperken. Italië moet weer zelf economisch beleid kunnen voeren.

Redden van vrijheden

Wat Kurz en Di Maio doen is, bewust of onbewust, de vrijheden die hun grootouders en ouders verwierven, proberen te redden. Als Kurz en Di Maio en al die anderen van de generatie-2017 geen grenzen trekken, gaan de verworvenheden van ’68 en ’89 er aan. In Polen probeert Rooms-katholiek Jaroslaw Kaczynski ’68 cultureel en moreel terug te draaien; in het Verenigd Koninkrijk staat communist Jeremy Corbyn klaar om ’89 economisch te counteren. Burgers van nationale democratieën willen kennelijk een einde aan de grenze(n)loosheid en blijken in ieder geval tijdelijk bereid vrijheid te willen offeren om dat te bereiken.

In die wetenschap rust op de schouders van de generatie-2017, die van Kurz en Di Maio, de enorme verantwoordelijkheid om een balans te vinden tussen vrijheid en de grenzen daaraan. Falen zij, dan zouden burgers met hun stem de vrijheden van ’68 en ’89 wel eens zomaar kunnen wegstemmen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.