Elif Isitman

Knap hoe Miek Smilde links en rechts verenigt met haar ‘knuffelracisme’

Door Elif Isitman - 26 juli 2018

De weg naar de hel is geplaveid met goede intenties, bleek woensdag toen onderzoeksjournalist en tekstschrijfster Miek Smilde een goede beurt dacht te kunnen maken met een column over de rel rond Stef Blok.

‘Minister Blok, doe als mijn Turkse kleermaker,’ kopte haar stuk in de Volkskrant. Daarna volgde een opsomming van allerlei allochtonen die de schrijfster – net als die Turkse kleermaker – op de meest clichématige manieren van dienst zijn en die volgens haar vooral om hun etnische achtergrond heel bijzonder zijn.

Nauw wereldbeeld

Smilde wil de minister ervan overtuigen dat de multiculturele samenleving wél is geslaagd. Een prima missie, maar de pijnlijke manier waarop ze dat doet, getuigt van een nogal nauw wereldbeeld en gebrek aan zelfreflectie.

De Turkse kleermaker, de Surinaamse nanny, het Equadoriaans-Ghanese schoonmaakstel en de Indiase mondhygiënist (die eigenlijk is opgeleid tot tandarts, maar dat beroep met haar papieren in Nederland niet kan uitoefenen, maar dat ‘niet erg’ vindt want ze is al blij dat ze met Nederlanders mag praten): ze passeren allemaal de revue.

Wat er van hen af moet stralen, is hoe goed het eigenlijk is dat deze mensen zich in de Nederlandse maatschappij weten te handhaven. Door gewoon een baan te hebben, en met Nederlanders te praten. Geen dingen die direct als bijzonder gekwalificeerd moeten worden, zou je denken.

Maar door de overdreven manier waarop Smilde ‘haar’ allochtonen uitroept tot voorbeeldfiguren, en indirect natuurlijk ook zichzelf, pakt haar column – ongetwijfeld onbedoeld – enorm neerbuigend uit.

Gooise vrouw en haar Filipijnse dienstmeisje

Het toontje van de schrijfster roept associaties op met de Gooise dame van stand die dweept met haar Filipijnse dienstmeisje. O wat kan ze – bij gebrek aan aandacht van haar man – diepzinnige gesprekken met haar voeren! Of met – langer geleden – de vrouw van de plantagehouder die het zo goed met haar gekleurde slavin kon vinden.

Neerbuigend dieptepunt in het stuk van Smilde is een passage over haar Surinaamse hulp. ‘In die tijd werkte Momien al bij ons. Een Surinaamse vrouw van Hindoestaanse origine, die moslima was. Alleen al die combinatie was genoeg reden om haar aan te nemen.’

De schrijfster probeert zich duidelijk te profileren als open minded en tolerant, maar bereikt met haar verheven en kleinerende schetsen van de allochtonen ‘als wie Stef Blok moet doen’ precies het tegenovergestelde. Op internet circuleren treffende termen voor dit fenomeen: ‘betuttelracisme’ en ‘knuffelracisme’.

Ongenadige bak kritiek

Een ding moet je haar nageven. Met haar ongelukkige column wist Smilde iets vrijwel ondenkbaars te bereiken: het verenigen van links en rechts, twee kampen die het op sociale media doorgaans vooral moeten hebben van het verketteren van elkaar. Van GeenStijl tot Anousha Nzume en alles daartussenin: de bak modder die Smilde van beide kanten over zich heen kreeg was eindeloos, ongenadig en in dit geval volledig eenduidig.

Mensen vroegen Smilde waarom ze louter allochtonen met serviele beroepen als voorbeeld noemde en niet bijvoorbeeld allochtone artsen of advocaten. Haar antwoord was dat het toevallig die mensen waren waar ze ‘altijd zo goed mee kan praten’. Ook weer niet echt gelukkig geformuleerd. Inmiddels heeft ze haar Twitter-account (‘@polemiek’) maar opgeheven.

Ook deughonger is niet immuun voor kritiek

De bak met kritiek had Smilde van mijlenver kunnen zien aankomen. Net als overigens de Volkskrant die het stuk besloot te plaatsen maar de schrijfster ook tegen zichzelf in bescherming had kunnen nemen.

Toch is het goed dat dat niet is gebeurd. Want de kwestie werpt licht op een geruststellend fenomeen: dat ook de opzichtige honger om te deugen niet immuun is voor kritiek.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.