Peter van Druenen

Is het klimaat wel maakbaar?

Door Gastauteur - 06 oktober 2018

Orkanen nemen merkbaar in kracht toe, hittegolven worden heter, moessons natter, droogtes droger en smog dikker. Is dit nog te stuiten? We moeten sceptisch zijn over de aanname dat we er zelf veel aan kunnen doen, stelt historicus, schrijver, uitgever en internetpionier Peter van Druenen.

In het tegenwoordige gepolariseerde debat over de klimaatcrisis, waarin gelovigen geloviger worden en sceptici sceptischer, ben ik ambivalent, of liever gezegd: pragmatist. Om te beginnen: ik erken de klimaatcrisis in haar volle omvang. Sterker nog, ik ben er na mijn onderzoek in de recente wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp van overtuigd dat de situatie nog ernstiger is dan ze meestal wordt voorgespiegeld. Om vast te stellen dat de poolijskappen smelten heb je niet langer ingewikkelde apparatuur nodig, het blote oog volstaat. Orkanen nemen merkbaar in kracht toe. Hittegolven worden heter, moessons natter, droogtes droger en smog dikker.

Deze bijdrage werd ingezonden door historicus Peter van Druenen. 

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad

Tegelijkertijd erken ik de onmogelijkheid om de crisis te stoppen, laat staan terug te dringen. We zijn waarschijnlijk te laat, maar slechts weinigen lijken dat in te zien. Mijn medegelovigen murmureren in koor de mantra’s van problemen en oplossingen. Verbrandingsmotoren? Weg ermee! Elektrisch rijden is de toekomst.

Led-verlichting contra gloeilampen is nog zo’n echtpaar van goed en kwaad, net als de duo’s windmolens-kolencentrales, tofu-rundvlees, ambachtelijkheid-industrie, boomplantdagen-ontbossing, kweekvis-overbevissing, recycling-afvalbergen, om er maar eens een paar te noemen. Het is allemaal goedbedoeld en de oplossingen dragen zeker bij aan een beter milieu, maar de vraag is of we er de stijging van de zeespiegel en andere rampen mee kunnen voorkomen.

Verdelging van mussen onder Mao pakte catastrofaal uit

Toch zijn de gelovigen en hun oplossingsrichtingen aan de winnende hand. We worden bedolven onder klimaatakkoorden en ‑doelstellingen. De wereld is maakbaar en het milieu ook. Hoewel serieus bedoeld, roepen veel van de maatregelen die hieruit voortvloeien bij mij ongeloof en verbazing op.

Peter van Druenen is historicus, schrijver, uitgever en internetpionier. In 2015 verscheen zijn monumentale Vissers, Kapers, Arbeiders, een  historisch-demografische stadsgeschiedenis. Momenteel werkt hij aan het vervolg op zijn boek-essay De Klimaatparadox.

Ongeloof en verbazing bekropen mij ook toen ik las dat Mao in 1958, ten tijde van de Grote Sprong Voorwaarts, besloot om alle mussen in het land uit te roeien. De intentie was om hongersnoden tegen te gaan; de vogels vraten de tarwe op die was bedoeld voor de hongerende bevolking. De maatregel maakte deel uit van de Vier Plagen-campagne waarbij ook ratten, vliegen en muggen het moesten ontgelden. Er zijn filmbeelden bewaard gebleven van grote groepen Chinezen die over de akkers renden, schreeuwden, trommelden op metalen emmers en zo de mussen dwongen om te blijven vliegen totdat ze er letterlijk bij neervielen. De lijkjes moesten worden verzameld en ingeleverd. Uiteindelijk werden er meer dan twee miljard vogels gedood.

Het resultaat was catastrofaal: het land kreeg te maken met een enorme toename van ander schadelijk ongedierte, zoals sprinkhanen, waardoor de oogsten nog slechter uitpakten dan voorheen. Het beeld van de strijd van de maoïsten tegen de mussen drong zich bij mij vele jaren later weer op, toen honderden miljoenen burgers wereldwijd de milieuvervuilende gloeilampen in hun schemerlampen vervingen door spaarlampen. De wereld was gered!

Pas bij 40.000 windmolens extra komt Nederland in de buurt

Op een wat grotere schaal is er al jaren de breed gedragen overtuiging dat er windmolenparken moeten worden gebouwd om de klimaatverandering en het opraken van fossiele brandstoffen te stuiten. Aan de aanleg van de parken worden tienduizenden hectaren grond‑ en watergebied opgeofferd, terwijl het rendement per molen relatief laag is. Door innovatie kunnen de opbrengsten weliswaar nog fors hoger worden, maar feit blijft dat, wanneer de Nederlandse energiebehoefte volledig gedekt zou moeten worden, er op elke vierkante kilometer land‑ en wateroppervlak een windmolen zou moeten worden gebouwd: zo’n 40.000 in totaal.

Dit getal zal de komende decennia stabiel blijven omdat het efficiënter worden van de energietechnologie hand in hand zal gaan met een verdere stijging van de energievraag. Alleen al het internetgebruik, als de snelst groeiende stroomslurper, zal hieraan bijdragen.

Dit onderzoek uit het weekblad van deze week mag u niet missen: Deradicalisering, is er dan niks dat werkt?

Dit effect is de zogenoemde paradox van Jevons: technologische vooruitgang die tot doel heeft de efficiëntie van een bepaald product te verhogen, zal in dezelfde mate een toename van de consumptie van het betreffende product tot gevolg hebben.

Intussen vloeien de miljarden naar de windmolenparken en kunnen we ons afvragen welke industriële complexen, gelieerd aan welke publieke organen daar nu weer achter zitten. Let wel: windmolens zijn in Nederland met afstand de schoonste stroomopwekkers, ook wanneer je de CO2-uitstoot van productie, onderhoud en ontmanteling van de molens meerekent; je hebt er alleen zo veel van nodig.

Over landschapsvervuiling hoor je weinig meer, maar in het toch al overvolle Nederland zullen 40.000 extra windturbines het land een ingrijpend andere aanblik geven. Ter vergelijking: in 2016 waren er in totaal 2.034 stuks, waarvan 650 in Flevoland. Wie weleens in die provincie komt, weet hoe het landschap daar nu al volledig wordt gedomineerd door de molens. En dan hebben we het nog niet eens over de door veel mensen als angstaanjagend ervaren geluiden die de molens produceren.

Het duurt nog decennia voordat biomassa klimaatwinst oplevert

Sinds 2008 is er in Nederland 9,3 miljard euro geïnvesteerd in centrales om energie op te wekken door de verbranding van biomassa. Deze methode was daarmee, na windenergie met 14,6 miljard euro, het op één na duurste alternatieve klimaatproject. Op grote afstand volgden de investeringen in zonne-energie, groen gas en geothermie die om en nabij de 2 miljard euro hebben gekost.

Al in het eerstgenoemde jaar, 2008, was er internationale kritiek op deze alternatieve bron. Op de kortere termijn zou de verbranding van biomassa namelijk meer broeikasgassen veroorzaken dan de verbranding van kolen of gas. In het gunstigste geval duurt het tientallen jaren voordat er klimaatwinst is behaald. En toch zijn er voor de komende jaren weer miljarden begroot voor de verbranding van hout, afval, plantaardige olie en mest.

Peter van Druenen, De Klimaatparadox (Cossee) 128 pagina’s, € 15

We kunnen niet veel doen aan de klimaatcrisis, hooguit een beetje

Bij de Grote Sprong Voorwaarts was de leidende gedachte dat de samenleving maakbaar is. Het mislukken van Mao’s politiek, al decennia geleden in China onderkend, pleit sterk tegen deze gedachte. Ook in Europa zijn de meeste experimenten slecht afgelopen. De dictatuur als ultieme poging tot maakbaarheid heeft met Hitler en Stalin haar eigen graf gegraven, hoewel ook het daaropvolgende geloof in een liberale westerse samenleving, in 1990 bezongen door de Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof Francis Fukuyama, alweer aan haar aftocht is begonnen.

Het concept van maakbaarheid speelt ook een grote rol bij de vraag of de mensheid dan wél in staat is om het klimaat naar haar hand te zetten met ledlampen, vleesvervangers, boomplantdagen en windmolens. De gelovigen antwoorden bevestigend, de sceptici en de pragmatici ontkennend.

Ik heb hiervoor gesteld dat ik zeker geloof dat er een klimaatcrisis is. Maar ik ben tegelijkertijd sceptisch over de aanname dat we er zelf veel aan kunnen doen: natuurlijk kan dat niet, hooguit een beetje. Ik deel dus niet het absolute geloof van de gelovigen in oplossingen, maar evenmin het ontkennende antwoord van de sceptici op de vraag of er wel een crisis is.

Het innemen van een dergelijke positie vraagt erom op zoek te gaan naar de onderliggende oorzaak van de klimaatcrisis. Die ligt volgens mij niet in milieuvervuiling, het uitputten van de landbouwgronden en het interen op de voorraden fossiele brandstoffen; dat zijn slechts symptomen van een veel grotere en bedreigender ontwikkeling.

Meer achtergrond bij dit verhaal: Deltawerken gaan open, is dat wel zo verstandig?

Meer mensen maken meer kapot dan minder mensen

Voor de sleutel in de analyse van de huidige klimaatcrisis moeten we terug naar de belangrijkste aanbeveling van het Rapport van de Club van Rome in 1972: het terugdringen van de wereldwijde bevolkingsgroei en daarmee van de schade die de mensheid aanricht aan het milieu. Simpel gezegd: meer mensen maken meer kapot dan minder mensen. De bron van de klimaatcrisis zijn wij zelf. Niet alleen planten we ons in steeds grotere aantallen voort, we leven ook nog eens langer, zorgen beter voor onszelf en voor onze medemens, en steken steeds vaker en massaler de helpende hand uit bij natuurrampen, hongersnood en oorlogsleed.

Omdat we dankzij de moderne media op de hoogte zijn van bijna elke moord wereldwijd, lijkt het alsof er steeds meer geweld is. Het tegendeel is echter waar; de wereld was, ondanks de geregelde terreuraanslagen in de westerse wereld en de oorlogen in het Midden-Oosten en Afrika, nooit eerder zo veilig. Sterven wordt echter steeds minder geaccepteerd als onderdeel van het leven, dus is iedere dode er een te veel. Het in stand houden van de soort door onbeperkte reproductie en door maatregelen die erop zijn gericht zo lang mogelijk te leven, is een darwiniaans doel geworden.

We investeren in klimaatbeheer en medemenselijkheid, maar voeden daarmee het monster dat eruit voortkomt, het monster van overbevolking, van te grote druk op de grondstoffenvoorraden en voedselbronnen, van milieuvervuiling – dat is de klimaatparadox.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.