Philip van Tijn

Door de rechtsstaat staan politie en OM voortdurend op achterstand

Door Philip van Tijn - 15 november 2018

Omdat politie en Openbaar Ministerie continu rekening moeten houden met allerlei regels, staan ze in de strijd tegen criminelen voortdurend op achterstand, ziet Philip van Tijn. Daardoor is het niet altijd vanzelfsprekend dat het recht zegeviert.

Een aantal criminelen, bekenden van de politie, maakt plannen om een topcrimineel uit een zwaarbewaakte gevangenis te bevrijden. Zij huren een helikopter en bereiden de bevrijding minutieus voor. Jammer voor hen komt de politie ze op het spoor en luistert hun ‘verkeer’ af. Dan komt het moment waarop politie en Openbaar Ministerie (OM) een afweging moeten maken: de criminelen in de kraag vatten voordat ze het ernstige delict hebben begaan, of wachten om ze op heterdaad te kunnen betrappen, met het risico dat daarbij doden vallen, vooral onder de bewakers.

Philip van Tijn

Philip van Tijn is bestuurder, toezichthouder en adviseur. Hij schrijft wekelijks op zondag een blog over de actualiteit.

De politie koos voor de eerste optie, maar daardoor komen de criminelen er nu met betrekkelijk lichte straffen vanaf. Maandag was het vonnis: vier verdachten kregen 2,5 jaar gevangenisstraf opgelegd, in plaats van de geëiste 9 jaar, en voor vijf anderen volgde vrijspraak. Volgens de rechter was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een poging tot kaping van een helikopter en voor een poging tot bevrijding van de topcrimineel. De rechter veroordeelde ze alleen voor het voorbereiden van een helikopterkaping.

Het voornemen tot een misdrijf is nog geen uitvoering

Wat nu als de politie langer had gewacht en de bevrijding had laten doorgaan, met doden en gewonden als gevolg? Heel Nederland had op zijn achterste benen gestaan, de Tweede Kamer was in spoedzitting bijeengekomen – zeker als bekend was geworden dat de politie al een tijd op de hoogte was. Minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) had het wel kunnen schudden: onder zijn auspiciën waren onschuldigen doelbewust de dood ingejaagd!

Nu niet te snel zeggen dat het allemaal steeds gekker wordt. Want al ruim dertig jaar geleden, in 1987, besliste het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, niet veel anders in een vergelijkbare zaak, het zogeheten GWK-arrest. Twee criminelen zaten in een auto te wachten voor een filiaal van het Grenswisselkantoor in Bladel, totdat ’s morgens de eerste employé zou komen.

De bedoeling was hem te grijpen zodra hij de deur had geopend, hem te knevelen en de kluis leeg te halen. Maar de employé kreeg argwaan bij het zien van de auto en sloeg alarm. De politie verscheen en na een wilde achtervolging werden de twee criminelen aangehouden.

Zij reden in een gestolen auto, met gestolen nummerplaten, waren zwaarbewapend, hadden handboeien en tape bij zich, evenals pruiken, en ze droegen dubbele kleding.

Voor u en mij zou het allemaal klaar als een klontje zijn, maar u en ik zitten dan ook niet in de Hoge Raad. Die oordeelde dat een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf ontbrak. ‘Het voornemen van de daders had zich niet door een begin van uitvoering geopenbaard.’ Dus ze hadden ook op weg kunnen zijn naar hun jarige tante.

Toch heeft deze GWK-zaak zijn nut gehad. Daardoor is een nieuw wetsartikel gekomen dat bij zeer ernstige misdrijven ook de voorbereiding strafbaar stelt. En daardoor zijn in de actuele helikopterzaak vier boeven in elk geval tot 2,5 jaar cel veroordeeld, waar zij anders vermoedelijk zouden zijn vrijgesproken.

Politie ligt per definitie op achterstand

In hun continue strijd tegen de criminaliteit liggen politie en Openbaar Ministerie voortdurend op achterstand. Zij moeten zich, uiteraard, aan allerlei regels houden en de natuurlijke tegenstander, uiteraard, niet. Openbaarheid is daarbij een niet geringe handicap. In de afgelopen tijd heb ik me er een paar keer over verbaasd hoe de politie opening van zaken gaf over de wijze waarop ze bendes te slim af was geweest, gebruik had gemaakt van infiltranten en dergelijke. Je weet dat je een dergelijke methode dus nooit meer kunt gebruiken, maar kennelijk is de politie verplicht om dat soort zaken openbaar te maken.

En dan was er die recente zaak waarin de politie tijdenlang een stel zware jongens afluisterde. Door dat afluisteren kwamen ze er dus ook achter dat bij die criminelen de verdenking bestond dat zij één of meer verraders in hun midden hadden. Om een bloedbad te voorkomen, onthulde de politie zelf de schuldige te zijn en niet een verrader. Daardoor wist men in het criminele circuit dat de politie over geavanceerde afluisterapparatuur beschikt, die daarmee dus onbruikbaar werd. Het lijkt me niet makkelijk om de verleiding te weerstaan de boeven elkaar een kopje kleiner te laten maken, maar ja, de rechtsstaat staat dat niet toe.

Mijn vader was rechter, dus de rechtsstaat is mij met de paplepel ingegoten. Maar de vanzelfsprekendheid dat de rechtsstaat (uiteindelijk) altijd zal zegevieren, heeft zijn glans verloren. De discussie over de rechtsstaat is hot, maar zoals vaak bij dergelijke discussies behoorlijk abstract. Er mag best ruimte worden gemaakt voor een directere benadering; aan de hand van voorbeelden als bovenstaand, om maar een dwarsstraat te noemen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.