Reinoud Bredius

Italianen hebben lak aan begrotingsregels en dat is hun goed recht

Door Ingezonden opinie - 24 december 2018

Het begrotingsconflict tussen EU en Italië toont glashelder het ware probleem van de eurozone, schrijft Reinoud Bredius.

De Italiaanse regering neemt het standpunt in dat het zich niet gebonden acht aan de indertijd overeengekomen Europese begrotingsregels. Zij beroept zich daarbij op de steun van de Italiaanse bevolking, waardoor haar standpunt democratische legitimiteit heeft.

Tegelijkertijd heeft Italië zich in het verleden aan die regels gebonden. Wanneer de Europese Commissie met een beroep op die afspraken Italië door middel van sancties in het gareel zou pogen te krijgen, negeert zij de Italiaanse volkswil zoals ook in de Griekse crisis is gebeurd.

Inperken nationale soevereiniteit noodzakelijk

Deze bijdrage werd ingezonden door Reinoud Bredius, oud-advocaat en oud-compagnon van NautaDutilh te Amsterdam. Bredius studeerde naast rechten ook geschiedenis en schrijft artikelen over politieke en geopolitieke Europese onderwerpen.

Hier wringt de schoen. Het euro-begrotingsbeleid kan immers uitsluitend effectief worden uitgevoerd en afgedwongen indien de nationale soevereiniteit op dat punt wordt ingeperkt.  Het gaat daarbij om het overdragen van bevoegdheden ten gevolge waarvan de soevereine staten op dat beleidsterrein die bevoegdheden niet meer mogen uitoefenen.

De Raad van State spreekt in zijn advies inzake de democratische controle bij overdracht van bevoegdheden en soevereiniteit van  17 juli 2014 over exclusieve bevoegdheden. Een dergelijke inperking  heeft men bij de invoering van de euro nagelaten, waarschijnlijk met opzet omdat daarmee de indruk werd weggenomen dat er sprake zou zijn van overdracht van nationale soevereiniteit aan Brussel.

Ook is denkbaar dat indertijd de gedachte is geweest dat in tijden van crisis de werking van de financiële markten een dergelijke overdracht van bevoegdheden gemakkelijker zou afdwingen, omdat in een noodsituatie er de facto politiek geen andere keuze meer is.

Inperking van soevereiniteit zonder legitimatie

Ofschoon daar geen direct bewijs voor lijkt te zijn, wijst het feit dat bij niet-naleving van de overeengekomen regels een eurolidstaat niet gedwongen kan worden de eurogroep te verlaten, wel in die richting. Dit komt neer op een feitelijke inperking van soevereiniteit zonder dat een dergelijke ‘overdracht’ van bevoegdheden democratisch is gelegitimeerd.

Het huidige systeem biedt geen oplossing. Individuele eurolidstaten kunnen door niet-naleving van de regels de stabiliteit van de gehele eurogroep en de munteenheid zelf in gevaar brengen. De door Frankrijk bepleite verkapte transfer-unie biedt evenmin soelaas. Het zou sluipenderwijs een geldstroom van Noord naar Zuid bewerkstelligen zonder dat het tevens een mechanisme zou scheppen om de noodzakelijke hervormingen in stagnerende economieën ook daadwerkelijk te kunnen afdwingen.

Of het één of het ander …

Het is dus van tweeën één: hetzij een duidelijke overdracht van soevereiniteit door de eurolidstaten aan Brussel die gepaard gaat met een volwaardig Europees begrotingsbeleid. In dat beleid zou plaats kunnen zijn voor steun aan economisch zwakkere regio’s op basis van de solidariteitsgedachte zoals wij die op nationaal niveau ook kennen. Hiervoor lijkt op dit moment geen politiek draagvlak te zijn.

Hetzij als alternatief een openlijke erkenning dat de nationale soevereiniteit op het terrein van het begrotingsbeleid intact blijft. Bij dat scenario is de euro als gemeenschappelijke munteenheid op de lange duur niet meer houdbaar. De zuidelijke landen zullen in toenemende mate in hun ogen te rigide begrotingsregels aan hun laars lappen, omdat naleving daarvan zou nopen tot zeer ingrijpende economische en maatschappelijke maatregelen. Daarvoor ontbreekt het politiek draagvlak in een aantal van die landen.

De noordelijke landen op hun beurt zullen op de duur niet meer bereid zijn de rekening hiervoor gepresenteerd te krijgen, als zij überhaupt al in staat zijn, zoals in de huidige Italiaanse crisis, die te betalen. In de noordelijke eurolanden zal men bovendien steeds minder bereid zijn bevoegdheden op dit terrein aan de Europese Commissie af te staan, omdat zij er naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende vertrouwen in hebben dat Brussel begrotingsbeleid zal maken dat vervolgens ook daadwerkelijk afgedwongen wordt zonder onderscheid des persoons. Deze vrees is de laatste jaren aangewakkerd door het politiek gedreven beleid van de ECB, dat veel verder gaat dan de bij de oprichting aan die ECB toebedeelde strikt monetaire taken.

Het is zaak dat de nationale politici op korte termijn duidelijkheid verschaffen aan hun electoraat, zodat een keuze kan worden gemaakt. Voortmodderen met de euro zoals nu gebeurt, is zinloos en uitzichtloos voor eenieder  en leidt op de langere termijn tot grotere en onnodige schade voor Noord en Zuid.

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad. 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.