André ten Dam

Regering en parlement, wees eerlijk over de euro!

Door Gastauteur - 16 december 2018

De ontwikkelingen in Frankrijk en Italië bevestigen dat het euro-experiment is mislukt. Daarover moeten regering en parlement nu eindelijk eens eerlijk zijn. In plaats van maar te blijven trekken aan een dood paard, kunnen we beter gaan nadenken over de op tafel liggende alternatieven, zo betoogt André ten Dam.

Vanaf de escalatie van de eurocrisis was de retoriek voor de vaderlandse bühne van regeringszijde ‘geen euro naar Griekenland’ en ‘geen soevereiniteitsoverdracht naar Brussel’. Dat heeft echter nogal anders uitgepakt. De euro moest worden gered. Daarin is immers decennialang veel politiek kapitaal geïnvesteerd.

Deze bijdrage werd ingezonden door André ten Dam, monetair ingenieur en euro-onderzoeker. Begin 2010 ontwikkelde hij The Matheo Solution (TMS). Voor een deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer over de toekomst van de monetaire unie en de euro eerder dit jaar schreef hij deze position paper.

Duitsland en Frankrijk maken de dienst uit. Soevereiniteit is overgedragen en toebedeeld aan bestaande en nieuwe Europese instituties. Nederland heeft weinig te zeggen, maar mag wel betalen. De toch ‘in marmer gebeitelde’ no-bail-out-regels van Maastricht zijn terzijde geschoven, duizenden miljarden euro’s gespendeerd. Bilaterale leningen kwamen er, noodfondsen, bankensteun, ECB-beleid en oplopende Target2-vorderingen. Op kosten en voor risico van vooral de burgers van de noordelijke eurolanden. Uitmondend in een door Nederland toch zo verafschuwde transferunie.

Zuidelijke landen raken achterop

Desondanks staan de zuidelijke eurolanden er slechter voor. De euro is voor deze economisch zwakkere landen véél te duur geworden. Met aldaar een eeuwige economische depressie, structureel hoge werkloosheid, sociale ellende, financiële problemen en technisch failliete banken tot gevolg. Maatschappelijk draagvlak voor noodzakelijke hervormingen blijft hierdoor uit. Deze landen raken verder achterop.

Maar ook in de economisch sterkere eurolanden zijn er problemen. Voor deze landen is de euro juist véél te goedkoop. Met koopkrachtaantasting voor de Nederlanders tot gevolg. Door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB) renderen spaargelden niet meer en zijn pensioenen gekort.

Onevenwichtigheden zijn niet meer te herstellen

Met de invoering van de euro zijn het traditionele monetaire instrumentarium van onderlinge wisselkoersaanpassing en nationaal-gericht rentebeleid overboord gegooid. Economische onevenwichtigheden tussen eurolanden zijn daardoor niet meer te herstellen. Deze worden niet kleiner maar groter. Ondanks alle genomen maatregelen. Nationale economieën kunnen evenmin nog met gericht rentebeleid worden aangestuurd.

Van de ervaringen met de euro zouden politici toch iets moeten hebben geleerd?! Bijvoorbeeld dat een one-size-fits-all-muntunie, bij gebreke van onderlinge wisselkoersen en rentedifferentiatie, niet kan bestaan zónder gemeenschappelijke supranationale instituties, een gezamenlijk budget en een herverdelingsmechanisme. Maar zeker ook dat zo’n monetaire unie ontaardt in een uiteindelijk onhoudbare structurele transferunie. Omdat de economieën van de daaraan deelnemende landen qua karakter, economische cycli en vooral qua kracht en ontwikkeling onderling te veel verschillen.

Rijkere landen moeten armere op schouders nemen

Niet eens zo heel gechargeerd gezegd, betekent dit in de Europese praktijk dat de economisch sterkere Nederlandse en Duitse regio’s niet alleen de zwakkere regio’s in eigen land op de schouders hebben, maar daar heel Zuid-Europa nog eens bij krijgen. Een kind begrijpt dat dit niet kan. Zo trekken de achterblijvende eurolanden de initieel sterkere landen mee het ravijn in. Zeker in tijden van internationale economische teruggang. De volgende dient zich nu langzamerhand alweer aan.

Ondanks deze realiteiten wordt de oude Haagse retoriek gewoon voortgezet. In het laatste Regeerakkoord en de Europa-speech van premier Mark Rutte van maart jongstleden in Berlijn. Volgens het mantra ‘a deal is a deal’ moet de no-bail-out-bepaling ‘geloofwaardig hersteld’ worden. En de Europese Unie mag géén ‘unstoppable train towards federalism’ worden.

Nederlanders zijn slapjanussen

Niets geleerd en daarom komt er van deze woorden wederom niets terecht. De euro moet immers nog steeds worden gered. Of, zoals dat nu heet, gestabiliseerd en crisisbestendig gemaakt. Daarom stemt Nederland weer in of initieert zelfs. Nu de verdere institutionalisering van het Europese noodfonds in een Europees monetair fonds. En volgende stappen ter vervolmaking van de Europese bankenunie, waarvan een Europees depositogarantiestelsel het sluitstuk moet vormen. Nederland kan niet voorkomen dat een gezamenlijk te financieren Europees schokfonds bespreekbaar is gemaakt voor in financiële moeilijkheden komende eurolanden. Drie keer raden wie hiervan de rekening uiteindelijk gepresenteerd krijgt.

Nederlanders zijn slapjanussen en blijven stil. Duitsers morren wel. Maar de euro en ‘Wir schaffen das’ zijn ultieme offers in de Wiedergutmachung.

Italianen en Fransen wel op achterste benen

Intussen zijn de Italianen wel in opstand gekomen. Via de stembus. Met een euro-vijandige regering tot gevolg. Frankrijk is nu aan de beurt. Daar doen opstanden zich traditioneel op andere wijze voor. President Emmanuel Macron capituleert. In beide landen lopen de begrotingstekorten en schulden snel op.

Het euro-experiment is dus mislukt. De facto is de munt sinds 2010 hersendood en wordt hij sindsdien met peperdure lapmiddelen kunstmatig in leven gehouden. Maar ook de life-support-machine loopt nu op haar laatste benen.

Het zou van eerlijkheid getuigen als regering en parlement dit allemaal nu eindelijk eens onder ogen zouden zien. En ernaar zouden handelen. Europese monetaire differentiatie is onontkoombaar en dringend noodzakelijk.

Drie opties voor het post-eurotijdperk liggen al jaren op tafel:

  1. Herintroductie van een Europees wisselkoersstelsel op basis van nationale munten. De euro bestaat dan uitsluitend voort als rekeneenheid voor grensoverschrijdende handelstransacties.
  2. Opdeling van de euro in een Noord-Europese en een Zuid-Europese munt.
  3. Flexibilisering van het Euro Pact volgens The Matheo Solution (TMS). De euro als gezamenlijk betaalmiddel en de voordelen daarvan blijven dan bestaan. De monetaire differentiatie wordt gerealiseerd middels introductie van nationale rekeneenheden. Op basis daarvan ontstaat dan een ‘wisselkoersstelsel’, met de euro als monetair anker.

Verdiep u daarin en zegt u het dan maar.

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad. 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.