Jon van Diepen

‘Stop het “groenwassen” van stroom’

Door Ingezonden opinie - 17 december 2018

De manier waarop stroom het stempel ‘groen’ krijgt, deugt niet, vindt energiedeskundige Jon van Diepen. Hij pleit voor een systeem waarbij de certificaten voor groene stroom slechts één uur geldig zijn.

Deze bijdrage is ingezonden door energiedeskundige Jon van Diepen.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

Dankzij de Klimaatwet is er volop discussie over de benodigde hoeveelheid duurzame energie, zoals zonne- en windenergie. Wat veelal onderbelicht blijft, is dat deze vormen van stroomopwekking weersafhankelijk zijn: de productie hangt af van de hoeveelheid zon en van de hoeveelheid wind. De stroomproductie is dus niet vraaggedreven, maar aanbodgedreven en dit kan een grote mismatch veroorzaken in de vraag en het aanbod van elektriciteit.

Ook zullen er altijd back-up-gascentrales moeten draaien, aangezien energie uit wind en zon niet altijd beschikbaar en voorspelbaar is. Deze flexibele back-upcentrales moeten snel opschalen en terugschroeven om het stroomnet stabiel te houden. Het rendement van deze centrales wordt door deze flexibele inzet slechter en dat veroorzaakt extra CO2-uitstoot.

Definitie van groene stroom

De mismatch tussen vraag en aanbod van zonne- en windenergie wordt grotendeels verhuld door een onjuiste definitie van groene stroom. Wat houdt groene stroom precies in? Het is een combinatie van geleverde (grotendeels) grijze stroom, plus groencertificaten. Die laatste worden ook wel Garanties van Oorsprong (GvO) genoemd en worden aangemaakt bij de productie van hernieuwbare elektriciteit voor elk megawattuur (MWh).

Deze groencertificaten kunnen in heel Europa worden aangemaakt en verhandeld door stroomleveranciers en hebben een houdbaarheid van één jaar. In de elektronische boekhouding van het bedrijf CertiQ worden de groencertificaten van alle stroomleveranciers bijgehouden. Bij produceren van groene stroom worden certificaten bijgeboekt en bij de jaarafsluiting van een groenestroomcontract worden certificaten afgeschreven.

Bijna de helft van alle huishoudens in Nederland heeft een contract met 100 procent groene stroom. Alleen is er lang niet genoeg productie van groene stroom in Nederland. Daarnaast is ‘Hollandse’ groene stroom ook niet altijd aanwezig, zoals bij windstil weer in de nacht. Per uur schommelt het aandeel zon en wind in de Nederlandse stroommix tussen de 0 en 45 procent. Het grootste deel van groene stroom wordt dan ook niet op het moment zelf geproduceerd.

Stop sjoemelgroen

Met de bestaande definitie is groene stroom slechts voor de bühne. Zo klinkt ‘Stroom van 100 procent Hollandse wind’ beter dan van ‘Tussen 0 en 100 procent Hollandse wind’. Evenzo klinkt ‘100 procent groen en klimaatneutraal reizen met openbaar vervoer’ fraaier dan ‘Reizen op soms 100 procent groen en soms op 100 procent grijs’.

Anders gezegd, veel groene stroom zou je kunnen bestempelen als ‘sjoemelgroen’, omdat, ook bij een groenestroomcontract, het overgrote deel van de Nederlandse stroom van kolen- en gascentrales komt. Opgewekte (groene) stroom kan niet worden opgeslagen, maar moet direct worden gebruikt. Groencertificaten zijn daarentegen een heel jaar geldig.

‘Groene stroom’, ‘emissievrij’ en ‘energieneutraal’ zijn prachtige marketingtermen, maar met de werkelijkheid hebben ze weinig te maken. Met de huidige definitie is groene stroom hetzelfde als het opkopen van groencertificaten om zo grijze stroom te maskeren, en dus te vergelijken met witwassen.

Maak de methode eerlijker

Het is eerlijker om de methodiek aan te passen, zodat een groencertificaat niet een jaar lang geldig is, zoals nu, maar slechts een paar uur. En dan bij voorkeur alleen afkomstig uit eigen land. Pas dan staat een groencertificaat gelijk aan daadwerkelijk geproduceerde groene stroom en kun je spreken van eerlijke groene stroom.

Het belangrijkste gevolg daarvan kan zijn dat het innovaties aanjaagt om vraag en aanbod van weersafhankelijke elektriciteitsopwekking beter op elkaar af te stemmen. Sowieso zijn innovaties nodig om veel meer groene stroom in het Nederlandse stroomnet te kunnen verwerken.

Emissievrij rijden

Met een nieuwe definitie van groene stroom zouden elektrische auto’s ook eerlijker kunnen worden genormeerd. Nu betaalt de koper van een volledig elektrische auto 0 procent bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) omdat deze vrij zou zijn van CO2-uitstoot, terwijl de stroom van zulke auto’s toch grotendeels komt van kolen- en gascentrales. Je zou ook de definitie van emissievrij rijden en het bpm-tarief per elektrische auto kunnen laten afhangen van het percentage fossiele brandstof dat gemiddeld aanwezig is bij elke ‘tankbeurt’. Ook voor de definitie van energieneutrale gebouwen valt dit toe te passen.

Simon Rozendaal sprak Jon van Diepen vorig jaar >> Opbrengst wind daalt nog sterker: burger betaalt

De focus van het klimaatbeleid lijkt wel om zo snel en zo veel mogelijk zonne- en windenergie te produceren, zonder rekening te houden met de vraag of het elektriciteitsnet dit allemaal goed kan verwerken. Kwantiteit gaat boven kwaliteit. Met zo’n zienswijze komen de (technische) grenzen van de groei van duurzame energie snel in zicht.

Maak van groenestroommarkt een échte markt

De prioriteit zou moeten liggen op kwaliteit, oftewel het produceren van de juiste hoeveelheid op het juiste moment op de juiste locatie. Een focus op stroomkwaliteit is essentieel om uiteindelijk het aantal kolen- en gascentrales te reduceren en een flinke CO2-reductie te bewerkstelligen.

Een nieuwe opzet van groencertificaten en de hiermee voortkomende groene innovaties kunnen daarbij helpen. Want dergelijke certificaten zullen meer opleveren op uren wanneer er weinig aanbod is van groene stroom en juist weinig opleveren wanneer er een overaanbod is van groene stroom. Precies hoe een markt zou moeten werken.

Lees ook dit stuk van Jon van Diepen: Huizen verwarmen zonder gascentrales is een illusie

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.