Bram Boxhoorn

Afghanistan: hopeloos, maar niet ernstig?

Door Bram Boxhoorn - 11 januari 2019

Ondanks alle westerse inspanningen is de Taliban in grote delen van Afghanistan de baas. Maar als president Donald Trump inderdaad alle Amerikaanse militairen uit het land weghaalt, dreigt nog meer chaos, schrijft Bram Boxhoorn.

Achttien jaar geleden kwamen de eerste Amerikaanse militairen aan in Afghanistan. Het doel was – en is nog steeds – de Taliban te verdrijven. Daarmee is de Amerikaanse aanwezigheid in dit land al van langere duur dan die in Vietnam. De veiligheidssituatie in Afghanistan is nog steeds ronduit zorgelijk. In het afgelopen jaar kwamen door aanslagen meer journalisten dan elders om het leven. Momenteel controleert de Taliban ongeveer 40 procent van het grondgebied en volgens Amerikaanse schattingen zijn er zo’n twintig- tot veertigduizend strijders actief.

De Afghaanse veiligheidstroepen (politie en militairen) bestaan uit ongeveer 350.000 manschappen. Een internationale troepenmacht onder NAVO-commando traint en begeleidt sinds 2015 deze Afghaanse veiligheidstroepen, die flinke verliezen lijden door aanslagen en gevechten met de Taliban. Er is kortom nog veel werk aan de winkel in dit verscheurde land, waar 25 Nederlandse militairen tijdens de missie International Security Assistance Force (ISAF, 2003-2014) het leven lieten.

Amerikanen twijfelen aan goede afloop

‘All foreign policies are local policies,’ luidt een bekend gezegde in de internationale betrekkingen. Vrij vertaald: de publieke opinie beïnvloedt menige besluitvorming over buitenlandse politiek. Inmiddels is de Amerikaanse publieke opinie aan het draaien: er is meer en meer twijfel aan een goede afloop van het internationale optreden in Afghanistan, zowel onder Republikeinen als Democraten (PEW Research Center, oktober 2018).

In dit opzicht is het veelbetekenend dat Robert Kaplan, publicist en gerespecteerd schrijver over uiteenlopende geopolitieke onderwerpen, in een open brief in The New York Times van 1 januari pleit voor terugtrekking van de Amerikaanse militairen uit Afghanistan – en passant geeft hij toe ten onrechte de inval in Irak in 2003 te hebben gesteund. Kaplan zegt, samengevat, dat de Verenigde Staten alleen maar in Afghanistan blijven uit vrees dat de situatie bij vertrek verder verslechtert, en niet zo zeer in de hoop dat de situatie daar beter wordt. Daarbij komt nog, zo constateert hij droogjes, dat China, Pakistan, Rusland, India en Iran profiteren van de Amerikaanse militaire aanwezigheid. Die biedt namelijk genoeg veiligheid en stabiliteit om hun regionale energie- en transportwegen aan te leggen.

Uitweg uit het wespennest

Kortom, Amerika’s rivalen bouwen hun ‘koninkrijkjes’ uit over de rug van de Amerikanen. Kaplan denkt met weemoed terug aan de jaren dat diplomatieke ‘kanonnen’ als Henry Kissinger en Richard Holbrooke een regionale conferentie zouden hebben georganiseerd om de kwestie-Afghanistan met de grote buurlanden te regelen. Maar hij verwacht niet dat de huidige Amerikaanse regering daartoe in staat is.

Van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk werd aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog wel eens gezegd dat de toestand ‘hopeloos, maar niet ernstig’ was. Dit aforisme lijkt nu ook op Afghanistan van toepassing te zijn. Het is beslist nog niet te laat om Afghanistan het Oostenrijks-Hongaarse lot te besparen. Geen militaire, maar een politieke oplossing lijkt de enige uitweg uit het Afghaanse wespennest. Maar de Taliban weigert met de Afghaanse regering te praten. Naar verluidt zijn er wel geheime ontmoetingen in Dubai tussen de Taliban en Amerikaanse gezanten, maar die blijven vooralsnog zonder resultaat.

Zonder buitenlandse hulp en ondersteuning, waarvan de Amerikanen het leeuwendeel leveren, ziet de Afghaanse president Ashraf Ghani zich dus gesteld voor een zeer lastige taak. Hoe lang kan hij nog op die Amerikaanse hulp rekenen, nu president Donald Trump – in tegenspraak met eerdere uitspraken van hem in 2017 – heeft aangekondigd ongeveer de helft van de circa 15.000 Amerikaanse militairen voor de zomer uit het land terug te trekken?

Chaos zal regeren

Zbigniew Brzezinski, de vorig jaar overleden voormalige veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter, identificeerde begin deze eeuw acht landen in de wereld die zonder Amerikaanse steun hun zelfstandigheid zouden verliezen. Afghanistan is volgens hem een van de acht meest bedreigde landen. Het land zou spoedig desintegreren en een speelbal worden van omliggende landen. Niks Chinese wereldorde of Chinese regionale overheersing – maar chaos zal regeren, aldus Brzezinski. Een beter pleidooi voor aanwezigheid van de internationale gemeenschap onder vlag van de Verenigde Naties in Afghanistan is er niet.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.