Gertjan van Schoonhoven

Nashville-verklaring: wat de nieuwe mannenbroeders van de oude kunnen leren

Door Gertjan van Schoonhoven - 12 januari 2019

Het was een pittig weekje voor SGP-leider Kees van der Staaij en andere prominenten van conservatief gereformeerd Nederland. Opeens blies een ijzige wind hen in het gezicht.

In opspraak geraakt door de Nashville-verklaring, een uit Amerika overgenomen, daar door 22.000 ‘bijbelgetrouwe’ christenen ondertekend, theologisch traktaat ‘over Bijbelse seksualiteit’ dat de homoseksuele ‘gerichtheid’ an sich niet, maar de homoseksuele praktijk wel afwijst, kregen de mannenbroeders een vloedgolf van woede over zich heen. Ketters zijn ze!

Lees ook het eerdere commentaar van Gertjan van Schoonhoven: Nashville-verklaring bedreigend? Nee, juist de reactie eróp …

In sommige commentaren waren de brandstapels niet ver weg. NRC-columniste Clarice Gargard, een Amerikaans-Nederlandse programmamaker met School voor Journalistiek en Liberiaanse roots, prees de Nederlanders om hun vurige boosheid jegens de ‘haatchristenen’, door haar consequent als ‘oude, witte mannen’ omschreven, het racistische taaltje dat zo populair is bij zwarte activisten. Gargard: ‘We moeten deze vurigheid vasthouden om ook de wortel van haat en niet enkel de excessen te vernietigen.’ Knetter, knetter, knetter. En dat in de krant van licht en vrijheid.

Maatregelen tegen Piet de Vries

De Vrije Universiteit in Amsterdam, ooit gesticht als bolwerk van orthodox-gereformeerden, gaat ‘passende maatregelen’ nemen tegen Piet de Vries, docent aan de VU en een van de verspreiders van het pamflet. De Vries – oud-predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente Boven-Hardinxveld – had zich in het AD bezondigd aan een volgens de VU al te gewaagde analogie. ‘Toen de nazi-ideologie zich opdrong, zwegen de kerken. Nu dringt de genderideologie zich op en zwijgen de kerken weer.’

Verder gaat het Openbaar Ministerie onderzoek doen naar de strafbaarheid van de Nashville-verklaring. Dat zal wel met een sisser aflopen, maar intimiderend is het wel, net als die ‘passende maatregelen’ van de VU. Het duidt erop dat er een sterke politieke wil is om ketterse overtuigingen via de rechter te bestrijden. Dat wisten we al van het immigratiedebat (Janmaat, Wilders); nu begint het gedonder bij het identiteitsdebat. Na Zwarte Piet zijn de Zwarte Kousen aan de beurt.

Omgekeerde wereld?

Ironisch is dat wel. Een halve eeuw geleden, in 1968, eindigde het roemruchte ‘Ezel-proces’ tegen de schrijver Gerard Reve, een van de eerste openlijke homo’s. Nu zou hij voor de rechter worden gesleept wegens dierenmishandeling. Toen was het de, zoals Reve zei, ‘ultrarechtse reformatorische orthodoxie’ die een felle campagne tegen hem voerde wegens godslastering. Nu is het omgekeerd en klagen de homo’s de orthodoxen aan.

De bordjes zijn verhangen. De orthodoxen van toen zijn een piepkleine minderheid geworden, die op haar beurt onder vuur ligt van wat je gerust de nieuwe orthodoxie mag noemen: de links-liberale Artikel 1-orthodoxie die predikt dat iedereen gelijk is, behalve degene die juist dat bestrijdt. Types als Clarice Gargard zijn de nieuwe mannenbroeders van deze nieuwe zwartekousenkerk. Ogenschijnlijk tolerant, want begaan met elke minderheid. Maar o zo intolerant jegens de ketters van hun eigen orthodoxe geloof.

Nashville-verklaring is een mening – niet meer, niet minder

O ja, zeker. De Nashville-verklaring verdient het te worden weersproken. De opvattingen erin over homo’s en transgenders zijn zonder meer reactionair. Het pamflet zelf is verder een vorm van uit Amerika geïmporteerde christelijke identiteitspolitiek. En net als bij die andere vormen van geïmporteerde identiteitspolitiek wordt Nederland er niet verdraagzamer van.

Als er één groep is die in vijftig jaar geleerd heeft te ‘tolereren’ – in de aloude betekenis van ‘verdragen’ – dan zijn het wel de orthodox-gereformeerden

Maar ze beweert niet dat homo’s ‘minder dan varkens zijn’, of dat ze van de hoogste kerktoren van Hardinxveld moeten worden gegooid. Het is een theologische mening over homo’s in de orthodox-gereformeerde kerk. Niet minder, niet meer. Dissident wellicht in het Nederland van 2019, maar volkomen vreedzaam, zelfs gespeend van elke bekeringsdrang.

Wie het traktaat leest, proeft zelfs een zekere gelatenheid jegens de tijdgeest; jegens ‘een wereld die langs een hellend vlak op weg lijkt naar de ondergang’. Die gelatenheid is geen wonder. Als er één groep is die in vijftig jaar geleerd heeft te ‘tolereren’ – in de aloude betekenis van ‘verdragen’ – dan zijn het wel de orthodox-gereformeerden.

Steeds minder mensen delen hun overtuigingen; wetgeving en inrichting van de maatschappij trekken zich – abortus, euthanasie, homohuwelijk – nauwelijks nog iets van hun opvattingen aan. Toch roepen ze niet op tot ‘vernietiging’ van al die andersdenkenden om hen heen. De nieuwe orthodoxen kunnen iets van dit tolereren leren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.