Thijs Udo

Verkiezingen in maart: roerige tijden op komst?

Door Ingezonden opinie - 05 januari 2019

Wie de kiezer kaalplukt, onzeker en boos maakt (lees: door wanstaltige klimaatmaatregelen), die is aan de beurt, die heeft geen vijanden meer nodig, schrijft Thijs Udo. Hij voorziet de opmars van minderheidskabinetten.

Deze bijdrage is ingezonden door Thijs Udo,

bestuursrechtjurist, ondernemer, oud-Tweede Kamerlid voor de VVD, voormalig Provinciale Statenlid Zuid-Holland, oud-wethouder gemeente Katwijk, annex regiobestuurder Holland Rijnland.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

Politieke partijen streven in het Parlement naar een meerderheidskabinet. Van een meerderheidskabinet is sprake, indien het kabinet bestaat uit representanten van politieke partijen, wier Kamerfracties een meerderheid in de Tweede Kamer vormen. Dit wordt als rationeel gezien en als ideaalbeeld om een stabiele regeerperiode te creëren.

Wanneer een meerderheidskabinet niet kan worden gevormd, spreken wij in Nederland van een minderheidskabinet. Dit wordt in Nederland niet als volwaardig gezien, het is meer tweede keus. Toch zijn er wel minderheidskabinetten die succesvol zijn geweest.

Er waait een nieuwe wind …

Door de politieke versnippering van de laatste jaren, waait er in politiek Den Haag een ietwat andere wind. Het zal steeds lastiger worden een stabiele meerderheidscoalitie in de Staten-Generaal te vormen. Want natuurlijk moet een regering om goed te kunnen functioneren, ook de steun krijgen van de Eerste Kamer.

Nu de Provinciale Statenverkiezingen voor de deur staan, komt de Senaat in beeld en die kan de legitimatie van Rutte III in de wielen gaan rijden. Het is nu al duidelijk – gezien de peilingen van Maurice de Hondt – dat de regeringspartijen het moeilijk krijgen bij deze verkiezingen en dat er geen meerderheid in de Eerste Kamer meer in zit. Wat betekent dit ?

Als wij naar het recente verleden kijken, dan heeft een minderheid voor de regering in het Parlement niet steeds tot grote problemen geleid. Het kabinet Rutte I kreeg in haar nadagen in de Eerste Kamer steun van de fracties D’66, Groen Links, Christen Unie en SGP bij de begroting voor 2011. En het kabinet Rutte II, dat ook een meerderheid in de Eerste Kamer ontbeerde, kreeg steun van D’66, CU en SGP. Maar de situatie is nu weer totaal anders. Grote verschuivingen op de politieke landkaart zijn waarschijnlijk. Wat betekent dit voor de regeringsstabiliteit?

Positieve benadering van het minderheidskabinet?

De Staatscommissie Parlementair Stelsel van Johan Remkes, pleit voor een minder verkrampte en meer positieve benadering van het minderheidskabinet. De Leidsche hoogleraar W. Voermans is daarentegen niet echt gecharmeerd van een minderheidskabinet. Hij memoreert meerdere gevallen kabinetten ook in een wat verder verleden van dien aard: Balkenende III, van Agt III, Biesheuvel II, Colijn V, Ruijs de Beerenbrouck I, etc. Ook hoogleraar D.J. Elzinga ziet de nodige beren op de weg bij minderheidskabinetten.

Buitenlandse ervaringen

Alvorens de stabiliteit van de huidige situatie nader te belichten, kom ik op de ervaringen in het buitenland. In de Scandinavische landen heeft men veel ervaring met minderheidskabinetten. In Denemarken, Zweden en Noorwegen zie je steeds minderheidskabinetten opdoemen zonder dat dit heeft geleid tot een slecht functionerend Parlement of gebrekkig beleid. In tegendeel: de parlementen controleren beter en de verhouding tussen regering en parlement komt goed uit de verf. Er is aldus meer dualisme. Hierdoor hebben Kamer en Regering beide veel meer bewegingsvrijheid bij het te maken beleid en wetgeving. Gedetailleerde afspraken vooraf zijn er veel minder. Het zit als het ware in de cultuur van deze landen. Zo echt niet bij ons.

Minderheidskabinet en voordelen?

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er in politiek Den Haag in toenemende mate sprake van monisme. Hierbij zijn regering en parlement sterk met elkaar vergroeid, mede door de gedetailleerde afspraken die worden gemaakt bij het begin van een regeerperiode en het steeds weer ophalen hiervan in achterkamertjes (lees: het wekelijkse “cockpit”- en Torentjesoverleg).

Een minderheidskabinet creëert een meer dualistische situatie tussen regering en Tweede Kamer. In Nederland kijken wij soms reikhalzend uit naar meer dualisme in de Tweede Kamer: het afspreken van zeer gedetailleerde regeerakkoorden is slecht voor de democratie. Een open discussie op inhoudelijke gronden moet altijd mogelijk zijn.

En vanuit het oogpunt van machtenscheiding is het zeker toe te juichen het dualisme tussen Tweede Kamer en regering na te streven. Dit geeft in ieder geval meer ruimte voor het politieke debat in de Kamers. Vooral gezien het belang van checks and balances valt voor deze ontwikkeling veel te zeggen. In de parlementaire zelfreflectie 2007-2009 heeft de Tweede Kamer dit ook als een loofrijk streven aangemerkt, waarbij zij tevens stelt, dat een regeerakkoord slechts een momentopname is.

Een minderheidskabinet zal dus goed zijn voor het dualisme en voor de mogelijkheden tot profilering voor regerings- en gedoogpartijen. Maar hoe stabiel is dan een kabinet?

Het minderheidskabinet: harde realiteit straks?

Terugkomend op de naderende verkiezingen: de kiezer is steeds minder trouw aan een enkele politieke partij. En dus heeft de Eerste Kamer steeds vaker een andere politieke samenstelling dan de Tweede Kamer. Coalities kunnen dan niet meer die volle 4 jaar rekenen op een meerderheid in beide Kamers der Staten Generaal. De Senaat vervult uiteindelijk toch een echt politieke rol. Een rol die de verhoudingen tussen beide Kamers vaak “uiteenrijt”.

Aanmerkelijk verlies voor de zittende coalitie bij de Provinciale Statenverkiezingen zal vrijwel zeker leiden tot problemen. Natuurlijk is de Eerste Kamer niet bedoeld om een kabinet naar huis te sturen, de Senaat heeft vooral de taak om te kijken naar de kwaliteit van de wetgeving. Zij moet voorstellen toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Maar vraag is toch of het kabinet normaal kan blijven functioneren. Want een andere Eerste Kamer maakt het uiterst moeilijk om tot aanvullende afspraken te gaan komen. Een blijvende minderheid in deze Kamer kan een kabinet vleugellam maken.

Uiteindelijk zal premier Rutte is deze situatie tot aanvullende deals willen komen om zijn regeringsbeleid alsnog uit te gaan voeren. Er zal dan sprake zijn van steeds wisselende meerderheden, eventueel met verschillende oppositiepartijen. Dit zal een uitdaging worden, temeer daar dit kabinet bij de Nederlandse samenleving een wereldvreemde, uiterst kostbare klimaat- en milieumetamorfose wil afdwingen.

Een probleem dus, dat er voor het kabinet, steunend op de meerderheid in de Tweede Kamer en straks zonder pendant in de Eerste Kamer, politieke spanningen opdoemen. Want geen enkele fractie in de Eerste Kamer wil graag contrair gaan met haar geestverwanten in de Tweede Kamer, zeker niet als de politieke landkaart ingrijpend is gewijzigd. Het zal partij-inwendige problemen en discussies gaan geven.

Het is allemaal een moeilijk begaanbare weg, temeer daar dit kabinet niet nalaat om in cruciale gevallen scherp te koersen op de oppositie. Zie de Algemene Beschouwingen van 2018, de dividendbelasting, de uitzonderlijke klimaatdebatten, het mislukte pensioenakkoord en talrijke andere “aanvaringen” in de Tweede Kamer.

Roerige tijden aanstaande? Op naar de verkiezingen in maart. Een belangrijke politieke les is: Wie de kiezer kaalplukt, onzeker en boos maakt (lees: door wanstaltige klimaatmaatregelen), die is aan de beurt, die heeft geen vijanden meer nodig.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.