Philip van Tijn

Amnesty bewijst: bij goeddoeners liggen theorie en praktijk vaak ver uit elkaar

Door Philip van Tijn - 10 februari 2019

De opengetrokken beerput bij Amnesty International toont maar weer eens aan dat strijders voor ‘de goede zaak’ lang niet altijd van onbesproken gedrag zijn. Ook voor goeddoeners zijn theorie en praktijk vaak moeilijk te verenigen, constateert Philip van Tijn.

Dat was even schrikken! Bij allerlei (internationale) organisaties die het goed voor hebben met de medemens, blijkt intern nogal wat mis te zijn. Nadat dit jaren was stilgehouden, kwam ineens van alles naar buiten. Recent verscheen een onderzoeksrapport van een Amerikaans consultancybureau, dat was opgesteld op initiatief van Amnesty International zelf.

Philip van Tijn

Philip van Tijn is bestuurder, toezichthouder en adviseur. Hij schrijft wekelijks op zondag een blog over de acutualiteit.

Volgens dat rapport heerst op het hoofdkantoor in Londen ‘een giftige bedrijfscultuur waarbij medewerkers te maken hebben met geheimhouding, wantrouwen, discriminatie, pesten en misbruik van macht’ schreef Elsevier Weekblad en de Volkskrant had het zelfs over ‘machtsmisbruik, racisme, seksisme, vernederingen en pesterijen’. Dat staat nogal haaks op de dagelijkse werkelijkheid, waarbij Amnesty onmiddellijk in het geweer komt zodra ergens ter wereld een overheid zich aan zoiets te buiten gaat. En als het niet om Israël en de Palestijnen gaat, doen zij dat nog redelijk objectief.

Blauwhelmen geven eigen definitie aan ‘beschermen’

Het is allemaal begonnen met #MeToo, dat enerzijds heksenjachten heeft ontketend, anderzijds nogal wat uit de taboesfeer heeft gehaald en de katalysator is geweest van het openbaren van misstanden die sinds jaar en dag bestaan.
Eerst kwamen de onthullingen over de blauwhelmen. U weet wel, die stoere jongens die in opdracht van de Verenigde Naties in brandhaarden de vrede moeten zien te bewaren, en botsingen en moordpartijen voorkomen. En inderdaad hebben ze blauwe helmen op om hun neutraliteit te accentueren.

De laatste tijd verschijnen artikelen waaruit blijkt dat de effectiviteit behoorlijk tegenvalt, vooral omdat veel blauwhelmen uit landen komen waar de militaire training, bewapening en ervaring niet tot de top behoren. Maar eerder al kreeg de wereld te horen dat menige blauwhelm zich in dienst van de universele vrede stevig vergrepen had aan mensen (vrouwen meestal) die hij geacht werd te beschermen.

In de meeste gevallen betrof het blauwhelmen uit Aziatische en Afrikaanse landen (die maken ook verreweg de meerderheid van de blauwhelmen uit) en hadden de verkrachtingen en aanrandingen ook plaats in die werelddelen. Het ‘beschaafde Westen’ kon dus rustig doorgaan met ademhalen. Maar helaas. Ook menige blauwhelm uit het Westen bleek zich niet veel aan de goede zeden gelegen te hebben laten liggen.

Als altijd is de praktijk anders dan de theorie

Reden voor internationale organisaties die het goed voor hebben met de misdeelde medemens, de zogeheten ngo’s, vooral in armere delen van de wereld, om ook eens het functioneren van eigen medewerkers in dit opzicht te bekijken. Dat viel niet mee: ook menige medewerker van Amnesty, Oxfam en Artsen zonder Grenzen bleek zich niet uitsluitend te bekommeren om het lot van de verdrukte medemens of hanteerde een andere definitie van lotsverlichting.

Dat nu was de aanleiding om überhaupt de eigen organisatie in het #MeToo-tijdperk ‘tegen het licht te houden’ zoals dat in blabla-jargon heet. Daaruit resulteert het vernietigende rapport over Amnesty, niet gebaseerd op de handel en wandel in Togo of Sudan, maar op het dagelijks leven op het hoofdkantoor in Londen. Maar ook andere organisaties die een betere wereld nastreven, hebben intussen de hand in eigen boezem gestoken.

Hierbij stonden ze ongetwijfeld voor een dilemma. Al deze organisaties leven van bijdragen van regeringen, maar ook en vooral van de bijdragen van miljoenen gulle gevers, kopers van mooie ansichtkaarten en dergelijke. De bereidheid tot geven ofwel de ‘gunfactor’ zou wel eens behoorlijk kunnen afnemen als dit alles bekend zou worden. In die zin mag je Amnesty prijzen, ook al was er bijna geen keuze omdat het toch wel bekend zou zijn geworden.

Je kunt in de macrowereld goed doen, maar in je persoonlijk leven niet

Het hele verhaal is leerzaam. Als altijd bestaat er een micro- en een macro-wereld en is er sprake van theorie en praktijk. Je kunt in de macrowereld goed doen, maar in je persoonlijk leven, op microniveau, niet. Dat geldt voor mensenrechten, maar ook voor je denken over en je handelen met het klimaat. Van dat laatste zijn recent heel wat sappige voorbeelden gegeven, over ‘klimaatdrammers‘ en hun energieslurpende huishouding.

Naarmate de transparantie op alle fronten toeneemt, wordt het maskeren van verschillen tussen theorie en praktijk moeilijker. Zolang daarbij hysterie wordt vermeden, lijkt me dat een goede ontwikkeling.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.