Philip van Tijn

Elite en populisme dicht bij elkaar

Door Philip van Tijn - 03 februari 2019

De Grote van Dale is de bron van kennis: objectief, nauwkeurig, waardevrij. Omdat in toenemende mate sprake is van misverstanden rond het begrip populisme heb ik het maar eens opgezocht, schrijft Philip van Tijn.

De 13de editie uit 1999 (dus kort voor de opkomst van Pim Fortuyn, vijf jaar vóór Geert Wilders’ breuk met de VVD  en 17 jaar voor het presidentschap van Donald Trump) zegt het volgende:

  1. richting in de Franse literatuur omstreeks 1930, die belangstelling vroeg voor het leven van de laagste volksklassen en de beschrijving daarvan in zijn eigen stijl;
  2. anti-kapitalistische volksbeweging van meestal agrarische volksgroepen, met name in Zuid-Amerikaanse staten;
  3. populaire, oppervlakkige, (enigszins) demagogische betoogtrant

De eerste omschrijving kunnen we vergeten, al was het maar omdat nog maar een enkeling Frans in zijn pakket heeft gehad. De tweede is sterk verbonden met Juan Péron, de toenmalige dictator van Argentinië, echtgenoot van Evita en vriend van prins Bernhard. Blijft de derde omschrijving over.

Altijd alles uit naam van het volk

Philip van Tijn

Philip van Tijn is bestuurder, toezichthouder en adviseur. Hij schrijft wekelijks op zondag een blog over de acutualiteit.

Populisme is afgeleid van het Latijnse populus, wat volk betekent. Geen begrip is in de loop der eeuwen zo mishandeld als ‘volk’. Veel is gebeurd ‘uit naam van het volk’ of omdat ‘het volk het gewild heeft’, terwijl het volk van niets wist. De schijnrechtspraak van de nazi’s geschiedde im Namen des deutschen Volkes, maar toen in 1989 de volgende Duitse generatie tegen de DDR en Moskou demonstreerde met de kreet ‘Wir sind das Volk!’ vonden wij dat prachtig hier.

Als je populisme googelt, komt dit:

‘is een politieke stijl (soms een ideologie genoemd) waarin de centrale tegenstelling die tussen ‘het volk’ en ‘de elite’ is, en waarbij de populist de kant van het volk kiest’.

Dat is natuurlijk helemaal geen definitie, maar toeschrijven naar de gangbare mening. En volgens die gangbare mening zijn populisten rechts, soms ultrarechts en is de elite links.

Elite bezit de meeste zetels

Nu ga ik u niet nog verder met definities lastig vallen, maar we zijn het er vast wel over eens dat het begrip ‘elite’ staat voor een (kleine) minderheid, chic, goed opgeleid en opgevoed, kosmopolitisch. Maar laten we eens kijken naar de samenstelling van onze volksvertegenwoordiging. Dan zie je dat partijen die in de wandeling ‘populistisch’ heten, slechts een kleine minderheid vormen en zelfs in de meest recente verkiezingspolls niet meer dan 20 procent. Daartoe heb ik de PVV en Forum voor Democratie opgeteld.

Dat is raar! In Nederland bezet de elite 80 procent van de zetels in het parlement, terwijl onze democratie betekent dat het volk via zijn vertegenwoordigers regeert, ook al afgeleid van het oude woord voor volk, maar dan in het Grieks: demos.

Urgenda-Minnesma: opperpopulist

Er klopt iets dus niet. Er zijn domweg etiketten opgeplakt, die haaks staan op definities en historische herkomst. Er is zodanig geframed dat een partij als GroenLinks eenvoudig niet populistisch kan zijn – omdat ze het niet is!

Wie 40 seconden naar Jesse Klaver luistert, weet al dat dit baarlijke nonsens is en bij dat ventje van D66 wiens naam mij steeds ontschiet, is dat al in 30 seconden het geval. Maar bij Rutte, Asscher, Buma en al die anderen is het niet anders; daar hoef je het drietal van DENK nog niet eens bij te halen. Het is bijna vanzelfsprekend dat een politicus populistisch is, met gradaties naar zijn aard, instelling en opvattingen. Ooit was de VVD een elitepartij, maar Hans Wiegel maakte er een volkspartij van, anders zouden ze nooit iets in de melk te brokkelen krijgen. Dat had Wiegel goed gezien.

Na deze denkexercitie begrijpen we de recente gebeurtenissen ook beter. Mevrouw Minnesma, met haar triomfglimlach, is met haar Urgenda natuurlijk kampioen-populist. Volgens haar hangt immers de toekomst van de wereld af van de vraag of we in 2020 25 procent minder CO2-uitstoot hebben in plaats van die schamele 21 procent. Ik denk dat in alle artikelen en toespraken van Pim Fortuyn zó’n verregaande versimpeling niet te vinden is.

En bij die dominees, talkshow-hosts en andere drammers van het kerkpardon is het natuurlijk niet anders: wat anders dan een populaire, oppervlakkige (enigszins) demagogische betoogtrant (Van Dale) heeft de politiek gechanteerd en daardoor een paar honderd Armeense kinderen plus ouders in Nederland gehouden? En daarmee ook al de wereld gered.

Urgenda, Save the Children en al die andere mooie idealistische organisaties zijn ngo’s, non-gouvernementele organisaties. Volgens Van Dale richten zij zich op een verondersteld maatschappelijk belang. Voor die onafhankelijke Van Dale is dat een vernietigende omschrijving, maar eigenlijk nog te aardig. Want het is per definitie een deelbelang, als het moet met voorbijgaan van alle andere belangen, teneinde de aanhang te behagen. Met als onmisbare component: emoties! Zou dat niet populisme in optima forma zijn?

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.