Hans van Tellingen

Pretpark Amsterdam: focus alleen op kwaliteitstoeristen

Door Hans van Tellingen - 11 juni 2019

Ontwikkelt de binnenstad van Amsterdam zich tot een pretpark? Waar de kwaliteit van het winkelen en uitgaan verloren gaat? In een soort mengelmoes van evenementen en attracties? Bevolkt door schreeuwende bezoekers? Die zich grenzeloos misdragen? Volgens velen klopt dit beeld. En Hans van Tellingen kan het ook zelf beamen. Want sinds 1993 is hij werkzaam op de Herengracht. Hij heeft de stad zien veranderen. Drukker zien worden. Rumoeriger. En viezer.

Hans van Tellingen

Hans van Tellingen is geograaf en regioloog en is directeur/eigenaar van winkelcentrumonderzoeker Strabo bv. Hij is hoofdauteur van Waarom Stenen Winkels Winnen. Hij schrijft de komende tijd meerdere blogs over dit onderwerp.

Maandagochtend. Wij vegen het stoepje schoon bij Strabo. Dat dus is gevestigd op de Herengracht. Op de hoek van de Utrechtsestraat. En 30 meter van het Rembrandtplein. Vervelend. Vies. Het betreft troep van het uitgangspubliek. Vooral zich ophopend op het trapje naar beneden naar de ingang op het souterrain. Een trapje dat dus dienst doet als grote afvalbak. Sinds jaar en dag is dit ons ochtendritueel.

Dinsdagmiddag. De rij voor de Coffeeshop Boerejongens – gespeld zonder ‘n’ – in de Utrechtsestraat buiten telt nu zo’n 50 mensen. Winkels zijn niet meer toegankelijk vanaf de straat. En ook de populaire wijn- en koffiebar Brug 34 verliest hierdoor klandizie. Klanten – toeristen, maar ook grote groepen uit Geuzenveld die hier kopen omdat dit de goedkoopste en beste dope in de regio betreft – gedragen zich vaak asociaal. Ze gaan op de legitieme terrassen zitten. Blowen. Daar worden ze weggejaagd. Ze gaan bij Strabo op de Herengracht op de achttiende-eeuwse toegangstrap zitten. Blowen. Ze worden weggejaagd. Ze gaan op de motorkap van een geparkeerde auto zitten. Blowen. Ze worden weggejaagd. Sommigen rijden in hun auto 120 kilometer per uur op de gracht. En weer anderen bedreigen de serveersters van Brug 34. Het is helder. Die coffeeshop is slecht voor de buurt. En de retail in de Utrechtsestraat lijdt onder deze coffeeshop. Zwaar.

Woensdagavond. Straalbezopen Engelsen houden een ‘stag party’. Bij ons voor de deur. Onder luid gejuich plast de een in de gracht. En de ander tegen de voorkant van ons pand.

Donderdagnacht. Verschillende ruitjes van auto’s worden ingetikt. Scherven overal. En zwaar gefrustreerde autobezitters.

Op vrijdagochtend is het resultaat te zien. Auto’s worden geparkeerd op een plek waar de scherven nog liggen. De Herengracht maakt zich op voor het weekeinde. En alle hiervoor beschreven activiteiten vinden tijdens deze twee dagen wederom plaats. In volle hevigheid.

Een aantal feiten

Het toerisme in Nederland stijgt explosief. En ging naar 44 miljoen overnachtingen in 2017. 37 procent van alle toeristen in Nederland overnacht in Amsterdam. Dat zijn ruim 15 miljoen overnachtingen. Een groei van 120 procent ten opzichte van 1997. Dat is niet niks. Want het toerisme spreidt zich niet uit over de stad. De meeste toeristen blijven in het – geografisch zeer beperkte – centrum hangen. De gevolgen zijn tamelijk dramatisch. Vooral in de nacht.

Zo constateert de Amsterdamse Ombudsman Arre Zuurmond het volgende: ‘Het centrumgebied wordt ’s nachts een urban jungle. Waar crimineel geld leidend is en het gezag niet langer aanwezig. De politie kan deze situatie niet langer aan. Vooral tussen twee en vier uur ’s nachts is er een grimmige sfeer die uitmondt in rechteloosheid. Scootertjes racen tegen het verkeer in of door het voetgangersgebied. Er wordt geschreeuwd. In drugs gehandeld. Gestolen. Geürineerd op straat, gepoept ook. Er is geweld. En er wordt níet opgetreden. Je kunt er tegen een busje van de mobiele eenheid aan piesen, zonder dat de bestuurder daar wat van zegt.’

Toegegeven, dit gaat niet alleen om toeristen. Het gaat ook om ‘regulier’ uitgaanspubliek. Maar Amsterdam heeft het stadium van wetteloosheid betreden. Onze nieuwe burgemeester erkent het probleem. En gaat ook optreden. Want de ‘lieve stad’ van wijlen burgemeester Eberhard van der Laan blijkt toch niet altijd zo lief te zijn. Helaas.

Handhaven is goed. Maar – deels – voorkomen is nog beter dan handhaven. Hoe voorkom je dat de problemen nog meer uit de hand lopen? En hoe zorg je ervoor dat de situatie beheersbaarder wordt?

Liberaal beleid, maar verbieden wat illegaal is

Het is al vaak benadrukt. Ik heb een hekel aan verboden. Qua ‘alles’ eigenlijk. Maar zeker ook op het gebied van retail. Het liefste sta ik alles toe. En laat dus graag ‘de markt’ het werk doen. Ik word dan ook kriegel van een viszaak die zich niet in Amsterdam mag vestigen. Omdat dat een toeristische winkel zou zijn. Fout. Vind ik. Als er toeristen zijn, is er ruimte voor retailers die zich daar – deels – op richten. Waarom verbieden als er behoefte is aan die winkel?

Maar dan. De zogenoemde Nutellawinkels. Uit onderzoeken van Strabo blijkt dat de ‘echte winkels’ – winkels, maar ook horecazaken, die zich richten op de lokale consumenten – de meeste verdiencapaciteit hebben. In deze winkels worden de hoogste omzetten behaald. En niet door de Nutellawinkels. Hoe kunnen deze dan bestaan? Zeker als je weet dat deze ook vaak de hoogste huren betalen? Waarschijnlijk betreft een aantal van deze winkels dekmantels van criminele activiteiten. En worden deze gebruikt om geld wit te wassen. Drugsgelden. Prostitutiegelden. Als overheid zou je moeten kunnen controleren of dit het geval is. En moet je dit hard kunnen maken. Als dat zo is, zou je een dergelijke winkel dienen te sluiten. Vanwege criminele activiteiten. Simpel. Als de bedrijfsactiviteit – deels – illegaal is, dan ben ik NIET liberaal. Het verschil tussen legaal/illegaal: dáár zit de crux. Je moet datgene wat illegaal is, verbieden.

Datzelfde geldt voor drugs. Officieel is de verkoop – ook van soft drugs – nog steeds verboden. Alleen onder strenge voorwaarden mag er verkocht worden. De verkoop wordt dus gedoogd. Vaak echter houden deze coffeeshops zich niet aan de regels. Zo hebben ze vaak veel te grote voorraden. En dat geeft mogelijkheden voor mogelijke sluiting. Dus: hou op met gedogen. Verbied handel in soft drugs. Sluit de coffeeshops. Deze leiden alleen maar tot veel overlast. En ellende. En beschadigen ook de zaken van de gewone winkeliers en horeca-uitbaters.

Verbied verder ook de prostitutie op de Wallen. Prostitutie is in Nederland legaal zolang het gaat om vrijwillige seks tussen volwassen. Gedwongen prostitutie is echter strafbaar. Misstanden zoals seksueel geweld en verkrachting komen vaak voor in de prostitutie. En die misstanden kunnen worden aangetoond. Zodat tot sluiting kan worden overgaan van de werkplekken. Daarbij: alleen al vanuit het oogpunt van de mensenrechten is prostitutie onwenselijk. Mensenhandel – meestal vrouwenhandel -, criminaliteit en onvrijwillig werk dat op slavenarbeid lijkt, zijn activiteiten die wij als maatschappij niet dienen goed te keuren.

En dan: Airbnb. Juist deze site – die het delen van huizen mogelijk maakt – veroorzaakt veel problemen. Er komt vaak het type toeristen op af, dat je eigenlijk niet wilt hebben in de stad. Moet je Airbnb verbieden? Deels. Vind ik. Juist vanuit liberaal oogpunt. Bezit is namelijk heilig in mijn optiek. Als iemand een huis in eigendom heeft, dan mag deze eigenaar dit huis verhuren aan iedereen. Dan is de regel van de gemeente Amsterdam afdoende dat je je huis voor een maximaal aantal dagen per jaar aan toeristen mag verhuren. De crux zit hem echter vooral in het onderscheid koop en huur.

Als jij je huis huurt – en al helemaal als dat een sociale huurwoning betreft – dan is verhuur aan derden per definitie niet correct. Het betreft immers vaak een – sociale – woning die door de maatschappij wordt gefinancierd. De woning dient een maatschappelijk doel. En binnen dat doel is verhuur geen optie. Als jij als huurder 300 euro betaalt per maand voor je zwaar gesubsidieerde woning, dan is het onethisch om de woning te verhuren. Als je dat grote delen van de maand doet, kan dat zomaar een paar duizend euro opleveren. Daarom: verbied Airbnb voor (sociale) huurwoningen. Dan kan driekwart van de woningen (aandeel huurwoningen) of anders 57 procent (aandeel sociale huur) via Airbnb niet meer verhuurd worden. Je filtert er op deze wijze veel ongewenst bezoek uit. En je doet de maatschappij een plezier.

Gevolgen: minder toeristen, wel kwalitatief betere toeristen

Je kunt niet alles oplossen. Amsterdam is nou eenmaal een A-bestemming voor toeristen wereldwijd. En is een populair uitgaansgebied. Maar het mag allemaal wel wat normaler. Leefbaarder. En fatsoenlijker. De huidige ‘Aanpak Rembrandtplein’ werkt wat dat betreft. Het kost een behoorlijke cent en inzet. Maar dan gaat het wel de goede kant op uiteindelijk. En dan nog voorkom je nog niet alle excessen. Maar verbetering is mogelijk. Mits je streng blijft optreden.

Een stad die zich alleen op toeristen richt, is niet interessant. Dan is en blijft het een pretpark of (openlucht-)museum. Een stad waar mensen wonen, werken en leven is ook voor de bezoeker veel leuker om te zijn. Want dan is deze écht authentiek. Je kunt wel zeggen: ‘Dan had je er maar niet moeten gaan wonen.’ Maar zo werkt dat niet. De inwoners weten heus wel waarvoor ze kiezen. Maar de overlast en drukte zijn soms niet te dragen. Ook niet voor de ‘grotestadsmens’. Die heus wel wat gewend is.

Wat van belang is, is dat je als stad dus moet weten wie je nu eigenlijk graag wil aantrekken. En wat je die gewenste doelgroepen wil laten beleven. Richt je op de goede toeristen. Dat is ons devies. Met geld. En smaak. Sluit de coffeeshops. Verminder ook de seks op de Wallen. En verbied Airbnb voor (sociale) huurwoningen. Dan ontstaat er meer lucht. En meer verdiencapaciteit.

Toeristen spreiden? Dat gaat maar matig werken. Naast de binnenstad hebben alleen de omliggende wijken als de Pijp, Zuid en Oud-West echte potentie. En misschien ook nog de hippe delen van Noord. Amsterdam beschikt over slechts een kleine oppervlakte dat echt interessant is. De buitenlandse toerist vindt Zuidoost echt niet zo boeiend. Of Geuzenveld.

Beter is om je te richten op de kwaliteitstoerist. Met een grote portemonnee. En inderdaad: met een verfijndere smaak dan alleen maar seks en coffeeshops. Richt je op kwaliteit. En niet op kwantiteit. En richt je ook op je eigen bewoners. Als blijkt dat de echte winkels – winkels en horecazaken die zich richten op de lokale consumenten – de meeste verdiencapaciteit hebben, dan moeten deze winkels leidend zijn. En zich dus in de binnenstad vestigen. Als er minder drugs en prostitutie, criminaliteit en witwassende Nutellawinkels zijn gevestigd, komen er vanzelf minder ‘ranzige’ toeristen.

Amsterdam moet de stad zijn van cultuur. Met musea als het Rijksmuseum. Het Stedelijk Museum. En het Van Gogh Museum. Amsterdam moet de stad zijn van historie. Grachten. Oude panden. Architectuur. En het Anne Frankmuseum. Amsterdam moet de stad zijn van de goede smaak. Mooie restaurants. Goede wijn. En Dutch design. Amsterdam moet de stad van goede hotels zijn. Zoals het Waldorf. The Grand. En Krasnapolsky.

En vraagt u zich af: is dit niet slecht voor de handel? Dat hoeft niet het geval te zijn. Integendeel. Er volgt minder overlast van ‘ramsj-toeristen’. En er wordt minder geld aan drugs aan prostitutie uitgegeven. En fast food. Maar de toeristen die er wél zijn, doen de stad juist goed. Dit zijn dan ook de goed bestedende toeristen. Er ontstaat dan meer ruimte voor goede winkeliers. En goede horeca. En de binnenstad richt zich dan ook vanzelf weer meer op de bewoners. Want op een nieuw Venetië zit niemand te wachten. Met alleen maar toeristen. Amsterdam is een stad om te wonen. Te werken. En een stad voor kwaliteitstoeristen. Amsterdam mag wel wat meer op Wenen lijken. Niets voor niets gekozen tot de beste Europese stad.

Dit blog is het finale hoofdstuk 13 van ‘Waarom Stenen Winkels Winnen’ (geschreven met mede-auteur Jaap Broer van Decisio), dat u hier ook kunt vinden.


Lees ook de eerdere blogs van Hans van Tellingen:

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.