Jeroen van Wensen

CDA-plan om pensioenspaarders te beschermen, is zinloos

Door Jeroen van Wensen - 05 september 2019

De Tweede Kamer is deze week terug van reces. Een mooi moment voor de Haagse parlementariërs om in de bres te springen voor de Nederlandse pensioenspaarder. Onder meer door de Europese Centrale Bank te vragen om pensioenfondsen niet langer lastig te vallen met negatieve rentes. Dat klinkt goed, maar is helaas alleen voor de bühne, schrijft Jeroen van Wensen.

Woensdag debatteerde de Tweede Kamer met premier Mark Rutte (VVD) over de topposities bij de EU. Dus ging het over Frans Timmermans die toch niet de voorzitter van de Europese Commissie werd en over Christine Lagarde die Mario Draghi waarschijnlijk gaat opvolgen als president van de Europese Centrale Bank (ECB).

Pieter Omtzigt wil met motie opkomen voor pensioenspaarder

Bij een debat over de ECB gaat het tegenwoordig algauw over de lage rente die pensioenfondsen in het nauw brengt. Voor Pieter Omtzigt, Tweede Kamerlid voor het CDA, een goede gelegenheid om op te komen voor de Nederlandse pensioenspaarder. Dus diende hij een motie in over gestaffelde rentes. Volgende week wordt dat onderwerp mogelijk actueel, want dan maakt de ECB deze gloednieuwe monetaire maatregel waarschijnlijk bekend.

Commerciële banken als ING en Rabobank hebben momenteel te maken met een ECB-depositorente van -0,4 procent. Normaal gesproken is die rente positief, maar door de uitzonderlijke monetaire tijden staat die rente al jaren onder nul. Dat houdt voor de banken in dat zij geld moeten betalen aan de ECB wanneer ze daar spaartegoeden van hun klanten stallen. Spaargeld kost banken dus geld, vandaar dat de kleine spaarder een zeer lage spaarrente ontvangt. Rijke particulieren, grotere organisaties en bedrijven krijgen nu al een negatieve spaarrente in rekening gebracht door hun bank.

Dat de spaarder nauwelijks rente ontvangt, deert de ECB weinig. Dat commerciële banken geld moeten toeleggen op spaarrekeningen daarentegen wel. De ECB heeft namelijk winstgevende banken nodig om de groei te financieren die nodig is om de inflatie aan te zwengelen. Dure spaartegoeden helpen daarbij niet, dus verandert de ECB volgende week de depositorente waarschijnlijk op zodanige wijze, dat spaargeld minder duur wordt voor de banken – en de spaarrente wellicht wat omhoog kan.

Pensioenspaarders Zuid-Europa profiteren

Tot de partijen die een negatieve spaarrente ontvangen van de bank behoren ook de ongeveer 200 Nederlandse pensioenfondsen. Die bezitten samen 1,6 biljoen euro, waarvan ongeveer 50 miljard euro op spaarrekeningen staat. De rest van het pensioenvermogen zit in aandelen, obligaties en bijvoorbeeld vastgoed.

Volgens Omtzigt gaan pensioenspaarders in Zuid-Europa wél profiteren van het verwachte nieuwe ECB-beleid en Nederlandse pensioenspaarders niet. In het Zuiden spaart het gemiddelde huishouden namelijk via de bank. Daar krijgt men een hogere rente door de maatregel van de ECB. In Nederland sparen huishoudens via het pensioenfonds, maar anders dan de banken krijgen pensioenfondsen geen compensatie voor de lage rente.

Vandaar dat Omtzigt met zijn motie oproept om aan die ongelijke behandeling van pensioenspaarders een eind te maken. Banken en pensioenfondsen zouden dan op de een of andere manier beide hun geld tegen een gunstigere rente bij de ECB moeten kunnen stallen.

De kans dat de ECB zich iets gelegen laat liggen aan Omtzigts motie lijkt minimaal. Want het is niet de taak van de centrale bank om pensioenspaarders, in de woorden van Omtzigt, ‘monetair neutraal’ te behandelen. En waarom zouden pensioenfondsen wel een hogere spaarrente mogen ontvangen, maar nuttige instellingen als ziekenhuizen en universiteiten niet? Bovendien staat slechts een gering deel van het vermogen van pensioenfondsen op een spaarrekening. Het overgrote deel van de 1,6 biljoen euro zit in aandelen, obligaties en vastgoed. Die vermogenstitels trekken zich nauwelijks iets aan van de depositorente, maar zijn juist wel enorm in waarde gestegen door het opkoopprogramma van de ECB – een ander belangrijk onderdeel van het monetaire beleid van de centrale bank.

Tot slot ontbreekt in de motie een concreet verzoek aan de regering, iets waarvoor een motie toch is bedoeld. Rutte verspilde tijdens het debat dan ook weinig tijd aan de goede plannen van Omtzigt en gooide deze op het stapeltje met moties die uitsluitend leuk zijn voor de bühne. De motie zal het hoofdkantoor van de ECB in Frankfurt vermoedelijk nooit bereiken, en indien toch, dan is onduidelijk wat er precies moet gebeuren. Op sociale media lijkt het daarentegen alsof het CDA belangrijke dingen aan het doen is voor de Nederlandse pensioenspaarder, en dat is ook wat waard.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.