Roelof Bouwman

Boeren zijn vernieuwers, ook in de politiek

Door Roelof Bouwman - 08 oktober 2019

Boeren zijn niet alleen goed in het moderniseren van hun eigen bedrijven, schrijft Roelof Bouwman. Ook op het Binnenhof hebben ze gezorgd voor innovaties en primeurs.

Heel Nederland lag vorige week even plat door het boerenprotest tegen de aanpak van het stikstofprobleem en – meer in het bijzonder – tegen het pleidooi van regeringspartij D66 om de veestapel te halveren. Het was niet de eerste keer dat we konden merken wat de Nederlandse agrariërs in hun mars hebben.

Landbouw veranderde na Tweede Wereldoorlog snel en fundamenteel

Roelof Bouwman is historicus en journalist. Hij schrijft wekelijks over politiek, geschiedenis en media.

Geen enkele sector van de Nederlandse economie is sinds de Tweede Wereldoorlog zo fundamenteel veranderd als de landbouw. Het begon met grootschalige, door de overheid gestimuleerde ruilverkavelingen. Ongeveer tezelfdertijd arriveerden – mede dankzij de Amerikaanse Marshallhulp – tractoren en andere landbouwmachines.

Daarna ging het snel. Steeds minder, maar wel grotere boerderijen. Een enorme afname van de agrarische beroepsbevolking en een even enorme stijging van de arbeidsproductiviteit. Een steeds grotere vervlechting tussen het landbouwbedrijf en de ‘agribusiness’ van toeleveranciers en afnemers. Veranderende productietechnieken. Permanente innovaties. Nieuwe markten – na de Verenigde Staten werd Nederland de grootste landbouwexporteur ter wereld. Niets bleef hetzelfde.

Veel minder bekend is dat de Nederlandse boeren ook buiten hun eigen erf voor vernieuwingen en primeurs zorgden. De gelauwerde journalist H.J.A. Hofland maakte er in 1972 in zijn klassiek geworden boek Tegels lichten een groot punt van.

Eerste naoorlogs politiek verzet kwam van boeren

Lees ook deze blog van Roelof Bouwman terug over de jaren zestig: een bron van ellende

Het ‘eerste zuiver politieke binnenlandse verzet’ in het naoorlogse Nederland, zo schreef Hofland, kwam niet van Provo’s, Maagdenhuisbezetters, Dolle Mina’s of andere linkse helden van de jaren zestig. Nee, het kwam van rechts en het begon al in de jaren vijftig – dankzij de boeren.

Hofland doelde op de Landelijke Vereniging voor Bedrijfs-Vrijheid in de Landbouw (BVL). Deze ‘Vrije Boeren’, zoals ze zichzelf noemden, keerden zich tegen groeiende overheidsbemoeienis met de agrarische sector. Vooral voor kleine landbouwers pakte de stortvloed aan nieuwe regels en voorschriften vaak funest uit.

De welbespraakte Bennekomse veehouder Hendrik Koekoek werd hun voorman. Aanvankelijk was hij politiek actief binnen de conservatieve Christelijk-Historische Unie (CHU), maar in 1958 begon hij voor zichzelf – met de Boerenpartij.

In 1963 kregen Koekoek en zijn aanhangers landelijke bekendheid. Een aantal keuterboeren uit het Drentse Hollandscheveld weigerde nog langer de verplichte heffingen van het bedrijfschap voor de landbouw, het zogenoemde Landbouwschap, te betalen.

Er volgden beslagleggingen en ontruimingen, die gepaard gingen met hevige botsingen tussen Vrije Boeren, sympathiserende omwonenden en de politie. Barricades, gehelmde agenten met karabijnen en traangas, charges, waarschuwingsschoten, een boerderij die in vlammen opging – het was sinds de oorlog in Nederland niet vertoond.

Het politieoptreden bezorgde de Vrije Boeren een sympathiek underdog-imago en leverde Koekoek bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1963 drie zetels op. Bijna twintig jaar zou de Boerenpartij het volhouden op het Binnenhof, met zeven zetels (in 1967) als beste resultaat.

Koekoek wist als eerste te profiteren van het medium televisie

Terugkijkend valt op hoe modern Koekoek was. Met zijn Drentse accent, zijn simpele logica en zijn droge humor (‘Als u vijf’ntwintig guld’n stort, krijgt u ons partijblad gratis’) wist hij als eerste Nederlandse politicus volop te profiteren van het toen nog nieuwe medium televisie.

Net als later de LPF en de PVV was de Boerenpartij in essentie een eenmanspartij, met een politieke stijl die we nu ‘populistisch’ zouden noemen. Koekoek was er voor de simpele kiezer die, in de woorden van Hofland, ‘het gevoel had dat hij afgebluft werd door de deskundigen, dat het niets uitmaakte of hij links of rechts binnen het Bestel koos, dat zijn parlementariërs toch niet of onbegrijpelijk uit hun woorden kwamen en dat alles buiten hem om geregeld werd’.

Ook de bestrijding die Koekoek ten deel viel doet – in retrospectief – zeer hedendaags aan. ‘De eerste reactie van het Bestel,’ schreef Hofland, ‘was niet te onderzoeken of de boeren misschien enig recht van spreken zouden hebben, maar hun leider tot een domoor, een fascist, oplichter of staatsvijand te verklaren.’

Linkse activisten zetten boer Koekoek neer als dierenbeul

Koekoek wist dat hij een doelwit was. Uit voorzorg liep hij na spreekbeurten in het land nooit alleen terug naar zijn auto. Daarin lag altijd een ‘boerenwapen’, zoals een bijl of een schep. Maar de linkse activisten voor wie hij bang was, bleken inventiever dan Koekoek had voorzien.

Ze haalden stiekem het eten en het water weg bij zijn pony’s en kregen het zo voor elkaar dat hij in 1980 werd veroordeeld tot 1.000 gulden boete en twee weken voorwaardelijk – wegens het ‘verwaarlozen’ van zijn dieren. Als ponymishandelaar ging Koekoek de Tweede Kamerverkiezingen van 1981 in. Het werd zijn Waterloo.

Lees ook het commentaar van Marijn Jongsma: Boeren zijn terecht gefrustreerd

Naar de stalinist Marcus Bakker, voormalig aanvoerder van de CPN, werd in 1991 op het Binnenhof een vergaderzaal vernoemd. Anders dan bij overleden fractievoorzitters gebruikelijk is, werd Hendrik Koekoek in 1987 niet eens in de Tweede Kamer herdacht. Maar een stukje verderop in Den Haag, tussen de boeren en de tractoren op het Malieveld, waarde zijn geest vorige week wel degelijk rond.

Toch nog een beetje gerechtigheid.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.