Afshin Ellian Afshin Ellian

Irakezen moeten onze militairen dankbaar zijn voor het verslaan van IS

Door Afshin Ellian - 25 oktober 2019

Het is verbijsterend dat het Nederland kwalijk wordt genomen dat er burgerdoden zijn gevallen door het bombardement op een bommenfabriek in Irak (2015), schrijft Afshin Ellian. In de strijd tegen genocidale, folterende jihadisten was deze handeling volkomen legitiem.

Oorlog is voor sommigen een businessmodel. Natuurlijk denkt u in de eerste plaats aan de militaire industrie. Maar tegenwoordig moeten we ook denken aan activistische advocaten en geldbeluste slachtoffers. Historisch en juridisch gezien zijn het de staten die na een oorlog schadevergoeding kunnen vragen aan een ander land. Daarvoor is in de regel nodig dat de tegenstander wordt verslagen.

Tegenwoordig willen individuen uit alle uithoeken schadevergoeding

Afshin Ellian

Prof. mr. dr. Afshin Ellian (Teheran, 1966) is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap en wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Metajuridica aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij schrijft wekelijks onder meer over de idealen en vrijheden van de westerse cultuur.

Maar nu willen individuen uit alle uithoeken van de wereld schadevergoeding vragen aan democratische staten. Alleen in een democratie, zoals die van Nederland, kunnen individuen uit andere landen met een beroep op het democratische rechtssysteem schadevergoeding eisen.

Uit het onderzoek van journalisten is gebleken dat een Nederlandse bom die is gedropt door een F-16 in 2015 zeventig Iraakse burgers het leven heeft gekost. Dat is inderdaad zeer betreurenswaardig. Het gebeurde in de strijd tegen de terroristische groepering Islamitische Staat (IS).

Allereerst moeten we de vraag beantwoorden of dat een legale (jus ad bellum, het recht om geweld te gebruiken), dan wel een legitieme oorlogshandeling was. De Nederlandse overheid ging in op verzoek van de Iraakse overheid deel uit maken van een coalitie in de strijd tegen IS. Daarnaast vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan alle lidstaten actief deel te nemen aan de strijd tegen IS. De oorlog was dus honderd procent legaal. Maar was die ook legitiem?

Ook aan de legitimiteit van de oorlog tegen IS niet kan worden getwijfeld. De jihadisten schonden bijna alle regels van jus in bello, het recht dat toeziet op de wijze van oorlogsvoering. Hier gaat het om genocide en misdaden tegen de menselijkheid, zoals foltering, executie van krijgsgevangen, verkrachting, enzovoort. Bovendien vormde IS een reële dreiging voor de veiligheid van Nederland en andere Europese landen. Maar de legaliteit en legitimiteit nemen de zorgvuldigheid bij een oorlogsvoering niet weg.

Nederland heeft geen oorlogsrecht geschonden bij het bombardement

Lees ook het commentaar van Eric Vrijsen: F-16 trof legitiem doel en dat is geen oorlogsmisdaad

Nederland heeft bij dat bombardement geen oorlogsrecht geschonden. De minister kan daarover, omwille van de veiligheid van ons land en onze krijgsmacht, niet al te veel zeggen. Ook militairen mogen daarover niet praten. Toch is er een militair geweest die daarover durfde te schrijven. Luitenant-kolonel (buiten dienst) Aart Fokkema schreef een opiniestuk over het bombardement van 2015, dat verscheen in De Telegraaf.

Fokkema werkte in 2017 in de Strategische Planning Groep in het hoofdkwartier van operatie Inherent Resolve. Hij was betrokken bij de militaire planning van de strijd tegen IS: strategische communicatie en inspanningen ter voorkoming van burgerslachtoffers. Op 3 juni 2015 bombardeerde Nederland een cruciale autobomfabriek van IS. De militairen kozen voor een nachtelijk bombardement met een lichte bom, juist om burgerslachtoffers te voorkomen. Er was, schrijft Fokkema, ‘alleen niet bekend dat er meerdere vrachtwagens en grote hoeveelheden springstof aanwezig waren in het gebouw. Die hebben geleid tot aanvullende explosies met vernietigend effect.’

Zodra er doden vallen, moet Defensie het Openbaar Ministerie (OM) betrekken bij de beoordeling van de eventuele strafwaardigheid van handelingen. Daaruit blijkt telkens dat Nederlandse militairen bij oorlogsvoering alle zorgvuldigheid in acht nemen. De Commissie Stiekem van de Tweede Kamer wordt hiervan op de hoogte gebracht.

Voor de duidelijkheid: een F-16 gooit geen bloemen, maar bommen

Er is dus niks aan de hand. Toch is beweerd dat de nabestaanden van de Iraakse slachtoffers Nederland aansprakelijk kunnen stellen. Terecht komt luitenant-kolonel b.d. Fokkema tot de conclusie dat ‘de onthutsende reacties van Kamerleden goedkope uitlatingen voor de bühne zijn’. Overigens zijn dit dezelfde politici die in 2015 besloten een F-16 in te zetten tegen IS. Voor alle duidelijkheid: een F-16 gooit geen bloemen, maar bommen!

Bij wie moeten de Irakezen dan zijn? Het antwoord is niet moeilijk: de Irakezen moeten bij hun eigen regering zijn. Immers, de Nederlandse krijgsmacht opereerde op verzoek en met goedkeuring van de Iraakse overheid. Maar de Irakezen voelen zich niet bevrijd. Dat doet pijn! Stelt u zich voor dat in 1950 de Nederlandse nabestaanden van doden die zijn gevallen door bombardementen van de geallieerden, Amerika of Groot-Brittannië aansprakelijk zouden stellen voor het vernietigen van de Duitse bezetter. Ja, daarbij kwam per ongeluk een behoorlijk aantal onschuldige Nederlandse burgers om het leven. Maar wilden we wel of niet worden bevrijd?

Nederlanders waren geallieerden dankbaar na vernietiging van de bezetter

Maar dat deden de Nederlanders niet. Ze waren en zijn de geallieerden oneindig dankbaar voor de bevrijding van hun land. Dat is ook de algemene houding van de Nederlandse politici en media. Daarom worstel ik met de vraag waarom de Nederlandse media hun eigen morele principes neigen te verlaten als een bevrijdingsoorlog gaande is.

Het recht dat ruimte geeft de bevrijder aansprakelijk te stellen voor oorlogshandelingen tijdens een bevrijdingsoorlog, verdient het niet om als recht te worden beschouwd. Ook zou het goed zijn als journalisten, politici en juristen zich afvragen hoeveel onschuldige burgers om het leven zouden zijn gekomen wanneer de Nederlandse F-16 de bommenfabriek van de IS niet had gebombardeerd. Afgelopen maandag stierven ruim zestig Afghanen door een autobom die was geplaatst door de Taliban.

De bevrijde die de bevrijder aansprakelijk stelt, verdient moreel en juridisch geen enkel respect. In een rechtvaardige oorlog kan de bevrijder niet aansprakelijk worden gesteld.

De Irakezen moeten de Nederlandse militairen dankbaar zijn voor het verslaan van IS.