Robbert de Witt

Natuurlijk past Irak wet niet aan voor Nederlands jihadistenprobleem

Door Robbert de Witt - 30 oktober 2019

Nederlandse regering wil IS-strijders in Irak laten berechten, maar Irak wil de doodstraf niet uitsluiten. De oplossing ligt voor de hand: Den Haag moet zich inzetten voor internationale tribunalen, schrijft Robbert de Witt.

De Nederlandse regering wil dat jihadisten met een Nederlands paspoort in Irak en Syrië worden berecht. Immers, als zij daar hebben gemoord of hebben meegewerkt aan andere gruwelijkheden onder de zwarte IS-vlag, dan is het logisch dat zij ook daar moeten boeten voor hun wandaden.

Daar is de bewijslast, en daar leven ook de slachtoffers of hun nabestaanden.

150 uur onkruid wieden

De Jezidi’s – een volk uit het noorden van Irak dat ernstig te lijden had onder de moslim-extremisten van Islamitische Staat – willen dat ook, zo benadrukte Jezidi-kenner Brenda Stoter Boscolo onlangs in Elsevier Weekblad. Zij vrezen dat hun beulen er in Nederland van afkomen met 150 uur onkruid wieden in een rustige provinciestad.

Bovendien is het gebruikelijk dat buitenlanders worden berecht in het land waar zij de wet hebben overtreden. Zie het grote aantal drugscriminelen in gevangenissen in Azië en Zuid-Amerika. Zij worden ook niet teruggehaald om vervolgens hier een milde straf te krijgen.

Een terecht standpunt dus, van het kabinet. Er is wel een probleem, want Nederland wil niet dat jihadisten uit Nederland in Irak de doodstraf krijgen. Daar is Nederland principieel op tegen.

De best mogelijke oplossing

Irak is niet van plan om Nederland of andere Europese landen hierin tegemoet te komen. Tijdens zijn bezoek aan Nederland zei de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken Mohamed Ali Alhakim tegen Nieuwsuur: ‘Je kunt niet tegen ons zeggen: “Berecht die terroristische strijder uit ons land, maar als blijkt dat hij een misdadiger is en mensen heeft gedood, mag je hem niet executeren. Hou hem 90 jaar gevangen, of 120 jaar.” Daar hebben wij moeite mee.’

En Alhakim benadrukt dat zijn regering niet van plan is om voor Nederland of welk land ook de Iraakse wetten aan te passen. Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. Zou Nederland op verzoek de wet aanpassen om de gewetensbezwaren van een andere regering op te lossen? Onwaarschijnlijk.

De uitweg is simpel. Alhakim zegt ook dat Irak openstaat voor internationale tribunalen om IS-strijders en sympathisanten te berechten. Dat is ongetwijfeld een lange, moeizame weg – juridisch, diplomatiek en financieel. Maar als Nederland en andere Europese landen met geld en andere steun over de brug komen en de doodstraf kan worden uitgesloten, is dat de best mogelijke oplossing.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.