Robbert de Witt

In Dubai: bouwen voor sjeik en vaderland

Door Robbert de Witt - 28 november 2019

Ondanks de zware vastgoedcrisis van 2009, wordt er in de steenrijke golfstaat gebouwd als nooit tevoren, schrijft Robbert de Witt. Zakelijke belangen van de heersende sjeiks en prestige maken blind voor de risico’s.

Vrijwel nergens kwam de klap tien jaar gelden zo hard aan als in Dubai. Rond 2009 spatte ook daar de vastgoedbubbel uiteen. Dat was in dit steenrijke en piepkleine emiraat des te opmerkelijker, omdat er in de jaren voordien als een bezetene werd gebouwd.

Robbert de Witt

Robbert de Witt (1978) is Buitenlandredacteur bij Elsevier Weekblad. Hij blogt wekelijks op donderdag over mondiale ontwikkelingen en de gevolgen ervan voor Nederland en Europa.

Wie nu tussen de wolkenkrabbers in Dubai City en enkele kilometers verderop in Dubai Marina staat, kan zich nauwelijks voorstellen dat hier vóór 2001 amper hoge gebouwen waren. En nu staan wolkenkrabbers – soms tot 400 meter hoog – in bosjes tegen elkaar aan, elk open stukje innemend. Vanaf 2001 tot die wereldwijde crisis rezen de gouden bergen tot in de wolkeloze lucht.

En dan werden tegelijk ook nog eens eilanden (door Nederlandse baggeraars) opgespoten waar duizenden villa’s en tientallen hotels werden gebouwd, voor onder anderen Formule 1-ster Michael Schumacher en voetbalberoemdheid David Beckham. De opening van het iconische Atlantis-hotel (ruim 1.500 kamers) op Jumeirah Island werd het grootste feest op aarde genoemd. Er werd door beroemdheden uit de hele wereld 1,7 ton kreeft geconsumeerd.

Met zand bedekte bolides

Toen de onroerendgoedprijzen vanaf 2009 met soms tientallen procenten in waarde daalden, leidde dat tot een schok. Duizenden expats verlieten Dubai, tienduizenden arbeiders uit India, Pakistan en Afrikaanse landen werden naar huis gestuurd. Beelden van parkeerplaatsen met rijen bolides, verlaten en bedekt met zand, vatten de uiteengespatte droom samen. Net als de tientallen half afgebouwde torens.

Maar minder bekend is dat het enkele jaren later opnieuw de lucht inging. Tegenwoordig tekenen meer bouwkranen af tegen de horizon dan wolkenkrabbers. Voor de sjeiks is er maar één weg vooruit, en dat is door te bouwen en te blijven bouwen.

Dat heeft een praktische reden. Wie rondloopt tussen het glanzende staal van Dubai City, ziet op veel torens in aanbouw de naam Emaar prijken, de naam van het grootste bouw- en vastgoedconcern in Dubai. En waarvan de koninklijke familie, de Al-Makhtoum-familie, de grootste aandeelhouder is. Dus hoewel de vastgoed prijzen weer zakken, is er bepaald geen prikkel om maatregelen te nemen die die bouwwoede beperken, zoals de invoering van onroerendgoedbelasting. Daar hebben de Al-Makhtoums geen belang bij.

Een kilometer de lucht in

Hier speelt ook prestige mee. Omringd door andere steenrijke oliestaten, proberen de schatrijke sjeiks zich te onderscheiden door imponerende projecten. Het moet dus hoger, groter, beter. In Dubai werd in 2009 de Burj Khalifa geopend, het hoogste gebouw ter wereld met ruim 820 meter. Maar in buurland Saudi-Arabië wordt gebouwd aan toren die 25 procent hoger wordt, meer dan 1 kilometer de lucht in dus.

Dat kunnen ze in Dubai niet over hun kant laten gaan. In het gigantische winkelparadijs aan de voet van de Burj Khalifa is een maquette te zien van een toren die nog hoger gaat worden, vermoedelijk 1.200 meter. Omdat die niet meer zelfstandig kan blijven staan in de soms felle woestijnwinden, zal deze gigant worden vastgezet met een netwerk van enorme staalkabels.

Om de toren komt een plein van ongekende afmetingen, een zwevend park, het grootste winkelcentrum ter wereld en een woud aan nieuwe wolkenkrabbers. De bouwobsessie in Dubai verdwijnt niet met een crisis meer of minder.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.