Leo Kwarten

Bronzen knuisten Saddam resultaat polderen in Irak

Door Leo Kwarten - 12 november 2019

De standbeelden van Saddam Hoessein zijn verdwenen, maar zijn armen maken nog deel uit van een monument in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Het ultieme polderen, stelt Leo Kwarten in zijn eerste blog voor Elsevier Weekblad.

Zijn standbeelden zijn van hun sokkels getrokken. Zijn portretten zijn vervangen door die van bebaarde ayatollahs. Maar in Bagdad staan de armen van Saddam nog fier overeind. Op de westoever van de rivier de Tigris barsten twee reusachtige replica’s van de onderarmen van de voormalige Iraakse dictator letterlijk uit de grond. Zijn bronzen knuisten houden twee reusachtige zwaarden vast van elk 24 ton die elkaar kruisen op 40 meter hoogte.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Hij werkt als zelfstandig gevestigd adviseur voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Hier stond ik 28 jaar geleden ook, in de ijskoude Iraakse winter van 1991. Het moment was haast intiem geweest. Staande onder Saddams armen, die waren opgeblazen tot dertig keer hun ware grootte, zag je elk haartje en bobbeltje. De man die honderdduizenden Irakezen had laten creperen met zijn drieste invasie van Iran in 1980, werd er bijna menselijk door. Totdat je je realiseerde hoe vulgair de symboliek is van deze triomfboog.

De zwaarden waren gegoten uit de wapens van Iraakse martelaren. Naast Saddams ellebogen hingen twee korven die elk 2.500 helmen van Iraanse soldaten bevatten. Ze waren van onderen opengescheurd, zodat de helmen eruit tuimelden als sardines uit overvolle visnetten. De helmen van sommige Iraniërs hadden kogelgaten. Kleefden hun hersenen nog aan de binnenkant? Ze liepen door tot in het wegdek. Mijn chauffeur reed er grinnikend overheen.

Eigen ontwerp Saddam

Saddam had dit allemaal zelf ontworpen. Bij de uitnodiging voor de feestelijke opening van dit monument ter ere van de ‘overwinning’ op Iran, op 8 augustus 1989, was zijn kinderlijk gekrabbelde ontwerpje bijgevoegd. Dat er van een overwinning geen sprake was, deed niet ter zake.

Hoe hebben de armen de Iraakse beeldenstorm van 2003 overleefd? Aanvankelijk was dat niet de bedoeling. In 2007 gaf premier Nuri al-Maliki opdracht het monument te slopen. Op foto’s is te zien hoe kranen Saddams kolenschoppen stukje bij beetje onttakelen. Voor zowel Irakezen als Amerikaanse soldaten die in Bagdad waren gelegerd, bood dit een buitenkansje om door Saddams armen naar boven te klauteren of een helm mee te jatten als souvenir.

Al-Maliki’s besluit lag voor de hand. Hij stond bekend als ‘de man van Iran’, en voor Iran was de triomfboog vernederend. Bovendien was Al-Maliki een sjiiet, en de sjiieten hadden genoeg geleden door de hand van de soenniet Saddam.

Cultureel erfgoed Irak

Saddams redding kwam in de gedaante van de Amerikaanse ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad (2005-2007). Van Afghaanse komaf, Arabisch sprekend en moslim, was Khalilzad begiftigd met een groter empathisch vermogen dan de meeste Amerikaanse diplomaten. Hij vond dat Saddams armen deel uitmaakten van het culturele erfgoed van Irak, vulgair of niet.

Khalilzad kreeg bijval van opmerkelijk veel Irakezen, óók sjiieten, die vonden dat het monument moest blijven als een historisch symbool. Eigenlijk leek de discussie in Irak veel op die in Nederland over de Muur van Mussert. En net zoals bij ons wonnen de preservationisten. In 2011 begon de restauratie, die wordt gezien als een zeldzaam gebaar van sektarische verzoening.

En nu sta ik hier weer. Direct zie ik het compromis dat de Irakezen hebben bereikt. Saddams armen zijn in ere hersteld, maar de Iraanse helmen zijn verdwenen. Polderen op zijn Iraaks.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.