Roelof Bouwman

Leve de doodstraf voor IS-terroristen

Door Roelof Bouwman - 12 november 2019

Waarom is het kabinet toch zo bang dat IS-terroristen in Irak ter dood worden veroordeeld? Dat zou juist een heel goede straf kunnen zijn, schrijft Roelof Bouwman.

Al zolang er opinieonderzoeken bestaan, wordt aan Nederlanders om de zoveel tijd gevraagd of ze voor of tegen herinvoering van de doodstraf zijn. De uitslag laat zich altijd makkelijk voorspellen: het aantal voorstanders ligt zo tussen de 40 en 50 procent.

Het is te verwachten dat geregeld over de doodstraf wordt gedebatteerd

Roelof Bouwman is historicus en journalist. Hij schrijft wekelijks over politiek, geschiedenis en media.

Dat is geen meerderheid, maar wel een grote groep. En dus zou je verwachten dat op het Binnenhof met enige regelmaat over de doodstraf wordt gedebatteerd.

Toch is dat niet het geval. Sterker nog: de 40 tot 50 procent voorstanders onder de burgers wordt – want ‘zelfs’ de PVV is tegen – in de Tweede Kamer slechts vertegenwoordigd door de drie man sterke SGP-fractie. En niet eens van harte, want volgens het beginselprogramma van de partij is de doodstraf weliswaar een ‘rechtmatige’ sanctie, maar uit het SGP-verkiezingsprogramma is dat standpunt in 2017 geschrapt.

Toch komt de doodstraf heel soms ter sprake in onze volksvertegenwoordiging. Dat gebeurde bijvoorbeeld in november 2002, toen demissionair minister voor Vreemdelingenzaken Hilbrand Nawijn (LPF) in een interview met weekblad Nieuwe Revu liet weten dat hij voorstander was van herinvoering. Zijn ‘onbeschaafde’ standpunt, dat niet zou passen bij ‘Nederlandse waarden en normen’, werd Kamerbreed onder vuur genomen. Nawijn liet vervolgens weten zijn uitspraken te betreuren.

Woede over VVD-Kamerlid dat ‘pragmatisch’ met doodstraf wil omgaan

Vorige week was het het Tweede Kamerlid Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) die volgens veel collega-volksvertegenwoordigers haar boekje te buiten ging. Niet eens omdat ze het standpunt van Nawijn herhaalde, maar omdat ze vond dat we ‘pragmatisch’ moeten omgaan met de kans dat Nederlandse IS-terroristen de doodstraf krijgen bij berechting in Irak. Dat kan, zei ze, ‘de ultieme consequentie’ zijn.

Volgens GroenLinks-Kamerlid Niels van den Berge waren de uitspraken van Yeşilgöz ‘echt onacceptabel’. Sjoerd Sjoerdsma (D66) noemde het ‘te gek voor woorden dat dit een discussie is in 2019’. Ook VVD-minister Stef Blok reageerde: ‘De doodstraf vind ik nooit, nergens en voor niemand acceptabel.’

Veel morele verontwaardiging dus, net als in 2002 bij Nawijn, maar geen inhoudelijke gedachtewisseling. Jammer, want zo bleef het belangrijkste argument voor toepassing van de doodstraf weer eens ongenoemd.

Wie moord pleegt, ontneemt ander definitief, onomkeerbaar álle rechten

Dat argument heeft te maken met het principe van rechtsgelijkheid. Een burger die uit vrije wil de rechten van een andere burger schendt, maakt op die gelijkheid inbreuk: hij claimt impliciet dat hij meer rechten heeft dan een ander.

Wie een moord pleegt, maakt de meest radicale inbreuk op het principe van rechtsgelijkheid die mogelijk is. Een moordenaar immers ontneemt zijn slachtoffer niet bepaalde, maar álle rechten. Ook is de inbreuk niet tijdelijk – zoals bij een mishandeling of een verkrachting – maar definitief en onomkeerbaar.

Lees ook het commentaar van Gerry van der List: Berechting van IS’er in Irak verdient voorkeur, ook met doodstraf

Wie rechtsgelijkheid hoog in het vaandel heeft, kan gevangenisstraf daarom niet beschouwen als een passende reactie op moord. Gevangenisstraf immers is een meestal tijdelijke sanctie die een moordenaar tal van rechten verleent (voedsel, onderdak, recreatie, medische zorg, lichamelijke integriteit), terwijl zijn slachtoffer van alle rechten is beroofd – niet tijdelijk, maar voor altijd.

Kort en goed: wie vindt dat er een proportioneel verband moet bestaan tussen misdaad en straf, kan bij levensdelicten niet om de doodstraf heen.

Tegenstanders van de doodstraf aanvaarden wel doden bij militaire acties

Daar komt nog iets bij. Veel Nederlandse politici die ‘principieel’ tegen de doodstraf zijn, aanvaarden wel dat er doden vallen bij militaire (vergeldings)acties.

Dat valt natuurlijk niet met elkaar te rijmen. Meer concreet: als het recht op leven van een IS-terrorist niet onaantastbaar is bij luchtaanvallen door Nederlandse F-16’s in Irak, waarom zou dat recht dan plotseling wel onaantastbaar moeten zijn bij een openbaar proces in Irak – met, anders dan bij een bombardement, alle kansen voor de verdachte om de bewijsvoering te ontkrachten.

Oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht S.W. Couwenberg maakte zijn studenten er graag op attent dat prominente grondleggers van de idee van de mensenrechten, zoals de filosofen John Locke en Immanuel Kant, zich expliciet hebben uitgesproken voor de doodstraf, evenals verlichte geesten als Charles de Montesquieu en John Stuart Mill.

Zelfs deftigheid hoeft voor Tweede Kamerleden dus geen argument te zijn om nog eens goed over de kwestie na te denken. Wie weet levert het iets op.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.