Marijn Jongsma

Kritiek op marktwerking verhult oorzaak onrust: falende staat

Door Marijn Jongsma - 14 november 2019

Neoliberalisme is een bron van maatschappelijke onvrede, als we een groeiende schare politici moeten geloven. Het voorvoegsel ‘neo’ voorspelt doorgaans weinig goeds, en het is in dit geval niet anders. De term wordt louter gebruikt door degenen die zichzelf als sociaal willen profileren, en gaat gepaard met andere diskwalificaties als kou, afbraak en natuurlijk de ‘race to the bottom’, schrijft Marijn Jongsma.

De eerste neoliberalen waren niet alleen anti-communisten, maar verzetten zich ook tegen het klassieke liberalisme dat de markt zoveel mogelijk vrij wilde laten. In hun ogen was een sterke staat juist nodig voor een optimale marktwerking. Die nuance ging verloren in de jaren tachtig, toen neoliberalisme synoniem werd voor doorgeschoten marktwerking ten koste van de onderlaag. Van een samenhangende theorie is allang geen sprake meer. Geen econoom die zichzelf nog neoliberaal noemt.

SP was jarenlang alleen in de veldtocht tegen het neoliberalisme

In Nederland had de SP jarenlang het rijk alleen in de veldtocht tegen het neoliberalisme. Maar traditionele bestuurspartijen haken nu aan, niet gehinderd door de wetenschap dat zij tot voor kort zelf het verwijt kregen de overheid te willen uitkleden. PvdA-leider Lodewijk Asscher stelt dat het kapitalisme is ‘ontmaskerd’.

Zelfs het CDA is om. In het discussiestuk Zij aan zij wordt neoliberalisme samengevat als ‘vrijheid, blijheid’ in combinatie met winstmaximalisatie, waarbij de overheid wordt gezien als ‘hindermacht’. Een andere passage: ‘Velen ervaren ook het ongemak met het eenzijdige economische en neoliberale denken.’ Afgelopen zomer liet CDA-minister Hugo de Jonge al weten dat het ‘neo­liberale mensbeeld’ op zijn laatste benen loopt.

Met holle frasen over een solidaire samenleving proberen politici munt te slaan uit de maatschappelijke onrust die tastbaar is geworden in hun eigen voortuin – het Haagse Malieveld. Maar is er een verband tussen neoliberalisme (gemakshalve even vertaald als: meer markt) en de protesten van boeren, bouwers en onderwijzers?

Boeren trokken naar Den Haag door het halfbakken stikstofbeleid

Om bij de eerstgenoemden te beginnen: de boeren trokken niet naar Den Haag omdat ze de melk- of vleesprijzen (die door de markt worden bepaald) te laag vinden, maar omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn nadat de Raad van State een streep haalde door het halfbakken stikstofbeleid van de overheid. Los van de vraag of de hoge stikstofeisen realistisch zijn, het kabinet had dit kunnen zien aankomen.

De bouwers lijden hier ook onder, en hebben er nog een probleem bij in de vorm van de PFAS-normen voor chemische stoffen in de grond. Ook hier geldt dat de sector wordt overvallen door zeer strenge normen. Duizenden bouwwerken liggen stil. En waarom? ‘De rigoureuze maatregelen die de overheid nu neemt tegen PFAS, vormen een opmerkelijk contrast met het gebrek aan actie tegen dingen die echt kanker veroorzaken,’ zei biochemicus Martijn Katan daarover in NRC Handelsblad.

Het is het onderwijzend personeel op zijn beurt vooral te doen om hogere salarissen en een lagere werkdruk. Hierbij wordt niet zozeer de arbeidsmarkt gekritiseerd, maar wel de werkgevers op die markt – en daarmee indirect de overheid als hun financier.

Het kapotgetrapte Malieveld weerspiegelt vooral de onmacht van de overheid, die zich onvoldoende bekommert om de praktische gevolgen van haar beleid, en niet van de markt. Hoog tijd dat iemand het opneemt voor het (neo)liberalisme.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.